Stoel van de permanente wacht bij de Oekraïense vlag tegenover de Russische ambassade in Den Haag, mei 2022 © Laurens van Putten / ANP

Op een campingstoeltje voor de Russische ambassade in Den Haag zit Barry Greenstein. Nog geen kwartier lopen vanaf het Vredespaleis wordt hij omringd door een meterslange Oekraïense vlag, blauw-gele tekeningen en handgeschreven kaartjes. Door de windvlagen vliegen de kaartjes af en toe de straat op, er rent altijd iemand achteraan. Aan zijn in bruine sandalen gehulde voeten ligt een rustige Berner Sennen, om zijn hals een geel-blauwe strik. Iedere dag van negen tot vijf houdt een van de meer dan 130 vrijwilligers ‘de vlaggenwacht’ voor de Russische ambassade. Iedere dag een vreedzame demonstratie, tot de oorlog in Oekraïne ten einde is. Tussen de demonstranten en de ambassade is geen interactie, de Russische ambassademedewerkers kijken weg.

De van origine Zuid-Afrikaanse Greenstein, met lange grijze haren en volle baard, is een pacifist. Hij zit er principieel, maar ook vanuit frustratie en gevoelens van machteloosheid. ‘Ik zou ook achter de geraniums kunnen gaan zitten, maar als je dingen wil veranderen moet je ook opkomen voor je principes. Ik laat liever mijn stem horen door te laten zien dat ik deze oorlog verafschuw’, zegt hij. ‘Oorlog is altijd zinloos, het heeft mij gevormd tot wie ik nu ben.’

Als dienstplichtig soldaat werd Greenstein door het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime Angola ingestuurd om de strijd aan te gaan tijdens de burgeroorlog in het land. Die burgeroorlog belichaamt een van de vele proxy-oorlogen gedurende de Koude Oorlog. ‘Sindsdien ben ik altijd tegen misbruik van macht geweest – of dat nu politiek is of met wapens. Nu beslist één man samen met zijn naasten wat er niet alleen voor de Russen gebeurt, maar ook voor de rest van de wereld.’

Als jongeman emigreerde hij naar Israël, waar hij als soldaat naar Libanon werd uitgezonden. Tijdens de Eerste Intifada (1987-1993) merkte Greenstein ook in zijn bataljon hoe een diepe scheiding tussen linkse en rechtse soldaten ontstond.

Later werd hij nogmaals als reservist opgeroepen en uitgezonden naar de Westelijke Jordaanoever, waar hij voor een dilemma kwam te staan. ‘In die tijd werd je als dienstweigeraar in Israël niet alleen in de cel gestopt, maar werd het je ook onmogelijk gemaakt om naar het buitenland te vertrekken. Als ik niet mee zou vechten, mocht ik het land niet uit. Als ik wel mee zou vechten, zou ik tegen mijn principes ingaan. Uiteindelijk heb ik voor het laatste gekozen, zodat ik daarna met mijn Nederlandse vrouw naar Nederland kon emigreren. Ik was klaar met oorlog en militaire dienstplicht.’

In Nederland missen mensen volgens Greenstein een persoonlijk inzicht over wat oorlog nu écht inhoudt. ‘Wie in Nederland opgroeit leeft in een soort Disney World’, zegt hij. ‘Pas nu lijkt voor hen ook Disney World failliet te zijn gegaan.’

De demonstratie van de vlaggenwacht is een van de weinige acties in ons land tegen de oorlog in Oekraïne. De eens zo talrijke beweging lijkt zich geen raad te weten met de oorlog op nog geen tweeduizend kilometer van onze landsgrenzen. Pacifisten zijn in verwarring. Natuurlijk zijn ze tegen de inval van Poetin, maar alsmaar meer wapens naar Zelensky sturen kan toch ook de oplossing niet zijn? Ook de Oekraïense president lijkt alleen maar een totale overwinning na te streven. Hoe krijg je beide kanten weer in gesprek? Wat is een rechtvaardige vrede? De discussie vindt tot nu toe alleen plaats in achterafzaaltjes. Op straat is het vooralsnog stil.

Op een zondag in mei preekt pastor Bram Grandia in een kerk in Oosterbeek. Hij draait zijn open hand richting de aanwezige kinderen. ‘Wat is dit?’ vraagt hij, waarop sommigen naar hem zwaaien. Een kind antwoordt met een high-five. Er wordt gegiecheld. ‘En wat betekent dit?’ Een gebalde vuist − het symbool van geweld en de aanval. ‘Wat moet je hier nu mee? Kun je hem openmaken?’ Er gaat een meisje naast Grandia zitten. Ze duwt voorzichtig zijn duim opzij, om met enige moeite zijn vingers stuk voor stuk open te buigen. Ze legt dan haar hand in de zijne. ‘Verdraaid, nu kan ik mijn hand niet meer tot vuist maken.’

