Muziek - Krystian Zimerman, gentleman met storm in zijn kop

De vuurvliegjes van de pianist

Krystian Zimerman, de pianist der pianisten, is in Nederland voor een recital met Schuberts laatste twee sonates, de moeders aller Schubert-monumenten. Hij moet hebben besloten dat zijn geest gereed is voor de taak.

Medium gettyimages 479266402

Ik denk aan de mevrouw van platenmaatschappij Deutsche Grammophon, die me afhaalde voor een gesprek met de violiste Anne-Sophie Mutter in München. In de taxi ging het over Krystian Zimerman, sterartiest uit hetzelfde huis. Hij was ook haar heilig, maar ze had hem graag iets besluitvaardiger gezien. Moest ik nu toch eens horen. Er lag een nieuwe opname van hem op de plank die hij maar niet vrij wenste te geven. Niemand begreep waarom, hij was geweldig. Zelf scheen hij daar nog niet zo zeker van te zijn. Over zijn motieven tastte men in het duister.

Ik geloof dat het om de pianoconcerten van Ravel ging. De cd kwam er in 1998 toch, samen met het Cleveland Orchestra en het London Symphony Orchestra onder Pierre Boulez. Een tien met een griffel uiteraard, er zijn geen zwakke opnamen van Zimerman. Met gewichtloze concentratie transcendeert de ornamentale speelmuziek van het concert in G naar een soort kosmische komedie. Het eerste deel is een Franse midzomernachtsdroom bij daglicht, een sprookjesfuif met kirrende feeën en watervlugge fabeldieren, door een bezeten stenograaf genotuleerd met supersonische slagvaardigheid. In elke toon een belletje of lichtpuntje, de twinkeling die zijn unieke aanslag steeds verraadt. Er is geen tweede speler die een Steinway zo laat klinken, en Zimerman heeft er zes.

Als je heel goed luistert, ontstaat wel een vermoeden over de aard van zijn reserves. In het langzame deel van het concert in G – een lief, verdrietig zacht adagio in een sjokkende driekwartsmaat – merk je dat de macht van het intieme op zijn tegenwoordigheid van geest begint te drukken. Zijn soortelijk gewicht is te machtig om de door ademtocht bewogen melodie te laten opstijgen, en ook de linkerhand loopt even bijna vast in de benauwdheid voor die onbenaderbare eenvoud. Anderzijds gaat dat wel zo subtiel dat het weer kunst wordt, het droevige verhaal van de verloren onschuld die volwassenen, ook Zimerman, nooit helemaal meer terugvinden. Ik denk dat dat voor hem de reden is geweest om toch het groene licht te geven. Hij moet hebben gevoeld dat hij de strekking van de noten op de huid zat, want daar gaat het bij Ravel over, over het kind in ons, dat ons verlaten heeft. Zijn spel legde per ongeluk een falen bloot dat de onmachtig terugverlangende muziek verwekte. De pijn was tóch Ravel.

Toegegeven, het is maar speculatie. Het kan zijn dat iets heel anders Zimerman heeft dwarsgezeten, zoals zijn afkeer van de digitale opnametechniek. ‘It so clearly transmits the sounds’, zei hij twee jaar geleden in een zeldzaam interview met de bbc, ‘that you can’t hear the music anymore.’ En het gaat in de muziek niet om de klank, zegt de pianist met het mooiste geluid van de wereld, maar om de flow die je met anderen communiceert. Hij speelt dus liever live, en als hij opneemt liever met orkesten dan alleen, want collega-musici zijn net als het concertpubliek een klankbord. Maar hij maakt ondanks een levenslang contract met Deutsche Grammophon nog zelden een cd en aan orkesten heeft hij ook het land, omdat ze repeteren haten.

Zimerman rijdt zijn eigen Steinway-vleugels met zijn eigen auto hoogst­persoonlijk door Europa

Niet dat de taxi-anekdote me verraste. Eerder had ik Zimerman een van zijn vroegste opnamen horen afbranden, een dubbel-cd met de drie pianosonates van Brahms. Hij stond er niet meer achter, het deugde van geen kant. Je lacht hem uit als je ze hebt gehoord. Perfecter pianospel is niet voor te stellen. Je hoort een typische Zimerman-opname; in één keer alle tempi goed, zeer dringend maar zeer klaar, razend precies en alle ruis verdwenen. Zo moet de jonge, lisztiaans druistige klaviervirtuoos Brahms een onbehaaglijk zelfbeeld van zich af hebben geschreven, met vorm als weermiddel tegen de anarchie die hij in Liszt stiekem bewonderde en openlijk verachtte. En toevallig speelt die zielsverwante Poolse pianist dezelfde kaart, een spanning die hij niet wil laten escaleren tot verachtelijk klavierleeuwengedrag, terwijl die krachten onbedwingbaar in hem branden.

