Portret van de feministische man

De vrouw met de baard

De man van vandaag is geëmancipeerd. Nee, sterker nog: hij is feministisch. In een wereld waarin hij en zij bijna hetzelfde zijn, is serieus gezichtshaar het laatste exclusieve domein voor wat ooit, lang geleden, een macho was.

Medium hh 17817426

Stel je eens voor dat je over de Overtoom fietst, of over de Kinkerstraat, een van die lange straten in Amsterdam waar het verkeer zich nooit helemaal met een gelijksoortige energie voortbeweegt, straten waar zowel wordt geslenterd als geraced.

Vanuit je ooghoek zie je een fietser verschijnen. Je wilt niet je hoofd naar hem toe draaien, want dat lijkt zo onzeker, maar nog voordat hij helemaal naast je fietst zie je zijn voorarmen – onder de tatoeages. Als hij je inhaalt zie je zijn gezicht, of eigenlijk zie je niet zijn gezicht, maar zijn baard: een vuistdikke vacht, een beest gemaakt van prikkeldraad, alsof hij elk moment Cuba van het juk van het grootkapitalisme kan gaan bevrijden, Hasta la victoria siempre!, een bosschage dat eruitziet alsof het alleen groeit op de bodem van de oceaan of daar in de woestijn waar alle andere planten uitdrogen.

Gentleman, handboek van de klassieke herenmode (1999) schrijft: ‘Natuurlijk wordt de moeizaam verkregen, volle baard vlug weer afgeschoren (…) omdat de drager merkt dat hij er een te grimmig uiterlijk door krijgt.’ Maar niet de contemporaine baard. Dat de hedendaagse baard in al zijn glorie terug is, is niet iets nieuws. Het meest heroïsche moment beleefde de baard alweer vorig voorjaar, toen bij de Oscar-uitreikingen Argo won en de populairste, meest stijlvolle mannen in Hollywood hun beeldjes in ontvangst kwamen nemen: Ben Affleck (regisseur) en George Clooney (producer), allebei in smoking, allebei met een baard zo stijlvol en rijk dat je zou denken dat Giorgio Armani hem hoogstpersoonlijk, haar voor haar, op hun gezicht had gekweekt.

Na het een decennium over de geëpileerde metroman te hebben gehad, met zijn gezichtsverzorgingsproducten en schoenenfetisj, zijn we nu bij het tijdperk van de retroman aangekomen. Houthakkershemden, lompe schoenen, dikke baard. Een verklaring voor die hervonden mannelijkheid zocht de Volkskrant vorige maand bij de vrouw: in een artikel over ‘de geschiedenis van de baard’ wordt gesuggereerd dat nu vrouwen in zoveel maatschappelijke sectoren de man voorbij zijn gestreefd de man zijn toevlucht neemt tot het enige waarin de vrouw hem nooit kan overtreffen. Vrouwen kunnen mannenbroeken dragen, skaterskleding, ze kunnen zelfs hun kop kaal scheren – maar de baard blijft exclusief domein.

Het zou dus een nostalgische, chauvinistische baard zijn. Nu klopt het zonder meer dat baarden altijd een bepaalde status met zich meebrengen. Aan de hand van een portret van het geslacht Wittgenstein schreef de Britse historicus Alexander Waugh in 2008 een cultuurgeschiedenis van het Wenen van voor de Eerste Wereldoorlog. Een van de vreemdste trekjes van het Oostenrijk van die tijd, schreef hij, was de maatschappijbrede afkeer van jonge mannen. Hij citeerde Stefan Zweig, de grote Habsburgse chroniqueur die over zijn tijdgenoten schreef: ‘Al die kwaliteiten van de jeugd – onbevangenheid, zelfbewustzijn, durf, nieuwsgierigheid, de levenslust van de jeugd – werden als verdacht beschouwd in een tijdperk dat alleen oog had voor “degelijkheid”.’