‘Zo laat ik zien dat de zachte krachten ook kunnen overwinnen’, zegt Grandia enige dagen later in de huiskamer van het station in Arnhem. ‘Ik begrijp dat het compleet naïef is, maar het liefste zou ik een groepje kinderen van over de hele wereld Poetin willen laten bezoeken zodat zij zijn hand weer zouden kunnen openen.’

Het is volstrekt idealistisch, geeft hij toe, ‘maar ik ben wel op zoek naar een manier om vorm te geven aan het vertrouwen dat nodig is om de vuist weer open te maken. Denken dat bewapening het probleem gaat oplossen, klinkt me nog veel naïever in de oren.’

De pacifistische beweging in Nederland kent een rijke traditie en put uit diverse bronnen. Na de Eerste Wereldoorlog ontstond in de socialistische beweging de diepe overtuiging dat arbeiders zich nooit meer zo tegenover elkaar moesten laten opzetten. Gebroken geweertjes verschenen op de revers en vakcentrale nvv en de sociaal-democratische sdap organiseerden in 1923 massale demonstraties tegen de Vlootwet van het confessionele kabinet-Ruijs de Beerenbrouck. ‘Wij willen geen vloot. Wij willen geen bewapening! Heel de wereld krimpt nog van de gevolgen van den oorlog en wij zeggen dát nooit meer!’ hielden de socialistische leiders de demonstranten voor. Een petitie die door een derde van de volwassen Nederlandse bevolking werd ondertekend zorgde uiteindelijk voor het intrekken van de wet en de val van het kabinet.

Ook het christen-pacifisme stamt uit het begin van de vorige eeuw. Geïnspireerd door onder meer Lev Tolstoj en ‘rode dominees’ als Ferdinand Domela Nieuwenhuis en Bart de Ligt werden verschillende organisaties opgericht, zoals Kerk en Vrede in 1924, dat nog steeds bestaat. Na de Tweede Wereldoorlog richtten de pacifisten zich op de kernwapens die toen ook in Europa gestationeerd werden. In navolging van de Engelse Ban de Bom-marsen trokken ook in Nederland de Paasmarsen duizenden demonstranten.

Het voornemen om kruisraketten te plaatsen bracht in de jaren tachtig half Nederland op de been tijdens demonstraties op het Museumplein (1981, 400.000 mensen) en het Malieveld (1983, 550.000 mensen), georganiseerd door het Interkerkelijk Vredesberaad (ikv).

Bram Grandia was erbij als lid van Kerk en Vrede en ‘Help de kernwapens de wereld uit’. ‘We maakten toen echt een vuist’, zegt hij. Het doet hem pijn dat de vredesbeweging is verschrompeld, juist nu er op Europese grond een oorlog met vele duizenden doden wordt gevoerd.

Kerk en Vrede maakte een flyer waarop je precies kunt aflezen hoeveel geld natiestaten uitgeven aan bewapening, vertelt hij. ‘Wanneer je naar die getallen kijkt is het gemakkelijker voor te stellen dat Rusland zich in het nauw gedreven voelt. Want het Westen geeft veel meer uit.’

Grandia verwijt de mainstream-media, zoals de nos, een eenzijdige informatiestroom. ‘De dreiging die ook van de Navo uitgaat voor landen die er geen deel van zijn, wordt nergens erkend’, vindt hij. De predikant herkent hierin wat in theologische termen de strijd tussen de kinderen van het licht tegen de kinderen van de duisternis wordt genoemd. ‘En wij zijn dan natuurlijk altijd de kinderen van het licht. Altijd de goeden.’

Als emeritus predikant verzorgt Grandia in verschillende kerken op zondag de dienst. De laatste paar maanden staan die grotendeels in het teken van oorlog en vrede. Zo sprak hij in september nog in Wateringen over de onmogelijkheid van een rechtvaardige oorlog. ‘Als mens en als christen moet je tégen oorlog zijn. Zeker nu Rusland Oekraïne is binnengevallen voelen we dat oorlog aan de grenzen van Europa ons allemaal aangaat. Dus moeten we ons ook extra inzetten om vrede te bewerkstelligen.’

Het is een boodschap die opvallend weinig weerklank vindt. ‘Hedendaags activisme vormt zich meer rond het klimaat’, ziet Grandia. ‘Het kritisch-pacifistisch denken wordt steeds minder.’

