De vrijheid van fictie

Het beloofde land heet La Florida en het beloofde land valt natuurlijk tegen. Samen met honderd paarden en zeshonderd man – soldaten, werklieden, tot slaaf gemaakten – vaart ontdekkingsreiziger Pánfilo de Narvaéz er vanuit Andalusië naartoe. Het is 1527. In het gebied dat wij nu kennen als Noord-Amerika wordt volop gekoloniseerd door Europese mogendheden. Soms gaat dat makkelijk, soms vloeit er bloed, en in het geval van Narvaéz loopt de expeditie uit op een slagveld. Zodra ze de Golfkust naderen worden er navigatiefouten gemaakt, dodelijke ziektes houden huis, er is sprake van uithongering en boven op dit alles komt het onvoorzien felle, gewelddadige verzet van inheemse stammen. Binnen een jaar leven er nog maar vier bemanningsleden.

In het soepele, gefictionaliseerde reisverslag La Florida krijgen we dit alles mee via de Marokkaanse Berber Mustafa, een van de vier overlevers, die als tot slaaf gemaakte Estebanico wordt genoemd. Ooit handelde hij zelf in mensen – ‘ik had drie mannen tot het lijfeigenschap veroordeeld, zonder stil te staan bij mijn rol in dat kwaad’ – maar inmiddels is zijn maatschappelijke leven ingestort; hij heeft zichzelf verkocht zodat zijn achtergebleven familie ten minste genoeg te eten krijgt.

Voor de goede orde: de tocht naar La Florida heeft echt plaatsgevonden, Estebanico heeft echt bestaan en hij was echt een van de vier overlevenden. Alleen over hemzelf is verder nagenoeg niets bekend. Hij is slechts een heel enkele keer terloops genoemd in beschrijvingen van de missie. Door die lacune heeft Laila Lalami (Marokko, 1968) zich laten leiden. Een erg interessant gegeven, waar Lalami duidelijk raad mee weet. La Florida is een meeslepend boek, voelbaar met kennis van zaken geschreven en vol beeldende scènes.

Overtuigend schetst Lalami de lokale stammen – die er veel minder gevaarlijk uitzien dan Estebanico aanvankelijk denkt – en de stinkende schepen die zijn volgestouwd met ongewassen mensen, vermengd met een giftige ‘walm van paardenvijgen en kippenstront’. La Florida, dat oorspronkelijk in 2014 verscheen en op de shortlist van zowel de Pulitzer als de Booker Prize stond, hopt zo behendig van de ene filmische scène naar de andere. Wat hierbij goed werkt is dat Estebanico nergens een willoos slachtoffer is. In zijn verleden, dat hij stapsgewijs oprakelt, maakte hij actief keuzes die hem hier deden belanden, en hij reist niet mee met tegenzin, hij heeft zelf ook verwachtingen van La Florida, ‘voor mij niet zomaar een bestemming, maar een land van pure magie dat uitsluitend kon bestaan in de verbeelding van de rondtrekkende verhalenvertellers’. En hij neemt ook het heft in handen door zijn dagboek nauwgezet bij te houden, ‘vanuit persoonlijke motieven’. ‘Ik heb besloten in dit verslag alles te vertellen wat me is overkomen’, stelt hij al aan het begin van de roman.

Is het mogelijk dat een ondergeschikte te midden van al die sterfte en onverwachte tegenslag zo’n eloquent en goed gestructureerd dagboek bijhoudt, inclusief tijdsprongen? Bij meerdere passages stelde ik mezelf die vraag. Ook omdat andere elementen uit La Florida me steeds minder geloofwaardig voorkwamen.

Zo is Estebanico de enige overlevende die niet verkracht. Hij eet geen mensenvlees (iedereen om hem heen wel). Hij plundert niet, reageert zelfs begripvol wanneer hij bij een zoveelste stam een transgender ontmoet. Alsof er een verlichte, geëngageerde 21ste-eeuwse geest in het lichaam van deze zestiende-eeuwse slaaf huist. Strikt genomen is het allemaal mogelijk, maar niet per se plausibel. Bovendien: kunnen niet juist gedateerde gedachtes die heel terloops worden opgeschreven heel goed illustreren hoe tijden veranderd zijn, hoe gewoon mensen ooit vonden wat wij nu als gruwelijk beschouwen?

Ook is het vreemd dat Estebanico op een zeer empathische manier verschillen ziet tussen alle groepen die hij tegenkomt. Zwarte mensen werden immers juist bij zulke ontdekkingsexpedities vaak simpelweg als ‘de ander’ of zelfs als ‘de minderwaardige ander’ beschouwd, waarmee het koloniseren voor een belangrijk deel werd gerechtvaardigd.

Wat Estebanico zo’n barmhartige uitzondering maakt, laat Lalami in het midden. Ze benadrukt vooral dat iedereen een eigen verhaal heeft, elke geschiedenis verschillende versies – wat ontegenzeggelijk waar is, maar in dit boek nogal nadrukkelijk wordt aangekaart. En uiteraard, het is onmogelijk om geheel los van je eigen leven of tijd te schrijven, alleen voelt La Florida soms als moderne gelijkheidsgedachte in een historische mal. Ook het vertellen van dit verhaal namens de tot slaaf gemaakte past daarbij: dit is het verslag van iemand die eerder nooit aan het woord kwam.

Lalami benut de vrijheid van fictie zo op een maatschappelijke, vaardige manier, ze roept deze verdwenen wereld meer tot leven dan in historische schrijfsels of documentaires gebeurt. Maar helaas verbleekt het hoofdpersonage daar uiteindelijk bij.