Fatima Mernissi

De vrouw als slavin

‹De Europese harem› van Fatima Mernissi is tegelijk een autobiografisch verslag en een vergelijking van de beeldvorming over de vrouw in Europa en de moslimwereld. De wijze waarop westerse mannen hun vrouwen in een ander soort harem gevangen zouden houden, is volgens haar gevaarlijker dan de moslimsluier.

Schaars geklede jonge vrouwen zitten in groepjes op felgekleurde kussens en omhelzen elkaar met een wellustige glimlach. Zij brengen in zinnenprikkelende ledigheid de dag door, wachtend tot de sultan zal komen om hun honger naar liefde te stillen. Een lome odalisk in rode pofbroek ligt met ontblote borsten, haar armen achter haar hoofd, een baadster laat haar naakte rug bewonderen in de zwoele dampende hitte van het Turkse bad. Duizend-en-één duizelingwekkende nachten met vrouwen die zich langzaam ontdoen van weelderige kleren van brokaat, geduldig de komst van de meester afwachtend: het westerse beeld van de harem is gevoed door romans, van Montesquieu en Flaubert tot Geschlechter Lust und List in den Arabische Nächte, een recente Duitse editie van de verhalen over Sheherazade en de wrede kalief. Schilders als Delacroix, Ingres, Matisse en Picasso hebben de harem vereeuwigd, we kennen hem van oude films als Aladdin, Ali Baba en de veertig rovers en De dief van Bagdad, en tegenwoordig dient de harem in pornofilms als opwindend décor voor sapfische en andere taferelen. Zelfs de makers van sitcoms (The nanny) en soaps (The Bold and the Beautiful) halen alle afgetrapte stereotiepen over de harem nog eens uit de kast wanneer zij om wat broeierige, exotische erotiek verlegen zitten.

Weinig beelden uit de Oriënt hebben zo'n sensuele impact gehad op de westerse cultuur, en zoals te verwachten viel, zegt dit meer over de westerse mannelijke verbeelding dan over de werkelijkheid. Evenals in andere door Edward Saïd in Orientalism geanalyseerde representaties over de Arabische wereld is ook hier een ideologische en zelfs racistische dimensie aanwezig: verboden fantasieën worden in de ander geprojecteerd, die hiermee tot object van verlangen maar ook tot symbool van dierlijke lust wordt gemaakt. Maar denken dat de harem een oord is van pornografische gelukzaligheid, zo noteert de Marokkaanse schrijfster Fatima Mernissi, is volslagen irreëel. Een harem is een ruimte propvol mensen die elkaar voortdurend in de gaten houden en waar weinig in het openbaar wordt geliefkoosd, waar gefrustreerde jaloerse vrouwen vechten om de gunst van de man, die ook maar een man is en slechts de favoriete van het moment kan bevredigen. De hammaam of Turks bad is een openbare plek vol met tientallen luidruchtige kinderen waar erotiek ondenkbaar is omdat de zeden voorschrijven dat seks gereserveerd moet worden voor het zorgvuldig afgebakende privé-domein.

Mernissi’s grootmoeder Jasmiena beschouwde de harem waar zij woonde als een gevangenis, een wrede instelling waar haar rechten beknot werden, en zij droomde van vrijheid en verre reizen. Toen Mernissi zelf op reis moest voor de promotie van haar geroemde roman Het verboden dakterras merkte zij al gauw dat het woord «harem» aan mannen altijd een dubbelzinnige glimlach ontlokte. Zij besloot toen te onderzoeken wat de harem voor westerse mannen precies betekende, en zij schreef een verzameling essays waar het verhaal van Sheherazade als rode draad doorheen loopt, nu in Nederland uitgegeven onder de titel De Europese harem.