Oplands poster voor de Vredesdemonstratie in 1981 © Nationaal Archief / Spaarnestad foto

‘Poetin vind ik verschrikkelijk. Rusland is de agressor, daar is geen discussie over mogelijk. Bovendien hanteren ze een beestachtige manier van oorlogvoeren’, zegt Rudi Künzel, gepensioneerd docent geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Maar er wordt volgens hem een andere oorlog uit het oog verloren. ‘Dat is de grote oorlog tussen de Verenigde Staten en Rusland. De VS gebruiken Oekraïne om Rusland te tarten, uit te dagen. Dat vind ik uiterst gevaarlijk.’

De uitbreiding van de Navo in de jaren negentig van de vorige eeuw had niet moeten plaatsvinden, vindt Künzel. ‘Ik snap dat inwoners in de Oost-Europese landen dat graag wilden door de sovjetonderdrukking, maar ook Rusland moet zich veilig voelen. Een Finse oplossing was waarschijnlijk beter geweest voor die landen. Dus wél soevereine staten maar géén leger.’ De Russische inval is absoluut niet gerechtvaardigd, benadrukt hij. ‘Maar het Westen heeft zeker boter op zijn hoofd.’

Künzel was dertig jaar lid van de PvdA, maar zegde zijn lidmaatschap op toen de partij zijns inziens te weinig afstand nam van de Amerikaanse inval in Irak. Hij is geen pure pacifist. ‘Ik erken het recht op zelfverdediging.’ Hij is ook voor een Europees leger. ‘Anders worden we steeds meegezogen in Amerikaanse avonturen. Wij nemen nu de Amerikaanse wapens af en ze gaan straks een eventuele oorlog op ons grondgebied uitvechten. Dat is niet in het belang van de Europese burgers.’

Er had in het begin van de oorlog meteen onderhandeld moeten worden, vindt Künzel. ‘De Krim was al verloren, voor die twee gewesten in het oosten geldt hetzelfde. Oekraïne militair neutraal, dat bood Zelensky voor de oorlog ook aan. Dus waar gaat die oorlog eigenlijk over?’

Inmiddels is een nieuwe fase in de oorlog aangebroken waarin de Navo-landen massaal wapens sturen. De Britten hebben besloten om onder andere ook de moderne en zware Challenger 2-tanks te sturen. ‘Dan weet je dat de oorlog langer gaat duren, meer doden en meer verwoesting, meer armoede. Verschrikkelijk. Ik heb daar geen goed woord voor over.’

Aan beide zijden van de strijdende partijen vallen nu dagelijks honderden doden. ‘Dat is zeer treurig, en het is vervelend dat er in het Westen geen krachtige vredesbeweging is. Dit kan nog eindeloos gaan duren. Onderhandelen is echt het enige alternatief, hoe onaangenaam het ook is.’ De enige groep waarvoor hij nu sympathie heeft, is de Russische oppositie. ‘Grandioos, dat zijn echte helden. Zij komen in verzet ondanks alle risico’s.’

‘De Russische oppositie. Grandioos, dat zijn echte helden. Zij komen in verzet ondanks alle risico’s’

‘In de jaren zestig had je de slogan “fighting for peace is like fucking for virginity”, en dat is hoe ik erin sta’, zegt Lilit Zeltsburg in café Du Passage in Den Haag. ‘Hoeveel mensenlevens willen we verruilen voor een stabiele vrede?’

Door haar masters in zowel holocaust- en genocidestudies als Midden-Oosten-studies denkt Zeltsburg geregeld na over pacifisme. Volgens haar is het pacifisme als politieke stroming naar de achtergrond verdwenen, waardoor jongeren geen helder beeld meer hebben bij wat pacifisme betekent. ‘Pacifisme is niet meer iets om je achter te organiseren. In mijn omgeving en in de media zie ik voornamelijk het narratief dat we defensie nu juist nodig hebben. Geweld is acceptabel, want het doel heiligt de middelen’, zegt Zeltsburg. ‘Het cliché, uit het oog, uit het hart. We weten niet meer hoe oorlog er in werkelijkheid uitziet en wat het doet met mensen.’

‘Let’s take the borders, let’s beat the borders, let’s cross the lineeeee’, zingen Your Local Pirates in een donker zaaltje in Utrecht. Het is een zonnige namiddag, maar onder de tl-verlichting zitten zo’n veertig pacifisten. De meeste aanwezigen kennen elkaar al jaren, en de witte haren van de veelal mannelijke pacifisten liegen er niet om, de vertegenwoordiging bestaat vooral uit de oude garde.