Het zichtbare gevolg was dat jonge Weense mannen zich een vroegoud voorkomen aanmaten, met wandelstokken gingen lopen, ouwelijke goudgerande brilletjes droegen, maar bovenal: ze lieten hun baard staan. In kranten doken advertenties op voor flessen met kwakzalverspommade die ‘snelle baardgroei’ zou bevorderen, terwijl andere jonge mannen met inkt en krijt probeerden hun baard grijs te maken.

Honderd jaar later geldt precies het tegenovergestelde. De baard wordt niet gedragen door ouwelijke figuren, of door mannen die degelijkheid willen suggereren. De baard wordt gedragen door studenten, of door jongens die na hun studie eerst nog wat willen reizen, of ergens in de Verenigde Staten een stagetje volgen, die hun geld verdienen met net iets te dure koffie zetten, bij een schoenmaker op het Italiaanse platteland in de leer gaan, of die voordat ze iets met hun diploma gaan doen eerst willen kijken of ze geen skateboardmerk kunnen opzetten, of een festival willen organiseren, met zeg maar chille dj’s en een huisdichter en iets met een goed doel en zo.

De baard van nu straalt juist ‘onbevangenheid, zelfbewustzijn, durf, nieuwsgierigheid’ uit, kortom, ‘de levenslust van de jeugd’. De baard is het symbool geworden voor de generaties van na de val van de Muur, die opgroeiden in het postideologische vooruitgangsdenken in de economische voorspoed van de jaren negentig, of minder omslachtig gezegd: de generaties die zo lang mogelijk aan hun jeugd vasthouden en zich dat kunnen veroorloven (‘Na 22 jaren in dit leven/ maak ik het testament op van mijn jeugd’, zong Boudewijn de Groot in 1966. Wie zou tegenwoordig al op zijn 22ste het testament opmaken van zijn jeugd? Wie zou tegenwoordig zijn jeugd überhaupt nog als een voltooid iets beschouwen?).

In tegenstelling tot wat de Volkskrant schrijft is de baard geen symbool voor mannelijkheid, het is een kenmerk van de uitgestelde mannelijkheid.

Baarden hebben iets inherent zachts gekregen. Daarom zie je ze ook niet of nauwelijks op de Zuidas
***

Terug naar de baard op de fiets. Hoe ziet die fiets eruit? Is het een rammelend, roestig stuk metaal, dat net uit de gracht gevist zou kunnen zijn, of is het een gestileerde low rider, met een custom made zadel en een in vintage tabaksbruin geverfd frame? En stel er hangt een plastic tasje aan het stuur. Zit daar een slof sigaretten in? Is het een tasje van de Albert Heijn met een sixpack Heineken? Nee, het is een tasje van de Marqt, met een biologische smoothie of twee eco-verantwoorde grapefruits voor dertien euro.

Baarden, met andere woorden, hebben iets inherent zachts gekregen. Daarom zie je ze ook niet of nauwelijks op de Zuidas (ook al beweren artikelen in de Volkskrant en NRC anders). Navraag leert dat er wel wat baarden rondlopen, maar dat zijn dan de jongens die het nieuwe logo moeten ontwerpen, of de ict moeten fixen – het zijn niet de jongens die de corporate ladder beklimmen. Zoals er een harde onuitgesproken code bestaat over wat voor pakken je mag dragen – die krijtstreep moet je verdienen – zo werkt dat ook met baarden, zegt een vriend, die op de Zuidas gestaag carrière maakt. Als hij zich zeven ochtenden niet scheert, heeft hij een dusdanig massieve baard dat hij geen vliegtuig binnen zou komen zonder eerst door drie aparte antiterrorisme-units gevisiteerd te worden. ‘Mijn baas zou het echt heel slecht trekken als hij aan tafel zit met een vlassig sikje waar hij weken over heeft gedaan, en ik zit erbij met de baard van de hertog van Alva’, zegt hij.

