Dit artikel is onderdeel van Het Groene Lab.

Het Groene Lab is de kweekvijver van De Groene en publiceert verhalen en essays van jong talent. Iets insturen? Mail ons via lab@groene.nl.

De vriendin als ghostwriter

De vrouwenvriendschap heeft een ongemakkelijke status. Jacques Derrida observeerde al eens dat er binnen onze cultuur geen werkelijke mogelijkheid bestaat de vriendschap tussen twee vrouwen volledig te erkennen. Een essay over vriendinnen op Instagram, Connie Palmens De vriendschap en de Napolitaanse romans van Elena Ferrante.

My Brilliant Friend © HBO

Een Instagram-influencer, een beste vriendin en een groot oplichtingsschandaal vormden de afgelopen maanden een bubbel van aandacht rond de Amerikaanse Natalie Beach en Caroline Calloway. Caroline, die eerder beschuldigd was van het oplichten van haar volgers door neppe ‘creativiteitsworkshops’ te organiseren, werd in een smeuïg essay van de hand van haar vriendin Natalie verweten dat zij het werk dat haar beste vriendin in haar Instagram-account had gestopt geheimhield. Natalie benoemde zichzelf in dat essay tot Caroline’s ‘ghostwriter’. Ze beschrijft niet alleen hoe ze Caroline’s Instagram-narratief vormgaf, maar ook hoe Caroline zich schuldig had gemaakt aan allerlei vormen van vriendschapsverraad. In een wereld die steeds verder van de werkelijkheid verwijderd was, ‘stampte zij rond in een geïdealiseerde versie van New York in haar “ik-verdien-het-om-hier-te-zijn-laarzen”’, aldus Natalie.

Natalie’s verhaal wordt gedreven door een klassieke interactie in de jongvolwassen-meisjes-fictie: een zorgvuldig afgewogen vorm van zelfhaat die wordt geuit via een hoofdpersonage dat haar gevoel van eigenwaarde constant afmeet aan haar beste vriendin – een vriendin die van alles fout doet maar alsnog als winnaar uit het verhaal zou moeten komen.

Dat meisjesfictie draait om zo’n onderlinge strijd waarin een hardnekkige vorm van onzekerheid centraal staat, is niet gek. Meisjes wordt al jong aangeleerd onzekerheid – het liefst over het uiterlijk – centraal te stellen in hun leven. Andere meisjes, en vooral de manieren waarop zij wél voldoen aan de idealen van het vrouw-worden, fungeren in dat proces als een spiegel waar je nooit van weg kunt lopen. Een spiegel waar je je wanhopig aan vastklampt. Die spiegel staat resoluut in het midden van alle bekende tienerverhalen. Denk maar aan de manier waarop Dunya en Desi zich aan elkaar afmeten, of Gossip Girl-helden Blair en Serena. Het ene personage wordt geïntroduceerd als knap en het andere als slim: laat hier de strijd beginnen om het perfecte vrouwelijke totaalpakket te worden.

Deze dynamiek ben ik zo vaak tegengekomen in mijn leven, ik kan hem zelfs traceren naar mijn vroegste herinneringen aan vriendschap. Als kind op de camping in Zuid-Frankrijk bijvoorbeeld. Ik ben enig kind, onhandig, verlegen en niet thuis in de taal van sociale interacties die gesproken wordt in het zwembad dat ik vanuit mijn ooghoek zie liggen. Aan het zwembad zit een meisje waarvan ik later leer dat zij Nikki heet. Haar haren zijn op dezelfde manier gevlochten als die van de twee andere meisjes aan het zwembad. Ze dragen alle drie een triangelbikini, precies zo een als ik niet mocht hebben van mijn moeder. Ik kijk beteuterd naar mijn zwempak.

Dat Nikki en ik uiteindelijk vriendinnen worden, is niets minder dan een wonder. Als het aan mij had gelegen was ik de rest van de vijf weken op de camping iedere dag achter het hekje van het zwembad blijven wachten. Van onze gesprekken kan ik me weinig herinneren. De namen van de twee andere meisjes waar we mee speelden, weet ik niet eens meer. Wat me wel levendig voor de geest staat is het gevoel dat ik alles wilde hebben wat Nikki had. Ik wilde een bikini zoals die van Nikki, vlechtjes zoals die van Nikki, hetzelfde accent als Nikki en de lipgloss van Nikki. Als we na het zwemmen samen gingen douchen, gebruikte ik haar shampoo met witte nectarine en roze koraalbloem. Ik wilde slapen in de caravan waar zij sliep en na de vakantie mee teruggaan naar Alphen, waar zij vandaan kwam. Ja, als het aan mij lag, dan mocht ik best volledig veranderen in Nikki.

