Bloemlezing Jean Baudrillard over Amerika

De vrijheid van de snelweg

Het land waar Disneyland authentiek is zette Jean Baudrillard aan tot scherpe en verwonderde bespiegelingen over de Nieuwe Wereld en haar bewoners. ‘Wij zijn vrij van geest, maar zij zijn vrij in hun daden.‘

‘Dit boek’, schreef de Amerikaanse estheticus Hal Parker over Jean Baudrillards Amérique, ‘beantwoordt de, overigens door niemand gestelde, vraag hoe het zou zijn als Alexis de Tocqueville and Jack Kerouac wat benzedrine zouden nemen, te veel kritische theorie zouden lezen en door Amerika zouden rijden om er een krankzinnig boek over te schrijven.’ Het evocatieve Amérique, ooit in het Nederlands vertaald als Sideraal Amerika, is de parel uit het oeuvre van de eerder dit jaar overleden Franse filosoof. Bovendien is het Baudrillards enige empirische studie, grotendeels verricht met zijn handen aan het stuur van de auto waarmee hij het land ruim boven de maximaal toegestane snelheid doorkruiste.

Land? Paradijs! Terwijl in de Europese koffiehuizen eindeloos was nagedacht, geschreven en gedelibereerd over de moderniteit bleek deze langs de zijlijn van de geschiedenis op een letterlijke manier te zijn gerealiseerd. In de Nieuwe Wereld had men simpelweg de denkfase overgeslagen. In de woorden van Baudrillards landgenoot Georges Clemenceau (ook wel toegeschreven aan Oscar Wilde): ‘Amerika is het enige land dat op miraculeuze wijze de stap van barbarij naar decadentie heeft gezet, zonder het gebruikelijke intermezzo van beschaving.’

Het resultaat was onder meer een concrete, functionele vorm van vrijheid, niet zozeer fijnzinnige, geestelijke vrijheid die de Europese intelligentsia voor ogen had als wel een soort snelkookvrijheid, een simulatie van vrijheid, de vrijheid om te kiezen tussen het kopen van een Cadillac en een Ford.

Was Amérique ironisch bedoeld? Daarover ontstond meteen na publicatie in 1988 verwarring. In ieder geval was het een provocatie in de richting van de Amerika-vrezende Gauloisedenkers, waar Baudrillard een haat-liefdeverhouding mee had. Baudrillard was moe van het Europese discours, van het vernuftig doch eindeloos recyclen van filosofen wier achternamen altijd met een H plegen te beginnen. Wat dat betreft kan veldonderzoek verfrissend werken, zeker wanneer daar de radicale gevolgen zichtbaar zijn van de theorieën die tijdens deze filosofische denkoefeningen worden behandeld. Baudrillards enthousiasme leek op dat van een bioloog die een nieuwe vorm van leven heeft ontdekt, waarvan hij het bestaan reeds op intuïtieve wijze had vermoed. Dat het schepsel eruitziet als een kruising tussen een naaktslak en een duizendpoot zal zijn vreugde nauwelijks temperen. Het is de fascinatie. Een bloemlezing van die fascinatie.

Over zijn modus operandi

‘Mijn jachtvelden zijn de woestijnen, de bergen, Los Angeles, de freeways, de safeways, de spooksteden, of de binnensteden, niet de lezingen aan de universiteit. Ik ken de woestijnen, hun woestijnen, beter dan de Amerikanen zelf, daar zij hen de rug hebben toegekeerd net zoals de Grieken dat deden met de zee, en ik kom in de woestijn meer te weten over het concrete, sociale leven van de Amerikanen dan door het bezoeken van officiële of intellectuele bijeenkomsten.’

Over hoe de televisieschermen

er een eigen leven zijn gaan leiden

‘Het lachen op de Amerikaanse televisie heeft de plaats ingenomen van het koor in Griekse tragedies. Het is overal; alleen het nieuws, de beurs- en de weerberichten zijn gevrijwaard. Maar het is zo obsessief dat je het hoort op de achtergrond bij Reagans stem of de terroristische aanslag op de mariniers in Beiroet. Het klinkt zelfs op de achtergrond bij de reclameblokken. Het is als het monster dat in Alien door de gangen van een ruimteschip sluipt. Het is de sarcastische vreugde binnen een puriteinse cultuur. In andere landen is het lachen voorbehouden aan de kijkers. Hier klinkt hun gelach op het scherm, geïntegreerd in de show. Het beeldscherm lacht en vermaakt zich. Als kijker zit je alleen met je ontsteltenis.’

Over hoe de verzorgingsstaat

zich beperkt tot de snelwegen

‘Voor degenen die de Amerikaanse freeways kennen, vormen de verkeersborden een litanie. “Right lane must exit.” Dit “must exit” heb ik altijd begrepen als een lotsbestemming. Ik moet er vandoor, mezelf verwijderen uit dit paradijs, deze zorgzame snelweg die nergens heen leidt, maar me wel met iedereen in contact houdt. Dit is de enige echte samenleving of warmte hier, deze collectieve stuwkracht, deze dwang – deze dwang van lemmingen die massaal zelfmoord plegen. Waarom moet ik mezelf losscheuren, in de richting van een individueel traject? “Must exit”: je bent veroordeeld.’

