De vrijheid van een vreemd bed

Als in een roman veel gekreund wordt en gesmacht, ligt saaiheid op de loer. Niet bij Gustaaf Peek. Zijn achterstevoren geschreven Godin, held is opwindend en ontroerend tegelijk.

Waarom schatten we de liefde pas op waarde als we haar missen? Of zoals Jeanette Winterson het aan het begin van haar grote liefdesroman Written on the Body nog net iets pregnanter formuleert: ‘Why is the measure of love loss?’ Door zijn verhaal te vertellen als hij het vertelt, namelijk achterstevoren, benadrukt Gustaaf Peek de eindigheid van liefde. Zelfs, of juist, als het om een grote liefde gaat die nooit een officiële status heeft gekregen. Aan het begin van zijn nieuwe roman Godin, held worden we er al van doordrongen: het is afgelopen, ‘ze’ – we weten nog niet wie zij is – ligt in haar kist, aan het einde van het middenpad. ‘Foto’s van haar jeugd tot haar latere jaren versprongen op het scherm boven haar kist.’ Niemand die spreekt, de begrafenisondernemer mag het in z’n eentje opknappen. Hij handelt in opdracht, en leest een liefdesbrief voor, van wie of wat is niet duidelijk. ‘Zeker niet het meest exotische dat hij ooit had voorgelezen, maar ook niet gebruikelijk. Dit was een plek van tijd, niet van het lichaam, zelden stierf een geliefde.’

Het neemt niet weg dat ze alleen is achtergebleven, zo alleen dat na de dienst haar kist vogelvrij is, schoonmakers haar in een dronken bui kunnen ronddragen, een jonge jongen zijdelings wordt ingewijd door twee rijpe vrouwen. Het levert een scène op die in een film van de gebroeders Taviani thuishoort, grotesk en ontroerend, met de maan als enige getuige. Het telt nog niet eens vier bladzijden, het eerste hoofdstuk van Godin, held dat dus eigenlijk het laatste hoofdstuk is, maar de toon is gezet. En wat die toon dan is? Gekke kwalificatie misschien, maar dit is wat ik meteen dacht: volwassen

.

Medium par281042

Het is eerder gedaan, zo achterstevoren een geschiedenis vertellen, en dan doel ik ook echt op achterstevoren. We beginnen met deel V, hoofdstuk 50, en dalen langzaam, heel langzaam, met horten en stoten en heel veel gaten in de weg, richting deel I, hoofdstuk 1, hé en kijk, op blz. 273 wacht ons zelfs hoofdstuk 0, het is een soort proloog. Eerder gedaan dus, al moet ik eerlijk zeggen dat ik nu vooral aan Martin Amis’ Time’s Arrow moet denken, en daar had die compositorische truc, hoe oneerbiedig dat ‘truc’ ook klinkt, een heel andere functie. Amis liet zijn personages de gaskamer uit lopen, terug het leven in, waarmee hij de gang ernaar toe nóg absurder en pijnlijker maakte, en de loop van de geschiedenis op een wrange manier leek te bespotten. In Godin, held is de inzet anders, en de vertelmanier ook minder radicaal. Je zou bij wijze van spreken de hoofdstukken ook in de juiste volgorde kunnen zetten, en dat is bij Amis niet mogelijk. Amis schreef zijn roman in een tijd – eind vorige eeuw – dat het indrukken van de toets ‘rewind’ nog gepaard ging met versneld beeld en piepend geluid, hij vatte het terugspoelen van een videotape in woorden, liet mensen vallen in plaats van springen, haar aangroeien in plaats van uitvallen; bij Peek verspringt de tijd met tussenpozen richting verleden. In het eerste deel van zijn boek worden de geliefden om wie alles draait, Tessa en Marius, begraven, met een tussenpoos van 25 jaar als ik dat goed heb begrepen. In de hierop volgende losstaande hoofdstukken zien we hen als steeds jongere personages in verschillende omstandigheden, soms alléén maar meestal samen, totdat ze uiteindelijk elkaar voor het eerst benaderen, scholieren zijn ze nog maar.