Dat totalitaire verlangen naar het leven en zelfs het lichaam van iemand anders wordt vaak geuit via romantiek en seks. Maar is het eigenlijk wel zo specifiek gebonden aan een seksuele relatie? Toen Jacques Derrida in 1997 in een interview werd gevraagd waarom hij een boek had geschreven over vriendschap, zei hij dat de marginale status van deze relatie in het politieke veld hem fascineerde. Juist de ogenschijnlijke paradox tussen ‘vriendschap’ en ‘politiek’ bewoog hem ertoe The Politics of Friendship te schrijven. Hij omschrijft vriendschap als ‘een contract tussen twee jonge mannen waarin staat dat de een de ander zal overleven en daarmee de ander erfgenaam zal maken. Dit sluit vriendschappen tussen mannen en vrouwen, of tussen vrouwen uit. Vrouwen zijn dus compleet uitgesloten uit dit model. Het figuur van de broer, van broederschap, ligt centraal in dit canonieke model’. Voor de relaties tussen vrouwen heeft dat volgens Derrida verstrekkende gevolgen: ‘Het betekent niet dat vrouwen geen vriendschap kunnen hebben met een man of een andere vrouw. Het betekent simpelweg dat binnen deze cultuur, in deze samenleving, er geen stem en geen discours is, geen mogelijkheid tot het erkennen van de vriendschap tussen vrouwen.’

Tegenover het universele karakter van broederschap staat dus de vrouwenvriendschap als subcategorie die niet thuishoort in een filosofische traditie die draait om de universele ethische verhouding tussen het zelf en de ander. Het geeft de vrouwenvriendschap een ongemakkelijke status.

***

Toch is de vrouwenvriendschap niet alleen een onderwerp dat vaak terugkomt in jongvolwassenfictie. Ook in de Nederlandse literatuur zijn voorbeelden te vinden van romans die zich richten op de vriendschap tussen vrouwen, zoals Alma Mathijssens Vergeet de meisjes en Connie Palmens De vriendschap. Het verhaal van De vriendschap draait om de wens van het hoofdpersonage Kit om het twee jaar oudere meisje Ara als beste vriendin te veroveren en te behouden. De roman staat bol van de liefdesverklaringen aan Ara en is volledig geschreven vanuit het personage Kit. Lof voor haar ravenzwarte haren, haar ogen om in te verdrinken, hoe het is om tegen haar aan te zitten op het schoolplein en na school te helpen met haar huiswerk. Kit doet er alles aan om met haar geliefde samen te zijn. Het is liefdevol maar niet per se seksueel, hoewel het een het ander natuurlijk niet uitsluit. Dit is ook waar de volwassenliteratuur zich onderscheidt van de jongvolwassenliteratuur, waarin seksuele experimenten met jongens een grote rol spelen maar erotische gevoelens tussen vrouwen pertinent ontbreken. Wanneer Kit in De vriendschap reflecteert op haar gevoel voor Ara in vergelijking met haar gevoel voor jongens, zegt ze: ‘Volgens mij zit het met de liefde pas goed als het je lukt om je verlangen te vervullen, zonder je verlangen zelf te vernietigen. Meestal mislukt dat. Behalve bij Ara.’

Palmens spel met verliefdheid en vriendschap plaatst de relatie tussen Kit en Ara op wat Adrienne Rich het ‘lesbisch continuüm’ zou noemen. In 1980 schrijft zij het essay Compulsory Heterosexuality and Lesbian Existence uit frustratie met de dominante heteroseksuele norm binnen het feminisme. De keuze van vrouwen om andere vrouwen als levenspartner te kiezen wordt te vaak verborgen en ‘aangezien de term “Lesbienne” opgehouden is aan krappe, klinische associaties in patriarchische definities, zijn vriendschappen tussen vrouwen apart gezet van het erotische, en is hierdoor ook de definitie van het erotische te krap begrepen’, schrijft Rich. Daarom introduceert zij het lesbische continuüm van relaties, waarin ook relaties tussen vrouwen die niet seksueel zijn opgenomen kunnen worden.