Later whatsappt hij: ‘Even rondgevraagd op de zaak. Een echte man scheert zich.’

***

Genoeg over de baard, meer over de drager. Dat Rinke Verkerk in de Volkskrant de baard ziet als een reactie op toenemende vrouwelijke macht is niet heel gek – zo ongeveer alles wat de belevingswereld van mannen doet veranderen, wordt aan de maatschappelijke, evolutionaire, economische opmars van vrouwen toegeschreven. Ook dat is niets nieuws: een tv-serie als Mad Men, over een reclamebureau in de jaren zestig waar de ambities van vrouwen het mannelijk zelfvertrouwen ondermijnen, dankt zijn populariteit zeker aan de actuele thematiek. Maar dat was het toen ook al: een van de inspiratiebronnen van Mad Men was de roman Revolutionary Road van Richard Yates, over een gelikte reclamejongen aan Madison Avenue wiens burgerlijk ideaal stukvalt als zijn vrouw ineens niet langer tevreden is met haar kleine leventje als huisvrouw in Suburbia. En Revolutionary Road verscheen in 1961.

Geen artikel beschreef de deplorabele ontwikkeling van de man zo sterk als The End of Man van Hanna Rosin (voetnoot: waarom worden dit soort artikelen altijd door vrouwen geschreven?), dat op de cover van The Atlantic verscheen, in vertaling in De Groene, en tigduizend likes verzamelde. Bij vruchtbaarheidsklinieken in de VS waar het geslacht van het kind bepaald kan worden, kiest een overgrote meerderheid voor meisjes; tegenover elke twee jongens die hun bachelor op de universiteit halen, halen drie meisjes hem; verschillende Amerikaanse universiteiten hebben toegegeven dat ze aanmeldingen van jongens positief discrimineren, omdat er zoveel meer aanmeldingen komen van meisjes met hogere cijfers dat de ‘gender balance’ uit evenwicht zou raken; omdat in de postindustriële economie fysieke kracht niet langer doorslaggevend is, groeit het aantal werkende vrouwen zo snel, in vrijwel elke beroepssector, dat er in 2010 voor het eerst meer werkende vrouwen dan werkende mannen waren in de VS. En zo gaat de lijst door.

The End of Man (inmiddels ook als boek verschenen) was zeker niet het enige artikel dat de laatste tien jaar de ondergang van de patriarchale samenleving aankondigde, het was alleen het uitvoerigste. In die artikelen werd veelal gesproken over ‘de emancipatie van de man’, de veronderstelling dat de man maar moest wennen aan het idee dat hij het toneel niet langer voor zich alleen had. Maar kijk nog eens naar die jongens met die baarden op de fiets: ze zijn eind twintig, begin dertig. Hun moeders maakten de eerste golven van het feminisme mee, toen het nog een politieke strijd was (nu is het veel meer een sociologische/culturele), ze hadden juffen op de basisschool, docentes op de universiteit. De ontwikkeling die Hanna Rosin beschreef is voor die jongens geen ontwikkeling, het is een voldongen feit. Het is vanzelfsprekend, zoals bananen krom zijn en jeans skinny. Je kunt niet meer spreken van de geëmancipeerde man. Het zijn feministische mannen.

***

De meest feministische film van het afgelopen jaar was naar alle waarschijnlijkheid Her, de vierde speelfilm van regisseur en scriptschrijver Spike Jonze, waarvoor hij in maart een Oscar kreeg voor Beste Originele Script. Hoofdpersoon Theodore Twombly (wat een hipsternaam!) is een man van begin veertig die als beroep liefdesbrieven op bestelling schrijft. Hij is verlaten door zijn vrouw, maar kan zich er niet toe zetten om de scheidingspapieren te tekenen. Om de eenzaamheid te verdrijven koopt hij een Operating System met kunstmatige intelligentie (OS) dat via een oortje tegen hem spreekt en hem moet helpen zijn leven op orde te brengen. De OS, die in zijn telefoon leeft en de zwoele stem van Scarlett Johanssen heeft, is grappig, lief, slim, ze praten eindeloos, ze leren elkaar dingen, en worden uiteindelijk onherroepelijk verliefd op elkaar, Man Kunstmatige Vrouw. Ze heet Samantha.

