De vrouwelijke ervaring

Met haar groepsbiografie over drie vrouwelijke singer-songwriters schetst Sheila Weller tegelijkertijd een boeiend beeld van de roerige jaren zestig.

Sheila Weller
Girls Like Us: Carole King, Joni Mitchell, Carly Simon – and the Journey of a Generation
Atria Books, 584 blz., € 23,99

James Taylor hebben ze alledrie gemeen: twee van hen hadden een relatie met hem, de derde werkte nauw met hem samen (en bezorgde hem zijn enige nummer-1-hit: You’ve Got a Friend). Ze hadden alledrie dominante, gedreven moeders. En ze maakten furore in de jaren zestig, toen de wereld op z’n kop stond en alles anders werd of leek te worden. Reden genoeg blijkbaar, vond schrijfster Sheila Weller, voor een gezamenlijke biografie van de Amerikaanse singer-songwriters Carole King, Joni Mitchell en Carly Simon, onlangs gepubliceerd onder de titel Girls Like Us.
Het heeft iets arbitrairs, dat bij elkaar harken van talent en, laten we wel wezen, iets minder talent. Carole King, die als tiener al een ster was en een van de best verkochte albums uit de geschiedenis van de popmuziek op haar naam heeft staan (Tapestry uit 1972) en Joni Mitchell, een van de meest eigenzinnige en vernieuwende singer-songwriters van de vorige eeuw, hebben hun sporen duidelijk verdiend; Carly Simon lijkt een minder voor de hand liggende keuze als icoon. Maar vanuit Wellers perspectief is het begrijpelijk dat ze Simon bij haar project betrok. Simon had namelijk zaken te bieden die de andere twee niet hadden: een openlijk beleden seksualiteit bijvoorbeeld, en dat is iets dat je in wat in wezen een biografie van de jaren zestig is natuurlijk niet kunt missen.
King, Mitchell en Simon beleefden hun bloeitijd in een periode waarin de jeugdcultuur volop tot ontwikkeling kwam; ze komen uit de jaren van het feminisme, van ‘het persoonlijke is politiek’, van je bewustzijn verhogen door middel van praatgroepen en geestverruimende middelen. Je zou met Weller kunnen stellen dat King, Mitchell en Simon de vrouwelijke soundtrack van die jaren verzorgden, en in hun teksten de vrouwelijke ervaring een stem gaven. ‘When woven together, the strands of their three separate lives, identities, and songs tell the rich composite story of a whole generation of women born middle class in the early to middle 1940’s and coming of age in the middle to late 1960’s’, schrijft Weller ietwat gedragen in haar inleiding. Haar hoofdpersonen werden in de uiterst bekrompen jaren vijftig opgevoed met traditionele normen en waarden en gingen daarna hun eigen, afwijkende pad. Net als mannelijke collegae als Bob Dylan en Neil Young inderdaad, maar voor vrouwen was het lastiger. Zij hadden zich van meer ketenen te bevrijden dan mannen.
Een probleem dat mannen bijvoorbeeld niet hadden, was de angst voor een ongewenste zwangerschap. Carole King (geboren als Carol Klein in 1942) was net zeventien toen ze zwanger raakte en moest trouwen met de vader van haar kind, Gerry Goffin. Dat was jong, zelfs voor die tijd, maar het meest afwijkende was de manier waarop de jonggehuwden hun leven vervolgens inrichtten. In een maatschappij waarin moeders keurig thuis gelukkig zaten te zijn met hun pasgeborene, zeulde Carole iedere dag haar Loulou in haar loodzware kinderwagen mee naar boven naar een klein kamertje in een groot gebouw in Manhattan om daar samen met haar man hits te schrijven voor bekende sterren van die tijd. En als het duo Goffin-King (zijn naam als eerste, uiteraard) niet in het Brill Building aan het werk was, dan waren ze dat thuis wel. Mooie anekdote: op een middag bedacht Carole thuis achter de piano een melodie. Ze maakte er al meeneuriënd een opname van op haar bandrecorder en voordat ze naar haar moeder vertrok voor een spelletje mahjong, legde ze een briefje voor Gerry op de keukentafel: ‘Donny heeft morgen een nummer voor the Sherelles nodig. Please write.’ Toen ze ’s avonds thuiskwam, had Gerry zijn tekst geschreven, zetten ze samen de puntjes op de i en was de klassieker Will You Still Love Me Tomorrow? geboren: een nummer waarin een vrouw zich afvraagt hoe het verder zal gaan met de prille relatie nu haar geliefde en zij voor het eerst ‘all the way’ zijn gegaan. In 1960 was een dergelijke tekst ongehoord.