Voor Palmen is liefde vooral iets dat draait om oneindigheid, dat geldt net zo goed voor de romantische relaties die zij beschrijft als voor de vriendschappelijke. Om haar lezers een belofte te doen van die oneindigheid, van trouw, beschrijft zij de relatie tussen Kit en Ara grotendeels als een harmonieuze samenkomst. Het maakt het verhaal dodelijk saai. Natuurlijk is Palmen niet vergeten om zo nu en dan een ruzie tussen de twee personages te beschrijven, maar een echte strijd tussen Ara en Kit valt nergens te bekennen. Het is een voorbeeld van de omschrijving die N+1-hoofdredacteur Dayna Tortorici gaf in reactie op de opkomst van de vrouwenvriendschap in recente literatuur. Vrouwenvriendschap is volgens haar een ‘ambigue allesomvattende term die lichtelijk doet denken aan een slaapfeestje.’

In de winter van 2002 komt Nikki een weekend bij mij logeren in Houten. We hebben elkaar maanden niet gezien. Op de twee matrassen die op de grond van mijn slaapkamer liggen, kletsen we tot diep in de nacht. Nikki ziet er ook in de winter leuker uit dan ik. Ze draagt een topje met blote schouders en in haar tas zitten niet alleen extra kleren en een tandenborstel maar ook een tasje met make-up, gevuld met ronde potjes HEMA-lipgloss en metallic oogschaduw. Nikki heeft wel twaalf potjes op elkaar geschroefd. Als ze op zondagochtend haar spullen aan het pakken is, verstop ik expres de HEMA-lipgloss achter de bank. Mijn theorie is dat die daar ook best vanzelf heen had kunnen rollen, en als Nikki haar lipgloss hier op die manier ‘per ongeluk’ achterlaat, dan kan ik voortaan ook met lipgloss door het leven. Ik beeld me in dat zij het meest populaire meisje is op haar school in Alphen en dat ik dat nu ook kan worden in Houten.

Ik denk me een weg te kunnen vechten uit de pesterijen op school via mijn beeld van Nikki. Als ik dezelfde make-up draag, als ik me spiegel aan haar, kan ik misschien ontsnappen aan hoe ik als tiener mezelf begreep: als nerd, als loser, als een lelijk meisje dat het verdient om belachelijk gemaakt te worden. Zo’n interactie tussen hoe ik Nikki ophemel en mezelf de put in praat, is ook te vinden in de beroemde ‘Napolitaanse romans’. Onder het pseudoniem Elena Ferrante kwamen sinds 2012 vier romans uit die de vriendschap tussen Lenú (afkorting van Elena) en Lila omschrijven. Het zijn klassieke romans, wier populariteit waarschijnlijk vooral te danken is aan de omschrijvingen van de hoofdpersonages, die specifiek genoeg zijn voor het Napolitaanse leven om de interesse van buitenlandse lezers te wekken, maar tegelijkertijd ook spelen met de archetypische relatie tussen een dominante en een onderdanige vriendin. Je wordt aangetrokken door de omschrijvingen van de Napolitaanse zomerdagen en blijft voor de relatie die zo sterk overeenkomt met een relatie die je zelf hebt.

De romans worden, net als Palmens roman, vrijwel volledig in de eerste persoon verteld door een van de vriendinnen. Lenú vertelt zowel haar eigen verhaal als dat van Lila via een terugblik, soms via haar eigen herinneringen en later ook via de dagboeken van Lila. Lenú schrijft dus, op een vergelijkbare manier als waarop Natalie dat deed, het leven van haar vriendin op en opent zo het narratief van de vriendschap: een strijd van een gespiegeld zelfbeeld dat zich uitspeelt via een vraagstuk over het auteurschap van de vertelling.

In het geval van de Napolitaanse romans is die vertelling niet altijd eenduidig. Er worden veel momenten omschreven waarop de status van de vriendschap onzeker is. ‘En toch, zelfs wanneer we in andere steden leefden en we elkaar vrijwel nooit zagen, en zij zoals gewoonlijk geen contact opnam en ik mijn best deed om dat ook niet te doen, hing haar schaduw over me heen, maakte het me depressief, trots, opgelucht en gaf het me geen rust.’ In het derde deel van de Napolitaanse romans omschrijft Lenú lange perioden waarin de twee vriendinnen van elkaar verwijderd zijn en alsnog door elkaars ogen blijven leven. ‘Misschien zit Lila nu ook gebogen over een notitieblok, te schrijven over mij. Misschien denkt ze aan me. Misschien vinden we elkaar weer terug.’ Ferrante bevraagt op die manier wat het betekent om iemand te zien als een levenspartner: hebben Lenú en Lila, ook als zij niet door een familiestructuur aan elkaar verbonden worden, toch op een onzekere manier levenslang voor elkaar gekozen?