Over het probleem

van de authenticiteit

‘Ter gelegenheid van de tweehonderdste verjaardag van de Franse Revolutie zullen in Los Angeles de Revolutionaire Olympische Spelen worden gehouden. De vlam van de geschiedenis bereikt de Westkust. Dit is gebruikelijk. Alles wat in Europa verdwijnt, duikt weer op in San Francisco. We mogen uitzien naar een reconstructie van de grote revolutionaire gebeurtenissen in gigantische hologrammen, de meest uitgebreide archieven, een complete filmbibliotheek, de beste acteurs, de beste historici. Over een eeuw kunnen we het verschil niet meer vertellen. Het is dan alsof de Franse Revolutie hier plaatsgevonden heeft. Als de villa van J. Paul Getty in Malibu opeens wordt overspoeld door lava, wat zal dan, over een paar eeuwen, het verschil zijn tussen dat gebouw en de ruïnes van Pompeï?’

Over de sociologie van het

strand en de bijbehorende kuilen

‘Om een idee te krijgen van het abominabele gewicht van onze cultuur hoef je alleen maar een Frans gezin te zien neerstrijken op een Californisch strand. Waar de Amerikaanse groep open blijft, daar creëren de Fransen een gesloten ruimte. Het Amerikaanse kind struint rond, terwijl het Franse bij de ouders blijft. De Amerikanen zorgen ervoor dat ze genoeg bier en ijs inslaan; de Fransen zien erop toe dat sociale codes worden gevolgd, en dat ze een theatraal welzijnsspektakel opvoeren. Mensen bewegen veel op Amerikaanse stranden; de Fransen blijven op hun afgebakende zanddomein. De Fransen maken een voorstelling van hun vakantie, maar de middelmatigheid van hun kleinburgerlijkheid blijft aanwezig. Wel, je kunt veel zeggen van Amerikanen, maar ze zijn middelmatig noch kleinburgerlijk. In ieder geval bezitten zij geen aristocratische gratie; ze bezitten een gemak dat uit de ruimte afkomstig lijkt te zijn, een gemak van mensen die veel ruimte hébben, en dit neemt de plaats in van adellijke antecedenten. De vrijheid van lichaamsbeweging welke samenhangt met de ruimte die ze hebben, compenseert de simpelheid van hun voorkomen en karakter. Vulgair, maar “gemakkelijk”. Wij hebben een cultuur van vertrouwelijkheid welke goede manieren en affectie waarborgt; zij hebben de democratische cultuur van de ruimte. Wij zijn vrij van geest, maar zij zijn vrij in hun daden.’

Over hoe het paradijs eruitziet

‘Maar ziet een geslaagde utopie er werkelijk zo uit? Is hier sprake geweest van een succesvolle revolutie? Jazeker! Hoe denk je dat een “succesvolle” revolutie eruitziet? Het is een paradijs. Santa Barbara is een paradijs; Disneyland is een paradijs; Amerika is een paradijs. Paradijs is gewoon een paradijs. Hoe triest, monotoon of oppervlakkig het ook moge zijn, het is een paradijs. Er is geen ander. Wanneer je bereid bent om de gevolgen van je dromen – niet alleen de politieke of de sentimentele, maar ook de theoretische en culturele – te accepteren, dan moet je het Amerika van vandaag met hetzelfde naïeve enthousiasme benaderen als de generaties die de Nieuwe Wereld ontdekten. Met datzelfde enthousiasme tonen de Amerikanen thans hun eigen succes, hun eigen barbaarsheid, hun eigen macht.’

Over het marxisme dat net als

goede wijn en de Titanic nooit

de andere kant van de Atlantische Oceaan heeft bereikt

‘Wij voelen ons thuis met reflectie en introvertheid, met de verschillende betekeniseffecten onder een conceptuele paraplu. Maar hier heeft het object zich bevrijd van het concept, het is vrij om zich te ontwikkelen tot een extravagante vorm, welke gelijkwaardig is aan al zijn effecten… Voor ons is dit een volslagen raadsel. Extravagantie is voor ons een mysterie net zoals de goederen dat waren voor Marx: het goed, de hiëroglief van de moderne wereld, is mysterieus, juist omdat het extravert is, een vorm die zichzelf realiseert in zijn pure daad en in pure circulatie (hallo Karl!).’

Over hoe men in vredesnaam

Europeaan kan zijn

‘Nieuw aan Amerika is de culturele botsing tussen het eerste niveau (primitief en wild) en het derde (het absolute simulacrum). Er is geen tweede niveau. Deze situatie vinden we moeilijk te vatten, want dit is ons privilege: het niveau van de zelfreflectie, het in de spiegel kijken, het niveau van het ongelukkige bewustzijn. Geen enkele visie op Amerika is zinvol zonder het omkeren van onze waarden: hier is Disneyland authentiek! De bioscoop en de televisie vormen de Amerikaanse realiteit! De freeways, de safeways, de skylines, snelheid en woestijnen – dat is Amerika, niet de galerieën, kerken en cultuur… Laten we dit land de bewondering schenken welke het verdient en onze ogen sluiten voor de absurditeit van onze eigen gebruiken. Dit is één van de voordelen, één van de pleziertjes van het reizen. Het zien en voelen van Amerika, zeker één keer moet je een moment hebben gehad, in de downtown jungle, in de Painted Desert of in een bocht van een freeway, waarin je het gevoel had dat Europa was verdwenen. Je moet je ten minste eenmaal het volgende hebben afgevraagd, al is het maar voor heel even: “Hoe kan iemand een Europeaan zijn?”’

Zijn conclusie

‘Dit land is zonder hoop.’