De eerste spreker wordt geïntroduceerd, waarna via een videoverbinding de Oekraïense pacifist Yurii Sheliazhenko op het scherm verschijnt, want als dienstweigeraar kan hij niet fysiek aanwezig zijn. De blauwe spotlight is op hem gericht en op de achtergrond zijn grote vredestekens te zien, omringd door het woord vrede in verschillende talen. Sheliazhenko slaakt een diepe zucht en draagt een zelfgeschreven gedicht voor: Ridiculous War.

Na wat technische problemen spreekt ook de jonge Russische Alex Belik vanuit Tallinn over de manieren waarop jonge Russen zich aan de dienstplicht kunnen onttrekken, met een duidelijke noodkreet: word geen oorlogsmisdadiger.

De Belarussische dissident Olga Karatch is speciaal voor deze gelegenheid naar Nederland gekomen. Vanuit haar huidige standplaats in Vilnius pleit ze voor humanitarian corridors om jonge dienstweigeraars uit Belarus te helpen vluchten, want het is voor haar niet de vraag of het Belarussische leger in Oekraïne zal meevechten, maar wanneer.

De Duitse Stephan Brües introduceert landgenoten Christine Schweitzer en Rudi Friedrich met gedichten. Er worden oneliners als ‘abolish war or war will abolish us’ en andere oproepen om de oorlog te stoppen gescandeerd. Aanwezigen knikken mee of zitten knikkebollend in het publiek, pen en papier op schoot. Wat opvalt aan het programma: slechts één Nederlandse pacifist neemt plaats op het podium, een spreker van vredesorganisatie Stop Wapenhandel.

Waar zijn de Nederlandse pacifisten gebleven? De organisator Reinoud Doeschot antwoordt met enige zelfspot: ‘It’s a dying breed.’ Voor de coronapandemie was het oorspronkelijke idee om jongeren die zich bezighouden met klimaatactie te verbinden met oudere pacifisten, om van elkaar te leren hoe je geweldloos verzet kunt plegen. ‘Je ziet het nu overal’, zegt Doeschot, ‘van het vastplakken aan schilderijen tot en met het op straat gaan zitten om het verkeer te belemmeren. Dat komt allemaal uit de toolbox van geweldloos verzet.’

Vrouwen tijdens een vredesdemonstratie in Den Haag, waar de eerste Haagse Wereldvredesconferentie wordt gehouden in 1935 © Nationaal Archief / Spaarnestad foto

In tijden van oorlog is een pacifist een betreurenswaardig figuur, stelt Willem de Haan in het essay Waarom ik pacifist blijf, want de Russische inval van Oekraïne is volstrekt onacceptabel. ‘Hoe kun je er dan voor pleiten om niet terug te vechten?’ Bovendien staat er in Oekraïne nog iets anders op het spel. ‘Daar wordt westerse vrijheid en democratie verdedigd’, citeert hij de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock van Die Grünen. ‘Breng daar als pacifist maar eens iets tegenin.’

De Haan werd 43 jaar geleden als 22-jarige jongen door de krijgsraad in Arnhem veroordeeld omdat hij bij de keuring geweigerd had zijn schoenen uit te trekken. Als totaalweigeraar ging hij achttien maanden naar de gevangenis. Nog steeds draagt hij een gebroken geweertje op zijn revers.

Zelensky had na de Russische inval ook andere keuzes kunnen maken, vindt hij. ‘Hij had voor geweldloos verzet kunnen kiezen, stakingen, demonstraties, non-coöperatie.’ Maar laat de recente geschiedenis in Syrië en ook Belarus niet zien dat keiharde dictators dan enorme repressie inzetten? ‘Ja’, antwoordt De Haan, ‘het is ook een moeilijke keuze, met soms vreselijke gevolgen, en het zal lang duren voordat de zachte krachten overwinnen. Maar de Russische bezetting van Afghanistan eindigde vooral omdat de Russische moeders opheldering eisten over het lot van hun zonen. Het kan wél.’

Uiteindelijk draait het voor hem om een morele vraag. ‘Vind je dat je een ander mens kunt doden? Mijn antwoord is nee. En het maakt het extra schrijnend als het gewone Russische jongens zijn die gedwongen worden te dienen.’

Twee weken geleden riepen enkele tientallen Nederlanders, verenigd in de zogenoemde Golfgroep, waaronder oud-minister Hedy d’Ancona, voormalig president van De Nederlandsche Bank Nout Wellink en hoogleraar Ewald Engelen de regering op om haar grondwettelijke plicht tot het bevorderen van de internationale rechtsorde serieus te nemen, bijvoorbeeld door zich in EU-verband in te spannen om de strijdende partijen aan de onderhandelingstafel te brengen. ‘Hoe eerder de wapens zwijgen, hoe beter dat voor alle betrokkenen is – voor de Oekraïners, de Russen en de rest van de wereld.’