Eindigheid en fragiliteit, die sfeer is onontkoombaar als een roman begint bij een uitvaart en het vertelperspectief bij de begrafenisondernemer ligt. Maar omdat het om een liefdesverhaal gaat moest ik ook denken aan de film 5x2 van François Ozon. Niet dat vergelijken altijd maar alles is, maar soms snap je de dingen beter als je ze in perspectief waarneemt. Wat Ozon liet zien door een liefdesverhaal achterstevoren te vertellen, was dat de liefde van meet af aan gecorrumpeerd was. De distantie van de ex-minnaars aan het begin wordt onherroepelijk teruggevoerd tot de huwelijksnacht, waarin de vrouw op een gekke terloopse manier vreemdgaat. Het gif is gezaaid, ook zonder dat verder iemand ervan weet, en het lijkt nooit meer helemaal goed te kunnen gekomen, zoals – lijkt Ozon te willen zeggen – dat nu eenmaal gaat in de liefde. Love will tear us apart.

Peek is een romanticus, en vertelt met Godin, held het omgekeerde. Hij gunt zijn personages een levenslang verlangen naar elkaar, zij het dat dat verlangen brandende wordt gehouden door afstand. Marius en Tessa zijn nooit, of bijna nooit, elkaars officiële minnaars. Waarom ze dat niet zijn geworden, daarvoor kun je verschillende redenen bedenken. De schrijver reikt een paar mogelijkheden aan, de lezer mag zelf de gaten invullen, zoals ook Ozon het aan zijn kijker laat de ontbrekende stukken erbij te denken.

Het welslagen van een dergelijke onderneming, het laveren tussen wél en niet vertellen, staat of valt met een zelfverzekerde, volwassen hand van doseren. Zowel regisseur als schrijver heeft die, in beide gevallen wordt het verhaal er alleen maar krachtiger en indringender op. Levensechter ook. De liefde die Peek in Godin, held afpelt tot aan het begin, is een mysterie en blijft een mysterie, echte liefde waardig.

Wat niet wegneemt dat er ernstig, obsessief en uitgebreid geneukt wordt in deze roman. En dan is neuken een armzalig woord. De personages gebruiken het wel, maar alleen als ze elkaar gek willen maken met gore taal. De schrijver schept er eer in de dingen bij hun mooiste naam te noemen, vooral de dingen van de vrouw. Vulva, labia, ik heb voor de zekerheid het een en ander gegoogeld. Clitoris wist ik nog net. Het is opvallend met hoeveel fysiek vuur Peek zijn personages heeft toegerust, zowel de man als de vrouw. Nog op haar sterfbed trakteert Tessa zichzelf op het visioen van een jonge jongen aan haar bed. ‘Ze had hem dan nog even naakt willen zien (…). Voor het laatst een pik, de zachte huid en onrust, al dat leven.’ Op haar oude dag slaapt ze met een vibrator onder haar kussen, bezorgt zichzelf orgasmes en denkt daarbij aan Marius. Hoe hij praatte, hoe hij liep. ‘(…) zoals hij met pestende tong aan haar clitoris zoog, hij likte haar lang en geduldig en wilde geen sorry van haar horen als het niet lukte, hij was hoffelijk, stapte als eerste uit een trein om dan naar haar hand te reiken, hij borstelde haar haren (…).’

‘Ze had hem dan nog even naakt willen zien. Voor het laatst een pik, de zachte huid en onrust, al dat leven’

Al die seks, dat op elkaar in willen beuken, in elkaar willen verdwijnen, maakt van deze minnaars heroïsche figuren. Geweldenaren, die boven het burgerlijke leven verheven zijn zoals verliefden dat nu eenmaal zijn. Hun ontmoetingen vinden plaats buiten de gewone orde, ze vieren ‘de vrijheid van een vreemd bed’, hoeven dat bed nooit zelf op te maken. Als ze één keer samen in een supermarkt lopen, beseft Tessa dat ze geen idee heeft van wat Marius eigenlijk lekker vindt, ze hadden nauwelijks samen gegeten. Ze zijn intieme vreemden, die elkaar even later gewoon weer dingen zeggen als ‘Ik wil meer. Laat me alles proeven. Ik heb je gemist.’ En: ‘Alleen mijn held mag me in mijn mond spuiten, niemand anders.’