Die sensitiviteit maakt hem eenmalig. De in 1956 geboren Zimerman, sinds zijn doorbraak als jongste winnaar van het Chopin Concours in 1975 stabiel wereldberoemd, is een van de weinige levende pianisten die terecht zijn vergeleken met hun grootste voorgangers, mannen die hij allemaal nog zeer goed heeft gekend. De ouden wisten wie ze in die jonge jongen voor zich hadden, de Richters en de Rubinsteins, Arturo Benedetti Michelangeli en Claudio Arrau. Dat was er een als zij, die zich nooit door de aanbidding van hun gaven in verzoeking lieten brengen. Zimerman treedt met mate op, selecteert zijn repertoire en zijn concertpartners zorgvuldig, spreekt zelden met de pers en bespeelt zijn eigen Steinway-vleugels, die hij met zijn eigen auto op zijn eigen trailer hoogstpersoonlijk door heel Europa trekt. Toen ik hem een jaar of twintig terug in Zwitserland bezocht, vond ik hem hartelijk en moeilijk, trots op een gecompliceerde manier, een principiële persoonlijkheid; een gentleman met een storm in zijn kop.

Veeleisend is hij ook voor anderen. In 2013 ontdekt Zimerman tijdens een recital in het Duitse Essen tijdens de uitvoering van Szymanowski’s Variaties op een Pools thema dat hij wordt gefilmd door een bezoeker. Hij onderbreekt de uitvoering, verlaat het podium en keert terug met een donderpreek. YouTube, zegt hij, verwoest de muziek; laat iedereen duidelijk zijn dat hij het verdomt zich door smartphoneparasieten in de uitverkoop te laten gooien. Dat is Zimerman, beschaving die woest grenzen trekt en dan opeens lijkt op de wilde Brahms van voor zijn vervormelijking.

In 2009 krijgt hij het in Los Angeles op de heupen. In de slotfase van een recital in Walt Disney Hall richt hij zich tot het publiek met een tirade tegen de Amerikaanse plannen om op Pools grondgebied een raketschild te installeren: ‘Blijf van mijn land af.’ Als een handvol bezoekers de zaal verlaat, reageert hij dodelijk ad rem: ‘Kijk, zeg “militair”, en het marcheren begint.’ De sympathie voor Amerika zal niet zijn gegroeid toen douaniers in New York kort na 9/11 zijn meegereisde Steinway-vleugel sloopten omdat ze hem raar vonden ruiken. In 2006 beschadigden ze opnieuw een vleugel. En toen was Krystian Zimerman klaar met de VS.

Zo streng heeft hij zijn carrière vorm gegeven, met zijn geweten als enige richtlijn

Kortom, een man naar ons hart.

Zo streng heeft hij zijn carrière vorm gegeven, met zijn geweten als enige richtlijn. Zijn discografie is atypisch voor een pianist die van zijn platenmaatschappij het hele repertoire had mogen opnemen. Nu hij tegen de zestig loopt, beginnen de gaten in zijn platenkast voor een toekomstig nageslacht zorgwekkende dimensies aan te nemen, al is het een geruststellende gedachte dat hij al zijn concerten zelf op de band vastlegt. Op de Pathétique na, een vroege registratie van voor zijn exclusieve contract bij DG, heeft Zimerman niet één sonate van Beethoven opgenomen, terwijl hij een van de grootste levende Beethoven-vertolkers is. Ook live speelt hij ze zeer selectief; pas in 2013 vertolkte hij de Sonate nr 31 opus 111 voor het eerst in het openbaar, na 25 jaar angst en beven om het stuk. Hij nam wel de vijf pianoconcerten op, deels met Leonard Bernstein. Die stierf tijdens het opnametraject voor de cyclus, zodat Zimerman de eerste twee concerten in 1991 maar zelf dirigeerde, en niet eens beroerd. Maar de complete pianowerken van Chopin, de landgenoot die niemand speelt als hij – verre van. Van Schumann staat alleen het pianoconcert op cd, het uitgestrekte oeuvre voor piano solo liet hij links liggen. Het voor een virtuoos als hij haast obligate Liszt-cv is kort: de Sonate in b-klein, de beide pianoconcerten en de Totentanz. Van Bach geen noot.