Een prima initiatief, vindt De Haan. ‘Want het alternatief is een eindeloze oorlog met honderdduizenden doden.’ Zelf heeft hij contact met Oekraïense pacifisten. ‘Die demonstreren elke week in Kyiv bij het standbeeld van Gandhi tegen de oorlog. Ik put hoop uit dit soort kleine acties.’

Omhoog, omlaag, bij iedere stap deint de puppy mee. Uit een militaire rugzak in schutkleur steekt een zwartbruine kop, grote ogen, hangende oortjes. De twee militairen lopen kletsend voort, in de verte is een knal te horen. Deze video ging viraal op Twitter.

Op een TikTok-filmpje is te zien hoe een Oekraïense militair hard op een Russische militaire helm trapt, een flinke deuk is zichtbaar. Hij pakt een groot mes en steekt het met gemak door een tweede helm heen. Op de achtergrond klinkt luid gelach. Dat dit bewust wordt gedaan is geen geheim. President Zelensky deed op 24 februari al een beroep op het Russische volk. In het Russisch adresseert hij onder anderen publieke figuren, journalisten, muzikanten, acteurs, atleten, wetenschappers, dokters. De opsomming sluit hij af met ‘tiktokkers’.

Dat schattige dieren een succesformule zijn op sociale media is niet nieuw, maar toegepast op een oorlog wel. Sinds de Russische invasie van Oekraïne zijn ook sociale media als TikTok onvolmaakte verslaggevers van oorlogstijd geworden, waarvan filmpjes regelmatig ook als nieuwspublicatie eindigen.

‘Het is ongelooflijk’, reageert Reinoud Doeschot. ‘Het lijkt een wedstrijd die je moet winnen. Maar dat betekent ook dat er doden en slachtoffers moeten worden gemaakt. Het lijken abstracties, “honderdduizend doden”, maar daar zitten families en vrienden achter. Mensen worden tot een bepaalde hoogte van fanatisme geleid waarin alles vervolgens geoorloofd is.’

Een half jaar later hangt de meterslange Oekraïense vlag nog stoïcijns voor de Russische ambassade in Den Haag. Binnen het initiatief zijn de meningen verdeeld over pacifisme als gedachtegoed. De wacht wordt nog dagelijks gehouden, voor de vlaggenwachter van het uur betekent stoppen een overgave. De gekleurde kaartjes zijn vandaag niet opgehangen, de herfstwind blaast te hard. Op sommige vlaggen staat het woord ‘peace’ geschreven en op andere een vredesduif met een olijftak in de snavel.

Gehuld in een donkerblauw windjack houdt René de wacht. ‘We staan nu hier, maar we kunnen eigenlijk het hele jaar door bij allerlei andere ambassades staan. Ik zou helemaal geen oorlog meer willen op de wereld. In de jaren zeventig bloeide een pacifistische gedachte op, de wereld veranderde enorm. Popmuziek was in opmars, waarin ook veel anti-oorlogsteksten werden gezongen. In de jeugdsoos die we hadden gekraakt in mijn dorp hadden we allemaal lang haar, waren we allemaal vredelievend en we zaten symbolisch met elkaar een vredespijp te roken.’

Vanuit diezelfde gedachte ging René ook naar vredesdemonstraties, tegen de Vietnamoorlog, Ban de Bom. Een speldje van Ban de Bom zat vast aan zijn kleding. Bij een herkeuring kon hij de dans van de dienstplicht niet ontspringen met zijn ‘chronische hoofdpijn’. Administratief werk voor de landmacht werd zijn middenweg.

‘Onder geestelijke verzorgers hadden we een paar bezinningsdagen tijdens de militaire dienst’, vertelt René. ‘Zo haaks op het instituut waar het leger voor stond! Op onze baretten stond een insigne en toen we tijdens een moment voor onszelf mochten knutselen, hebben we een Ban de Bom-teken gemaakt en op onze baret gespeld. Daar liepen we dan een dag mee rond.’

Volgens René zijn mensen heel individueel gaan leven, bepaalde groepsverbanden zijn weg. ‘In de kerk bad je voor vrede, in het kader van vredelievendheid en naastenliefde. Individuen met pacifistische gedachten vinden elkaar minder, en de initiatieven zijn versnipperd. En de pacifistische beweging op zichzelf? Die is weg.’

Vanuit de Golfgroep is er een petitie opgesteld aan de Nederlandse regering over de oorlog in Oekraïne.