In Marokko

De vrouw

Ni Putes Ni Soumises (‘Noch Hoeren Noch Onderworpenen’) mag van de minister van Binnenlandse Zaken geen bureau in Rabat vestigen. Hoewel de Franse feministes daar nog helemaal niet om hadden gevraagd, gonsde het in de pers al van de geruchten, en kennelijk besloot de minister dat het zaak was hier snel bij te zijn. Dus liet hij een communiqué uitgaan waarin hij stelde dat, hoewel bij de lokale autoriteiten nog geen enkel officieel verzoek was ingediend door NPNS, diezelfde autoriteiten niet zullen toestaan dat ‘een dergelijk bureau’ in Marokko zal worden geopend. Waarom deze autoriteiten dat niet zullen toestaan, daar laat de minister zich zeer spaarzaam over uit. Hij geeft toe dat de beweging in Frankrijk ‘weliswaar respectabel werk verzet’, maar dat ‘haar handelwijze niet correspondeert met de Marokkaanse aanpak van zaken betreffende de positie van de vrouw’.
NPNS werd opgericht in 2003 uit protest tegen het mannelijk geweld dat vrouwen – vooral moslima’s uit de Maghreb – in de buitenwijken van Franse steden dagelijks ondergingen. Directe aanleiding voor de oprichting van de organisatie was de dood van de zeventienjarige Sohane, die in brand was gestoken door een afgewezen geliefde. Vijf jaar later heeft men niet alleen afdelingen in Frankrijk, maar ook in Spanje, Zwitserland, Zweden en België. In Marokko zou het eerste ‘Arabische bureau’ worden geopend.
Maar dat stuit voorlopig dus op weerstand. Waarom? Er zijn hier tal van feministische organisaties, waarvan vele het mannelijk geweld bestrijden. Binnen die organisaties denkt men dat de islamistenpartij PJD druk op de minister heeft uitgeoefend – wat goed mogelijk is, maar wat de PJD zelf ontkent. Wel is het waar dat de islamisten NPNS liever kwijt dan rijk zijn, omdat de naam van de organisatie zou botsen met de Marokkaanse waarden. ‘Hoe kunnen wij in familiekring over die vereniging praten? Of op televisie’, zo vroeg de nummer 2 van de PJD zich retorisch af in het weekblad Le Journal. Hij vervolgde met: ‘Wat te denken van een vereniging die tegen geweld strijdt, maar waarvan de naam zélf gewelddadig is? Men moet de burgers respecteren!’
Zou het dat zijn? In Frankrijk voert NPNS het credo: ‘laïcité, égalité, mixité’ (‘laïciteit, gelijkheid, gemengdheid’). Het ligt voor de hand dat de islamisten moeite hebben met dit credo, dat indruist tegen alles waar ze voor staan. En vermoedelijk koestert zelfs de minister van Binnenlandse Zaken, van een land waar de islam de voorgeschreven godsdienst is, weinig sympathie voor de wereldlijke aspiraties van deze Franse ngo.
Maar de feministes komen natuurlijk niet naar Marokko om voor laïciteit te pleiten. Men zou eerder iets willen doen – samen met de bureaus in Frankrijk – tegen het uithuwelijken van meisjes.
Ondertussen heeft NPNS de hoop zich in Rabat te vestigen zeker nog niet laten varen, eventueel onder de naam Shahrazad – naar de achttienjarige Française van Marokkaanse afkomst die in 2005 ongeveer hetzelfde lot onderging als eerder de zeventienjarige Sohane.