Peek staat ook niet toe dat ze in de clichés van de affaire vervallen, met schuldgevoelens en zorgen om de bedrogen wederzijdse echtgenoten. Er sijpelt wel eens wat door, er is nog een Corinne, en er is een Paul, maar in feite doen zij er niet toe. Na Marius’ dood krijgt Tessa bezoek van deze Corinne, die zich tamelijk wraakzuchtig betoont. ‘Jullie maakten me belachelijk’, zegt ze. Het is erger dan dat: ze deed er gewoon niet zo toe. Als Tessa op een ander punt in de geschiedenis onverwacht bij Marius aanbelt, heeft hij geen enkel probleem haar binnen te laten en haar te verordonneren nooit meer weg te gaan. En Corinne dan? vraagt Tessa nog, maar Marius heeft zijn echtgenote in gedachten al voorgoed uitgezwaaid.

De dynamiek in Godin, held is die van gemis en weerzien. Dichter bij elkaar kunnen twee mensen fysiek niet komen dan Peek ze hier beschrijft, twee lichamen die alle moeite doen weer één te worden, en toch horen ze niet bij elkaar. Ze willen bij elkaar horen, ze zeggen letterlijk bij elkaar te horen, maar dat bij elkaar horen is alleen voor de duur van het moment. Aan het begin van hun verhouding hebben ze een gesprek over wat het is waaraan ze lijken te beginnen. Of het niet tot teleurstelling zal leiden. Hier komt het op neer: ‘Als we samen zijn ben ik van jou, helemaal van jou.’ Daarbij lijkt Marius de initiator, en degene die misschien nét iets meer wil dan Tessa. Die lichte ongelijkheid geeft de ontmoetingen tussen hen beiden een extra spanning mee. Marius heeft een ‘geil lijdend lichaam’, een ‘vernauwde verbeelding’ die jaagt op haar mond, borsten, gladde vingers, hij is ook degene die achterblijft op de hotelkamer, die in haar geur wil blijven hangen, haar nog een brief schrijft.

De suggestie is ook dat als het aan hem had gelegen ze waren getrouwd, samen een kind hadden gekregen. ‘Hij zou schrijven, zij zou schrijven, ze zouden op zoek gaan naar een huis met ruimte voor hen om te werken. Ze zou elke nacht naast hem liggen en elke nacht zouden ze vrijen.’

Als hij Tessa na lange tijd weer ziet, kan hij zijn geluk niet op. ‘Ongeloof plaagde hem, nog altijd. Tessa die onder hem lag, hem met gesloten ogen aanspoorde harder te stoten.’ Hij wil bij haar zijn, haar volgen, haar altijd kunnen ruiken en horen. De intensiteit van de seks wordt nog bijna overtroffen door dat verlangende ruiken; als Marius dichtbij genoeg is en Tessa’s geur ruikt trekt er een holte in zijn borst die hij moet wegslikken om niet te gaan huilen. Samen met haar in een huisje in Arles grijpt hij zijn kans om vlak na haar naar de wc te gaan: ‘Op de roerloze lucht in de kleine ruimte dwaalde eindelijk de nageur van haar ontlasting.’

Godin, held is een waagstuk, omdat het sexy is, en gedragen en zo helemaal níet terughoudend, op geen enkel vlak. Omdat het een liefdesgeschiedenis in fragmenten is, die wel wat van de lezer vragen om er betekenis aan te geven. Saaiheid en bespottelijkheid liggen altijd op de loer als er zoveel kreunen en smachten in het spel is. Met zijn stevige, zinnelijke penvoering, en het lef om verhaallijnen grillig te laten, krijgt Peek het echter voor elkaar om een roman te schrijven die zowel opwindend als ontroerend is. Zoveel als we níet te horen krijgen over Marius en Tessa, zozeer komen ze tot leven, spatten ze van de pagina’s. Naarmate we het einde van het boek naderen, en daarmee het startpunt van alles, doet het bijna pijn om de twee geliefden in spe onbevangen dromend te treffen. Opeens wordt ook duidelijk hoe verschillend hun beider schrijfambitie heeft kunnen uitpakken in hun volwassen leven; Marius de dienstbare (‘Ik ben jouw schrijver’), Tessa de heks (‘Hoe hem uit te leggen dat ze zonder hem nog iets anders wilde doen vandaag’). De roman had niet trefzekerder kunnen eindigen dan met de dromen, wensen en verlangens van Tessa (‘Een mooi huis, maar niet te groot, in de stad’), die niet kan wachten tot ze ouder wordt omdat ze weet dat ook hij daar zal zijn.


Medium held gustavpeek

Gustaaf Peek: Godin, held. Querido, 274 blz., € 19,99, e-book € 15,99


Beeld: (Antoine d'Agata / Magnum / HH).