Fatima Mernissi analyseert scherpzinnig Sheherazades persoonlijkheid en wederwaardigheden met de kalief en de vele verdraaiingen en aanpassingen die het verhaal in het Westen onderging. Vooral de manier waarop Edgar Poe Sheherazade zo'n beetje vermoordde, heeft haar gestoord, want voor haar lijkt de moslimvrouw van tegenwoordig veel op de heldin uit Duizend-en-één-nacht: woorden zijn de enige wapens waarmee zij het geweld kan bestrijden dat tegen haar wordt gericht. Zij vraagt zich af of dit geweld te wijten is aan het feit dat in de moslimwereld wordt erkend dat vrouwen verstand hebben, terwijl in het Westen vrouwen meestal ongeschikt worden geacht voor diepzinnig of analytisch denken. Volgens Mernissi hebben moslimmannen altijd gefantaseerd over assertieve, onafhankelijke en oncontroleerbare vrouwen met een eigen wil, avontuurlijke prinsessen die te paard op wilde dieren joegen, terwijl de westerse verbeelding haremvrouwen als passieve, wachtende odalisken voorstelde. Bij een schilder als Ingres, die gefascineerd raakte door badende haremvrouwen, wordt de toeschouwer een passief glurende voyeur. Erotiek impliceert hier een mannelijke waarnemer, kijkend naar een naakte vrouw die hij onbeweeglijk in een lijst gevangen houdt.

De Europese harem is tegelijk een autobiografisch verslag en een vergelijking van de beeldvorming over de vrouw in Europa en de moslimwereld. Het is geschreven in een persoonlijke, betrokken toon en Mernissi’s kennis van de Arabische literatuur en kunst is indrukwekkend. Zij gaat helaas te ver in haar feministische geestdrift wanneer zij zich buigt over de wijze waarop westerse mannen hun vrouwen in een ander soort harem gevangen zouden houden. Wat zij de «Europese harem» noemt, is volgens haar nog veel gevaarlijker dan de moslimsluier. In tegenstelling tot de moslimman, die de ruimte gebruikt en zijn dominantie vestigt door vrouwen uit de publieke arena uit te sluiten, manipuleert de westerse man volgens haar tijd en licht. Hij bepaalt dat een vrouw die mooi wil zijn er eeuwig jong en slank uit moet zien. Door het vrouwelijk kind in de schijnwerpers te zetten en in te lijsten als schoonheidsideaal veroordeelt hij de rijpe vrouw tot onzichtbaarheid. Zo scheiden de muren van de Europese harem jeugdige schoonheid van lelijke volwassenheid. Het geweld is hier minder zichtbaar en gemaskerd als een esthetische keuze, het doel is echter hetzelfde. Bevroren in de passieve positie van een object dat voor zijn bestaan afhankelijk is van het oog van de waarnemer, verandert de geschoolde moderne westerse vrouw volgens Mernissi in een haremslavin.

Dit is natuurlijk volslagen onzinnig. Mernissi belandt hier zelf in de valkuil van het stereotiepe denken; daarbij gaat zij voorbij aan de biologische oorzaken van de voorliefde van mannen voor mooie, gezonde jonge vrouwen. Na de overgang zijn vrouwen overal ter wereld seksueel minder aantrekkelijk. De door haar onderschreven bewering van Naomi Wolf dat lijnen het krachtigste politieke kalmeringsmiddel in de geschiedenis van vrouwen is omdat calorieënbeperking leidt tot passiviteit, angst en totale gehoorzaamheid, getuigt van een zeldzame kortzichtigheid, nog afgezien van de bekende feministische vooroordelen. Calorieën beperking leidt — ook bij mannen — tot langer en beter leven. Jammer voor Fatima Mernissi, maar de «Europese harem» is een al te gemakkelijk bedachte constructie die leuk in het boek past maar evenveel met de werkelijkheid overeenkomt als het westerse beeld van de haremvrouw.

Fatima Mernissi, De Europese harem

Vertaald door Jos den Bekker, uitg. De Geus, 218 blz., ƒ45,-