De beide Chopin-concerten nam hij daarentegen tweemaal op, eenmaal onder Giulini en in 1999 nogmaals met het door hemzelf opgerichte Polish Festival Orchestra, dat hij zelf dirigeerde. Ook het Eerste pianoconcert van Brahms deed hij over; op de eerste uitgave met Bernstein volgde in 2003 een tweede – vrijer, virulenter, even fascinerend – met de Berliner Philharmoniker onder Simon Rattle. De cd-catalogus vermeldt verder wat Poolse muziek van Bacewicz en Szymanowski respectievelijk het voor Zimerman gecomponeerde pianoconcert van Lutoslawski, verbijsterende Préludes van Debussy, een handvol Mozart-sonates, Impromptus van Schubert, de eerste twee concerten van Rachmaninoff en het Eerste pianoconcert van Bartók. Dat is dat.

Maar op dat kleine repertoire-eiland geeft Zimerman alles, ook als dirigent in de concerten van Chopin, die hij één keer in zijn leven grondig wilde planten in hun voedingsbodem van de opera waar de theaterman Chopin zijn cantilenes opsnoof. Daar ging hij komisch ver in. Uit onvrede over het instrumentarium van zijn musici smokkelde Zimerman eigenhandig betere strijkinstrumenten Polen binnen. Dat is niet zonder gevolgen gebleven. De orkestklank is met een vooroorlogs aangezet vibrato in de strijkers bijna vettig, het spel kitscherig vrij in tempo, zeg maar schmalz. Alles is opera, bewust sentimenteel en smachtend, helemaal het klimaat dat de klavierdichter moet hebben aangestoken, maar dit gaat wel een stap verder dan de Bellini’s en Rossini’s die Chopin in Warschau hoorde. In het openingsdeel van het Eerste pianoconcert is Wagners Parsifal al zeer nabij; de hele negentiende eeuw waarvoor Chopin de fundamenten sloeg humt mee. De pianist-dirigent geeft geschiedenisles; zo kan het zijn geweest, en hoor toch eens hoe ver het zijn tentakels uitstrekte. Zodra je de methode van verdieping en verbreding hebt begrepen, die van een retrostijl als contrarevolutie, ga je wenend voor de bijl. In de romance, het langzame middeldeel, nemen liquide tonen als een spons de krokodillentranen op die Zimerman zacht laat verdampen in verdwaasd allenige, charmant wipneuzige akkoordcomplexjes, vuurvliegjes boven de droomrivier van een gesublimeerde liefde voor wat niet. Wat is dit ongelooflijk prachtig.

Niet lang nadat ik Zimerman thuis in Basel had geïnterviewd, woonde ik in Maastricht een recital van hem bij. Met mijn reisgenote zocht ik hem na afloop op om egoïstisch de verstikkende bewondering te lozen. Hij zag er ziek uit en moest met zijn koortsige lijf nog naar Nijmegen, met zijn eigen auto en zijn Steinway op de aanhanger. Ik bood aan hem te rijden. Hij dankte beleefd. Dit is een man die niets uit handen geeft. Daar ging hij, met zijn eigen Steinway. Nijmegen! Tegen de bbc: ‘Van de transportkosten had ik twee huizen kunnen kopen.’ Nog humor ook. Dus ga hem horen, waar dan ook.

Krystian Zimerman geeft concerten op 30 oktober in het Muziekgebouw Eindhoven, op 1 november in het Concertgebouw in Amsterdam, op 3 november in De Doelen in Rotterdam en op 4 november in De Oosterpoort in Groningen.


Beeld: Krystian Zimerman speelt het Eerste pianoconcert van Brahms met het London Symphony Orchestra onder leiding van Sir Simon Rattle. Londen, 2 juli. Foto Amy T. Zielinski / Redferns / Getty Images