In interviews wilde Jonze graag stellig ontkrachten dat Her zich zou afspelen in de toekomst: het speelde zich af, zei hij, in een wereld die een verhevigde versie was van onze eigen wereld. De stad doet ook niet futuristisch aan, maar is juist doorgeschoten biologisch-dynamisch – iedereen loopt erbij als een halve hipster, eet ongelooflijk gezond, draagt verantwoord gemaakte kleren. Theodore Twombly (Joaquin Phoenix) heeft geen baard, maar wel een snor, en geen ironische hipstersnor met een Tiroler punt erin gedraaid, maar een ouderwetse snor zoals alle voetballers die hadden tijdens het EK van 1988. Hij draagt kleurige hemden en, net als alle andere mannen in de film, broeken die tot aan zijn navel komen – alsof hun moeder ze net heeft opgehesen. Sowieso lijken alle mannen in de film zachtere figuren dan de vrouwen – het buurmeisje werkt ambitieus aan literaire documentaires en maakt het uit met haar vriend als die haar niet genoeg steunt. Hij trekt vervolgens naar een boeddhistisch klooster en legt een zwijggelofte af om zich een half jaar te bezinnen op zijn gedrag in zijn liefdesleven – iets dat mannen gezien de reacties van de hoofdpersoon en buurvrouw blijkbaar vaker doen.

Wat de film zo bijzonder maakt (even los van geweldige acteurs, decors om in te wonen en cinematografie om je vingers bij af te likken) is dat er geen plottwist in zit. Even denk je dat als het leuke buurmeisje weer vrijgezel is Theodore bij haar zijn heil zal zoeken, dat Samantha nooit een echte vrouw kan vervangen – maar nee, Spike Jonze blijft juist Theodore’s relatie met Samantha volgen, terwijl zij hem ontgroeit. Ze kan in een seconde een boek lezen, een taal leren, met duizend mensen tegelijk chatten. Ze is software, dus ze kan geen echte seks met Theodore beleven, maar Theodore neemt daar genoegen mee.

Stellen hebben anderhalf keer minder seks als de man ‘typisch vrouwelijke’ huisklusjes doet als koken en stofzuigen, blijkt uit onderzoek

‘What do women want?’ vraagt reclamebaas Roger Sterling, vrolijk achterover leunend aan het hoofd van de tafel, in het eerste seizoen van Mad Men. Hij geeft het antwoord zelf: ‘Who cares?’

Het antwoord op de vraag zou natuurlijk zijn: ‘Theodore cares.’ Theodore cares zozeer dat de vraag wat zijn Samantha wil voorrang heeft op de vraag wat hij zelf eigenlijk wil. Als Her een verhevigde versie van de realiteit laat zien, dan is dat een realiteit waarin de man op de eerste plaats dienstbaar is aan het geluk van de vrouw.

***

Hier dan de verplichte disclaimer: natuurlijk is Her maar een film, zoals Mad Men maar een tv-serie is. Natuurlijk zie je die baarden buiten Amsterdam weinig terug, natuurlijk gaat het hier weer alleen om de hoger opgeleide autochtone man. Het betekent ook niet dat deze mannen niet van voetbal houden, of niet met elkaar kunnen opscheppen en stoer doen in de kroeg – het betekent alleen dat deze mannen een wereldbeeld hebben dat (deels) vanzelfsprekend gekleurd is door feministische waarden. En inderdaad, die zijn er ook onder mannen zonder baarden.

Eind goed, al goed? Nee, ook dat heeft zijn problemen.