Hoewel er door Lenú niet afgeweken wordt van de vertelling, is het in de romans vaak onduidelijk wanneer we de gevoelens en waarnemingen van Lenú lezen, en wanneer deze eigenlijk van Lila zijn. De personages internaliseren elkaars gedachten, zelfs de gedachten van elkaar over elkaar. Het heeft iets kannibalistisch: de vriendinnen zijn zo vervlochten dat er van individuele gedachten geen sprake meer kan zijn. Althans, ze zijn niet te onderscheiden van de gedachten van de ander. Waar in De vriendschap de woorden van Kit duidelijk overeenkomen met haar eigen belevingswereld, is het in de Napolitaanse romans niet duidelijk of Lenú’s woorden ook wel echt haar ervaringen representeren.

***

Om het verschil tussen vertelling en perceptie te duiden, ontwikkelde literatuurwetenschapper Mieke Bal het concept focalistie: de point of view van het verhaal. Terwijl de verteller vaak centraal staat in de manier waarop een roman wordt geïnterpreteerd, is het in de Napolitaanse romans de focalisator die net zo goed het verhaal beïnvloedt. Hoewel Lenú het verhaal vertelt, is het meestal Lila’s blik die we volgen. Via wat zij ziet, bevestigt Lila haar macht over het verhaal. In het vierde deel maakt de schrijver dit zelfs expliciet: ‘Lila beheerst de verbeelding van anderen of ze laat ze vrij, zoals ze maar wilt, met slechts enkele woorden. Dat is haar manier van spreken, stoppend, waarna zij de beelden en emoties de vrije loop laat gaan zonder dat ze daar nog iets aan toevoegt.’

De opmerking weerspiegelt een stijl waarin het onduidelijk is waar Lenú eindigt en Lila begint, of waar Lila eindigt en Lenú begint. Doordat de herinneringen van de twee vriendinnen door elkaar heen lopen, wordt Lenú’s gevoel van eigenwaarde compleet beheerst door Lila. Lenú positioneert zichzelf als de passieve helft van Lila. Als de vriendin die opkijkt tegen de moedige en brutale Lila. Lila, die beter is op school, eerder een serieuze relatie heeft en zich makkelijker uitspreekt. Over dat verschil mijmert Lenú zelfs expliciet: ‘Het had mijn voorkeur toen ze anders was dan ik, ver weg van mijn angsten. En het gevoel van ongemak dat de ontdekking van haar kwetsbaarheid mij bracht werd getransformeerd door een geheime weg naar mijn eigen behoefte om beter te zijn’. Toch is het Lila die aan het einde van de roman de woorden uit de titel, Mijn geniale vriendin, uitspreekt over Lenú.

Tussen Lenú en Lila heerst een strijd die, in tegenstelling tot de zelfverachtende spiegeling die centraal staat in meisjesfictie, ervoor zorgt dat de twee personages constant boven zichzelf uit blijven stijgen. Zowel professioneel, door het spiegelen van elkaars talenten, als persoonlijk, door het leren van de fouten van de ander. Na vier romans is de ontknoping dat Lenú de volledige reeks romans heeft gemodelleerd naar een verhaal dat Lila schreef toen ze jong was. Het zet het spel van het schrijverschap dat startte met het gebruik van het pseudoniem nog verder door: zijn dit nou Lenú’s of Lila’s romans? Wie heeft eigendom over dit verhaal? Wie bepaalt welke richting ze opgaan?

De intimiteit van de vriendinnen brengt een gevoel van jaloezie naar voren dat de diepe verstrengeling van de twee vrouwen in elkaars leven alleen maar verder bevestigt. Het ego moet constant plaatsmaken voor de ander, op een manier die de individuele ontwikkeling die vaak centraal staat in het in-eerste-persoon-geschreven verhaal ondermijnt. De machtsstrijd van Lenú en Lila over het verhaal zorgt voor een intimiteit die soms zo explosief groeit dat het voor afstand tussen de twee zorgt. Als de gelijke zijden van een magneet kunnen ze in hun gedeelde ambities soms niet dichtbij elkaar komen. De vertelling in de eerste persoon laat het toe om een beeld te schetsen waarin het lijkt alsof Lila de uitdager is en Lenú de uitgedaagde; Lila de dominante, soms zelf wrede initiatiefnemer en Lenú het ondergeschikte slachtoffer van haar bewind. Tegelijkertijd wordt die vertelling zo tot het uiterste gedreven dat een lezer wantrouwig raakt. Het laat zien wat de oplettende lezer ook in Gossip Girl of het Instagram-exposé van Natalie had gelezen: hoewel één vriendin altijd als populairder, langer, slanker, knapper of slimmer afgeschilderd zal worden, is er in deze vriendschappen meestal niet echt sprake van een winnaar.