Ook Joni Mitchell (haar oorspronkelijke naam luidt Roberta Joan Anderson; ze werd in 1943 in Canada geboren) kreeg te maken met een ongeplande zwangerschap. Ze was 21 en was, nadat ze de kunstacademie had gedaan, net begonnen met een carrière als rondtrekkend folkzangeres. Zij loste de kwestie anders op dan collega King: ze ging gewoon door met optreden totdat ze haar gitaar wegens de omvang van haar buik niet meer kon vasthouden en verklaarde het onderwerp taboe. De vader van haar kind was aan de horizon verdwenen. Toen haar dochter in februari 1965 werd geboren, stond ze haar af ter adoptie. Het was een ingrijpende ervaring, waarover ze lang daarna in het openbaar heeft gezwegen, maar waarover ze wél zong, bijvoorbeeld in het nummer Little Green.
Carly Simon (geboren in 1945) hoefde niet bang te zijn om zwanger te raken: haar ruimdenkende moeder reikte haar al jong de pil uit (maar dat had weer als nadeel dat ze waarschijnlijk door de zware vroege anticonceptiepil later borstkanker kreeg). Langbenige, neurotische Carly is the poor little rich girl in dit gezelschap: als dochter van een van de oprichters van de uitgeverij Simon&Schuster leidde zij een geprivilegieerd New Yorks leven met buitenhuizen en bedienden. Maar ook met een afstandelijke vader, een openlijk overspelige moeder en de emotionele verwaarlozing van dien – gegevens die haar romantische ziel tot op de dag van vandaag bepalen. Zij moest concurreren met beeldschone en zeer slimme en geslaagde oudere zussen en had het gevoel dat ze zelf weinig te bieden had. Pas na een omweg vond ze haar bestemming als zangeres. Al gauw raakte ze in de ban van collega-zanger James Taylor, met wie ze in 1972 trouwde. In dit tien jaar durende huwelijk herhaalde ze haar relatie met haar vader, want Taylor was door zijn heroïneverslaving vaak net zo onbereikbaar voor haar als haar vader dat was geweest.
Na de gouden jaren zestig en zeventig vol affaires, huwelijken, gebroken harten, mannen-die-het-succes-van-hun-vrouw-niet-aankunnen, vrouwen-die-hun-mannen-verlaten-omdat-ze-zich-verder-willen-ontwikkelen, drugsdoden, hits en flops gaat de biografie met de beschrijving van het recente leven van de zangeressen onvermijdelijk een beetje als een nachtkaars uit. Ze maken nog wel platen, maar dat zijn al lang geen bestsellers meer. Milieuactiviste Carole King zag ook haar vierde huwelijk op de klippen lopen, net als Carly Simon haar tweede (al beschrijft haar ex zichzelf dan nog zo zelfvoldaan als ‘ongelooflijk’ in bed). Ook Joni Mitchell is tegenwoordig single, al is ze in 1997 wel herenigd met de dochter die ze ooit afstond. Ze zijn nu alledrie oma. Zo gaat dat, ook bij rebellen.
Voor haar boek sprak Sheila Weller met (bijna) iedereen die iets met de dames te maken had – van Carole Kings ex-man Gerry Goffin tot een van de dealers van James Taylor – behalve haar hoofdpersonen. Dat was tenminste haar uitgangspunt. Carole King en Joni Mitchell wilden ook niks met het project te maken hebben, Carly Simon daarentegen liet zich niet afschepen. En zo ontstond een groepsbiografie als een bonte kakofonie van feiten, meningen en vooral anekdotes; een tijdsbeeld geschetst door middel van een opeenstapeling van namen, weetjes, romances (Carly Simon ‘deed’ het in het eerste jaar van haar carrière met Cat Stevens, Kris Kristofferson, Warren Beatty, Jack Nicholson en wie weet ook Mick Jagger, voordat ze James Taylor van Joni Mitchell overnam) en ontstaansgeschiedenissen van nummers (Graham Nash schreef het Crosby, Stills, Nash & Young-nummer Our House over het huishouden dat hij een paar jaar samen met Joni Mitchell had in Californië; de ‘Coyote’ waarover Joni Mitchell zo aangrijpend zong, was Sam Shepard).
Het boek doet de lezer die niet helemaal op de hoogte is soms duizelen en verlangen naar één hoofdpersoon, iets meer van binnenuit beschreven. Maar dat neemt niet weg dat Wellers Girls Like Us je uiteindelijk toch weet te grijpen en naar de platenkast doet snellen om de muziek van toen weer eens te beluisteren: de gouden hits van Carole King (A Natural Woman), Joni Mitchells Chelsea Morning (de Clintons vernoemden hun enige dochter naar dit nummer) en vooruit, ook Carly Simons feministische You’re So Vain. Dankzij Sheila Weller weten we nu eindelijk over wie dat nummer gaat: over Warren Beatty natuurlijk.