De vrouw achter beatrix

Als jongen uit gegoede kringen werd Willem Oltmans, zo vertelt hij in Mijn vriendin Beatrix, ‘braaf gehersenspoeld tot toekomstig soldaat van Oranje’. Niets wees erop dat de leerling van de Zeister Schoolvereniging zou uitgroeien tot een van de meest virulente bestrijders van het orangisme. Toch ontpopte Oltmans zich meermalen als raadgever, soms zelfs als redder van het vorstenhuis. Zo was hij als een van de eerste Nederlandse journalisten bekend met het bestaan van een buitenechtelijk kind van prins Bernhard in Parijs. Maar in plaats van dit gegeven als een denderende scoop te brengen koos Oltmans voor discreet stilzwijgen. In 1983 verbaasde hij vriend en vijand door een persconferentie in Nieuwspoort te geven waarin hij een nog niet gepubliceerd verhaal van Der Spiegel over vermeende homo-erotische escapades van prins Claus naar het rijk der fabelen verwees, met de woorden dat hij Claus ‘niet op zijn radar’ had. Het verhaal verdween in een lade, Oltmans verdiende een lintje, maar kreeg het niet.

Ook in het klein bleek Oltmans keer op keer een vorstelijke steunpilaar. In 1979 ontwaarde hij een nieuw staatsieportret van Juliana en Bernhard, waarop de vorstin onberispelijk gekleed ging in zwartzijden robe en naar behoren getooid was met fonkelend diadeem, maar ernstig detoneerde met ‘Thaise pantoffeltjes die ze waarschijnlijk in een souvenirwinkel in een Bangkoks hotel had aangeschaft’. Onverwijld schreef hij een kattebel naar Soestdijk: 'Dit portret moet over.’ De hofhouding was not amused, Juliana echter kon de geste wel waarderen: 'Waarschijnlijk heeft hij gelijk.’ In Mijn vriendin Beatrix gaat het over deze curieuze dubbele loyaliteit jegens republikeins gedachtegoed en de antagonistische monarchie. Oltmans, als altijd bereid tot psychoanalytisch (zelf)onderzoek, geeft een verklaring. Hoewel hij voor de politieke lijn van Beatrix geen waardering kan opbrengen, wordt hij door broederlijke gevoelens gedreven. Oorzaak: de vorstin en hij hebben 'een tweede moeder’ gedeeld. Die moeder is de in 1982 overleden pedagoge Gertrude Büringh Boekhoudt, ofte wel 'BB’. Oltmans leerde mejuffrouw BB kennen toen deze hem in 1942 bijles ging geven in de Duitse taal. Er ontstond meteen een hartelijke verbintenis. Toen dezelfde BB in 1950 werd aangesteld als rector van het speciale klasje waarin de toenmalige kroonprinses werd ondergebracht op het Baarns Lyceum, werden Oltmans en Beatrix een soort geestelijke familie van elkaar. BB zelf zag een grote gelijkenis tussen de temperamenten van haar beide pupillen: 'Jullie flappen er meteen uit wat jullie denken. Het is verstandiger om terughoudender te zijn.’ Via zijn vele bezoeken aan BB en de correspondentie die hij met zijn spirituele raadsvrouwe onderhield, kreeg Oltmans er bovendien een soort deep throat over koninklijke aangelegenheden bij. In Mijn vriendin Beatrix put Oltmans rijkelijk uit die bron. Petite histoire, revelerende karakteranalyses en politieke intriges wisselen elkaar in hoog tempo af. Het beeld dat zo van Beatrix ontstaat is niet erg vleiend. Als meisje was Beatrix 'een nogal verwend, ongeduldig, soms stampvoetend kind’ en die eigenschappen kregen in haar latere leven als prinses en vorstin te weinig tegenwerking om de vorming van een autocratisch temperament te voorkomen. Juliana komt in de getuigenissen van BB vooral naar voren als een vorstin tegen wil en dank, die, zoals ze tegenover haar vertrouweling Sicco Mansholt bekende, 'ook republikein zou zijn geweest als ik geen koningin was’. In de hoogtijdagen van de Greet Hofmans-crisis meldde BB aan haar pupil Oltmans dat Juliana zich vooral bezighield met het onderhoud der hoftuinen: 'De koningin gelooft het allemaal wel. Zij houdt zich bezig met de tuin. Wanneer het besproeien van de gazons problemen oplevert stapt zij op de fiets om naar de kwekerij in Soest te gaan en koopt een verlengstuk bij de tuinslang. Daarbij onderhandelt zij ook nog over de prijs.’ Zulke informaliteiten zijn voor Beatrix niet weggelegd. Na haar troonsbestijging in 1980 begon er een behoorlijk restauratieve wind te waaien. In plaats van 'mevrouw’ diende er weer 'majesteit’ te worden gezegd, de etiquette werd aangepast aan de archaïsche voorkeuren van de nieuwe vorstin. Dat er met Beatrix een andere koers zou worden ingezet, was ingewijden al voor haar lancering op de troon bekend. Oltmans: 'Willem van de Berge van de RVD zei me eens dat hij Beatrix voldoende had leren kennen om onmiddellijk af te treden als zij koningin werd.’ De official voegde de daad bij het woord. Beatrix, aldus Oltmans, is op de eerste plaats een daddy’s girl. Haar karakter wordt vooral overheerst door 'Zur Lippe-trekjes’, aanzienlijk minder door de zachtaardige DNA van moederszijde. Zo was BB zeer verontrust door de hardvochtige pedagogische methodes die Beatrix als moeder aan de dag legde. De prinsjes werden bijvoorbeeld als ze in de auto naar Drakensteyn op de zenuwen van mama begonnen te werken, zonder mededogen uit de hofauto gezet om de rest van het traject te voet af te leggen, dit ondanks het toch redelijk gevaarlijke verkeer over de smalle weg. Die wat Pruisisch overkomende opvoedmethodes ziet Oltmans vooral als een manifestatie van de Bernhard-kant van Beatrix. Ook ontwaart Oltmans veel gelijkenissen tussen Juliana en Claus, beiden zachtmoedige zwevers geconfronteerd met veel meer doortastende, zo niet overheersende huwelijkspartners. Oltmans memoreert het bezoek van Beatrix en Claus in 1973 aan de Sovjetunie, waarbij Claus bij het zien van een film over het beleg van Leningrad tijdens de Tweede Wereldoorlog in tranen uitbarstte, en plaatst dat tegenover een anekdote over Bernhard, die in de eerste weken van de oorlog, even van Engeland over in Frankrijk, tot de standrechtelijke executie van een groep NSB'ers wilde overgaan wier pad hij had gekruist. Een staaltje van wel zeer kordaat denken zoals men dat in de loopbaan van koningin Beatrix, zij het in wat gematigder varianten, legio heeft kunnen aantreffen. Beatrix duldt geen tegenspraak. Captains of industry die op bezoek waren bij het koninklijke paar kregen het zwijgen opgelegd met majesteitelijke opmerkingen als 'In uw persoonlijke omstandigheden zijn we niet geïnteresseerd’. Zo, aldus Oltmans, verwijderde Beatrix zich steeds verder van de leer van mejuffrouw BB, die haar pupillen altijd voorhield achter de façades te kijken, onder het motto: be true to the highest within thee. Als Beatrix die wijze woorden had gevolgd, had ze volgens Oltmans in 1980 afgezien van de troon, want: 'Er is meer moed voor nodig ermee op te houden dan ermee door te gaan.’