Want hoewel Lila Lenú in de steek laat door het huwelijk te verkiezen boven hun gedeelde carrière op school, is het Lenú die Lila’s verhaal verwerkt tot haar eerste roman. Het verraad is tweezijdig. Juist dat verraad verbindt de meisjes. Niet om uiteindelijk het ene of het andere personage tot winnaar te verklaren, maar om te laten zien dat het succes van de een noodzakelijk dat van de ander beïnvloedt. Hiermee breekt Ferrante binnen in de canon van de vriendschap die volgens Derrida door mannen overheerst wordt. Op uitzonderlijke wijze leven haar personages in een waarheidsgetrouwe patriarchische wereld maar ontwikkelen zij zich niet alleen langs de lat van het normatief vrouw-zijn. Het is een subtiele en excellente manier om een roman te schrijven die niet tegen het leven verhaalt en toch de structuren van het leven weet te bevragen. Dat is wat Ferrante omschrijft, niet alleen in het tedere moment dat Lenú en Lila naast elkaar op een bankje zitten te wachten op een echo wanneer ze tegelijkertijd zwanger zijn. Ook in de momenten dat de vriendschap niet lijkt te bestaan, wanneer ze geen contact hebben en elkaars levensstijl afwijzen, is het het beeld van de ander dat richting geeft aan hun individuele levens.

***

Als twee jaar na ons slaapfeestje het platform Hyves online gaat, krijg ik een vriendschapsverzoek van Nikki. Nadat ik haar heb geaccepteerd scroll ik door mijn eigen profiel en vraag ik me af wat zij ervan zal denken. Vindt ze mijn achtergrond mooi? Zijn mijn krabbels leuk? Laten mijn foto’s wel zien hoeveel plezier ik heb? Ik kijk, via het profiel, met haar ogen naar mezelf.

Hyves was een spiegel in de vorm van Nikki, zoals Caroline’s Instagram-account de spiegel van Natalie was geworden. Wat ik zie is niet zozeer een reflectie van Nikki maar eerder een reflectie van mijn beeld van haar, gevoed door een idee over wat het betekent om een leuk en aantrekkelijk meisje te zijn. Zo’n spiegelbeeld vormt een heel vruchtbare bodem voor meisjesliteratuur, waarin het hoofdpersonage gevangen moet blijven in haar jaloezie en afgunst ten opzichte van haar vriendin. Maar voor de vrouwenvriendschap van de volwassen vrouw moet die jaloezie een andere vorm aannemen, niet door te verdwijnen naar de achtergrond maar door op de voorgrond uit de ketens van die gevangenschap te breken.

De auteur moet, kortom, uit de schaduwen van haar rol als ghostwriter stappen om de strijd met haar vriendin aan te gaan. Niet door elkaar te idealiseren, zoals Kit dat deed in De vriendschap, maar door elkaar juist te erkennen in elkaars onvolmaaktheid. En door de onzekerheid en fragiliteit van de vriendschapsrelatie door het hele verhaal te laten leven. Moedig en breekbaar. Dat is wanneer vrouwen zich begeven op het gevaarlijke, onzekere en spannende terrein van de vriendschap. Een terrein waar vrouwen zich natuurlijk, ondanks Derrida’s correcte observatie dat we niet tot de canon behoren, altijd al op begaven. Verhalen zoals de Napolitaanse romans geven stem en discours aan hetgeen dat altijd al bestond: vrouwen die richting geven aan hun leven via het leven van andere vrouwen. Als vriendin, minnaar, geliefde, zus en moeder.

Terwijl het narratief van de vrouwenvriendschap zich beweegt richting de canon, wordt de spiegel kapot geslagen om te ontdekken dat er geen winnaars zijn. Of dat er alleen maar winnaars zijn. Mijn geniale vriendin, je duikt altijd weer op in mijn gedachten, zelfs wanneer ik dacht met iets totaal anders bezig te zijn.


Dit essay kwam tot stand binnen een traject van De Nieuwe Garde. Emma van Meijeren tijdens bij het schrijven begeleid door Miriam Rasch