TELEVISIE: Het ritme van Elly de Waard

De vrouw met de kaars

Twee dichtersportretten in Het uur van de wolf: Elly de Waard en Jules Deelder. Is poëzie al een kleine vleugel in het huis der letteren, De Waard en Deelder bewonen daar zijkamertjes. Deelders teksten hebben vooral succes wanneer door hemzelf gemitrailleerd richting publiek – op papier is de werking beduidend minder.

De Waards gedichten worden tot haar verontwaardiging nauwelijks nog besproken. Iemand weet ooit dat gebrek aan erkenning aan die andere dichter, Chr. J. van Geel, haar overleden echtgenoot, die nog zou rondwaren in hun landhuis. Hem moest ze met een brandende kaars sommeren te verdwijnen. De Waard nam dat verrassend serieus, maar met typerende dwarsheid: met kaars in de hand liet ze Van Geel weten altijd te mogen blijven. Zo schiet het niet op met waardering.

Toch een beetje aandoenlijk – begrip dat je niet snel met haar associeert. Ze betreurt het achterwege blijven van ‘een prijsje’ voor haar werk dat zich, naar eigen zeggen, verdiept terwijl haar stijl vereenvoudigt. Zelf sluit ze niet uit dat vrouw-zijn, een grote mond hebben en schrijven over gelijkgeslachtelijke liefde een rol speelt. Miskend, maar doordrongen van besef van eigen kwaliteiten en niet ongelukkig – die indruk maakt ze in haar natuurparadijs waar ze op drie beeldschermen aandelen beheert, bomen rooit en popoptredens bekijkt die ze met door te luide concerten beschadigde oren slecht hoort. En waar ze geheel ongeëmancipeerd verzorgd wordt door haar echtgenote, die haar weerbarstig karakter raak typeert. Aardig portret, gemaakt door dichtersechtgenote Deborah Wolf en zoon, dat wel de mens maar niet het werk dichterbij brengt al is dat natuurlijk ook om te lezen.

Groter contrast dan tussen habitat van De Waard en die van Deelder is nauwelijks denkbaar: rentmeester van stille duinen versus nachtburgemeester van wereldhavenstad. Navenant het verschil in thematiek. Maar ook hier is het vooral de mens die geportretteerd wordt en die lijkt al even zelfbewust en onaaibaar. Al is dat laatste moeilijk met zekerheid vast te stellen want ‘Deelder’ is synoniem voor ‘pose’: de act is het leven zelf geworden, zoals hij zegt. Het aardige van de film is dat die met archiefmateriaal toont hoe dat hardgepolijste imago in de loop der tijden moest opgebouwd. De Deelder die in 1966 door Vinkenoog gevraagd werd voor een optreden bij Poëzie in Carré en die daar blij lacht als het publiek een grap oppikt, heeft nog een lange weg te gaan naar de strakgepakte, schaars grijnzende, door net misgelopen oorlog en nazisme geobsedeerde chauvinistische allesslikker. Maar ook zijn pantser toont craquelé. Zie hem lopen over het terrein van het popfestival waar hij optreedt, arm in arm met dochter Ari (die toevallig deze dagen als filmmaker debuteert). Ari die hem gebiedt zijn mond te houden als hij geestig maar vooral kinderachtig opschept over welke drugs hij wel niet in welk buitenland binnen heeft weten te smokkelen: ze vindt het gewoon link (Feind hört mit) maar hij gaat stug door. Verrassender nog een scène waarin Jules met zus Netty praat over zijn geboorte in 1944, terwijl papa was opgepakt voor de Arbeitseinsatz. Moeder had dagboek gehouden: ‘Blesje opgegeten – Juultje geboren’, citeert hij lachend. De geestige, wijze zus is aangeslagen: Blesje was haar konijn. En dan raakt ijzeren Jules zowaar van slag om de verwarring die hij heeft aangericht. Deelder aandoenlijk: gaat dat zien. Met fraaie gezichten op Rotterdam.

Deborah Wolf, Jeroen Wolf, Het ritme van Elly de Waard, NTR, via de site van Het uur van de wolf. Gedichten en wederwaardigheden van De Waard zijn te vinden op ellydewaard.nl/blog; Bob Visser, Michael Barzilay, Mijn leven als Deelder, VPRO, Het uur van de wolf, woensdag 30 januari, Nederland 2, 22.55 uur