In februari verscheen een lang stuk in het magazine van The New York Times, geschreven door Lori Gottlieb, een psychotherapeut die vooral huwelijkstherapie geeft. Ze beschreef een steeds vaker voorkomend probleem in wat de sociologie ‘egalitaire huwelijken’ noemt: relaties die gebouwd zijn op gelijke machtsverhoudingen, gedeelde interesses, waarin de man én de vrouw werken, even veel geld verdienen, dezelfde huiselijke taken vervullen.

De problemen die Gottlieb tegenkomt zijn vooral seksueel van aard: uit onderzoek blijkt dat wanneer mannen huisklusjes doen die normaal worden gezien als ‘typisch vrouwelijk’ – koken, stofzuigen – de stellen anderhalf keer minder seks hebben per maand in vergelijking met stellen waarvan de man die ‘typisch mannelijke’ klusjes doet, zoals de auto repareren of het vuilnis buiten zetten. (Frappant: in huwelijken waarin mannen helemaal geen klusjes doen, vond 17,5 procent minder seks plaats.)

Egalitaire huwelijken nemen de waarden over van een goed sociaal systeem – het scheppen van consensus – en denken dat die toepasbaar zijn in de slaapkamer. Lust heeft heel andere bouwstenen, lust ontstaat als je de ander ook als seksueel object kunt zien, schreef Gottlieb, maar de mannen in haar kliniek hebben allemaal afgeleerd vrouwen überhaupt als object te mogen zien. De talloze mannen die ze sprak over hun seksuele fantasieën en het soort porno dat hen opwindt, zeggen dat ze diezelfde fantasieën niet zouden willen uitleven op hun eigen partner – zelfs als die partners daar letterlijk om zouden vragen. Het is iets dat essayiste Katie Roiphe al opmerkte in haar bundel In Praise of Messy Lives: jonge Amerikaanse schrijvers durven amper nog over seks te schrijven, ze zijn te zelfbewust, te veel met de vrouw bezig, om nog geil te durven zijn. Of zoals Marnie, een van de hoofdpersonages van de buitengewoon actuele, gelauwerde hbo-serie Girls, zegt over haar seksleven met haar vriendje: ‘He is so busy, like, respecting me, he sees right through me.’

Op de website van The New York Times was het mogelijk om te reageren op het stuk van Gottlieb, en dat deden mensen, vele honderden. De meest terugkerende opmerking: so what? Wat maakt een slap seksleven uit als je verder gelukkig bent?

Dat is een vraag die iedereen voor zichzelf moet beantwoorden. Maar het is een teken aan de wand. Het probleem dat Gottlieb aankaart over seks geldt in de bredere zin voor het feminisme: het gaat er niet om dat het sociaal wenselijk is dat een vrouw even veel seksuele partners kan hebben zonder voor ‘sletvrees’ te hoeven, nou ja, vrezen, het gaat er niet om dat een vrouw haar pasgeboren kind haar achternaam geeft en niet die van haar partner, het gaat er niet om dat je allebei niet jezelf bent om zo tot compromissen te kunnen komen, het zou niet moeten gaan om gelijkheid, maar om vrije keuze – dat de vrouw evenveel kan en mag als een man zou kunnen en mogen.

Maar zelfs dan ontkom je niet aan het gegeven dat mannen en vrouwen seks, liefde, werk, ouder worden, het krijgen van kinderen anders beleven. Ze vormen dezelfde diersoort maar zijn andere variaties, separate but equal (om een foute term te gebruiken), en wanneer je alleen op dat equal inzet en het separate ontkent, gaan andere dingen broeien. ‘In other words’, schrijft Gottlieb, ‘in an attempt to be gender-neutral, we may have become gender-neutered.’ Of: door te proberen sekse-neutraal te zijn, zijn we misschien wel seksloos geworden. De baard is vrouw geworden.


Beeld: Aristaeus door Joseph Bosio, 1817, digitaal aangekleed door Léo Caillard en Alexis Persani in 2013, Hipsters in Stone (Léo Caillard/Rex Features/HH).