Hoofdcommentaar

De VVD en de eenarmige bandiet

Hubert Smeets

De gemeenteraadsverkiezingen zijn deze week verloren door het kabinet-Balkenende. Kwantitatief is dat nog niet te specificeren omdat deze editie van De Groene Amsterdammer naar de drukpers gaat voordat de stembussen sluiten. Bovendien kan iedereen alle kanten op met de cijfers. De vorige raadsverkiezingen veroorzaakten zo’n slachting dat er geen vergelijkingsmateriaal is. Wie teleurgesteld is, verschuilt zich dus achter maart 2002, toen het allemaal veel erger was. Wie tevreden is, baseert zich op dezelfde verkiezingen, toen het allemaal veel erger was. En wie het niet meer weet, brengt de peilingen van afgelopen maanden in stelling. Maar kwalitatief zijn er wel degelijk argumenten voor de conclusie dat de coalitie zichzelf in de nesten heeft gewerkt. De politieke polarisatie, die nu eenmaal onvermijdelijk is als er verkiezingen in aantocht zijn, heeft zich onverhoeds in de boezem van de coalitie genesteld.

De aanstichter hiervan is de vvd, die campagne heeft gevoerd alsof ze verslingerd is geraakt aan de eenarmige bandiet. Ze heeft onbekommerd gegokt op de fruitautomaten, zonder enig exitplan. Dat laatste nu is van belang. Hoewel campagnes in de uitvoering per definitie kortstondig demagogisch moeten zijn, is de gedachte erachter politiek op langere termijn. Het management van de vvd heeft de raadsverkiezingen gebruikt als breekijzer tegen cda en d66. Als volleerde dialectisch-materialisten wilden de liberalen de partners disciplineren door de klassieke rooienfobie aan te wakkeren.

Dat was geen spel, dat was menens. Bij elk fiasco – te beginnen met vice-premier Zalm die zo geobsedeerd is door de onroerendzaakbelasting dat hij niet meer tot tien kan tellen – deed de liberale top er een schepje bovenop – te eindigen met oud-chef Wiegel die zijn spreektijd liever vermorst met het gekeutel van minister Pechtold dan dat hij die gebruikt om enig licht in zijn eigen duisternis te laten schijnen – terwijl Van Aartsen op elke vraag de mantra «bouwen, bouwen, bouwen» herhaalde en minister Verdonk bijna glimlachend haar beleid jegens vreemde scholieren en homo’s in beton stortte.

Medium hoofdcommentaar

Voor de pvda is deze uitdaging simpel. Gewoon Joop den Uyl omdraaien: niet fel maar minzaam reageren. Het cda daarentegen heeft wel een probleem. Het cda had zich voorgenomen de landelijke interventies tot een minimum te beperken. De premier in polonaise tijdens carnaval in Brabant, zoals altijd strijdtoneel bij uitstek als het spannend wordt, paste nog in die strategie. Maar zondag kon Balkenende zich toch niet meer inhouden en kondigde hij in het televisieprogramma Buitenhof aan dat de zorgtoeslag voor gezinnen en minder bedeelden niet zal worden beperkt nu de premies voor 2006 meevallen en de koopkrachtplaatjes juist tegenvallen. Het is te eenvoudig om de toezegging van Balkenende af te doen als campagnetactiek, zoals links suggereerde. De premier deed de zoveelste stap richting pvda. En dat is een tendens aan het worden. Ook fractieleider Verhagen doet steeds aardiger, hoewel hij de pvda in 2003 toch uit de kabinetsformatie heeft gewerkt.

Op de vvd kan het cda sinds deze campagne namelijk niet meer bouwen. De partij oogt stuurloos en de kiezers hebben dat begrepen. In Rotterdam heeft de vvd zich de afgelopen vier jaar niet hersteld. De polarisatietactiek heeft daar vooral Leefbaar in de kaart gespeeld. Zelfs in polderstad Amsterdam heeft de vvd zich met allerhande gedraai over herhuisvesting wederom beroofd van een kansje om eindelijk eens de grootste te worden.

Wie is straks Barbertje? Van Aartsen bereidt zich, getuige zijn groeiende onthechtheid, voor op deze rol. Stapt de aanvoerder op, dan begint de chaos pas echt. Er is geen logische opvolger. De partij heeft zes weken voor de deadline van 20 april, de dag dat de nieuwe leiders zich moeten hebben aangemeld, en drie maanden om er één te kiezen. Dat worden lange maanden, waarin elke oprisping van Van Aartsen, Wiegel, Verdonk en Kamp op een schaaltje zal worden gewogen juist omdat ze voor de verkiezingsdag al bezig waren zichzelf in een goede uitgangspositie te manoeuvreren.

Dat virus kan overslaan op Balkenende. Daarmee is het einde van het kabinet natuurlijk niet op een week nauwkeurig te voorspellen. Anders dan in 1989 heeft het cda nu immers géén belang bij crisis. Onder leiding van premier Lubbers was het cda indertijd al langer tot de conclusie gekomen dat de coalitie met de vvd was opgebruikt. Toen de vvd begon te pielen met reiskostenforfait en benzineaccijns was het zo simpel om een val uit te zetten dat alleen een christelijke altruïst die kans zeventien jaar geleden niet zou hebben gegrepen. Nu zit het cda in een lastiger parket. Maar in het tweestromenland van de vvd – wij harde liberalen versus zij zachte socialisten –heeft de partij van de premier hoe dan ook geen soevereine positie meer. Om nog maar te zwijgen van d66, de juniorpartner die sowieso van voren niet meer weet dat hij van achteren leeft. Dat is de voorbode van crisis.

De sceptici opperen dat er geen thema’s meer zijn voor een breuk. Het huurplan van minister Dekker zou kunnen sneuvelen op de weerstand van het cda, maar de status van deze bewindsvrouw is hooguit goed voor een ministerscrisis. Voor het overige is het kabinet uitgeregeerd. En juist daarom kan het doorregeren. Deze redenering klopt. Ze gaat echter voorbij aan het ervaringsfeit dat politici die in het ongerede zijn geraakt vaak vergeten hun schoenveters goed vast te knopen.

Het is een prognose uit het ongerijmde. Maar waarom zou dit kabinet niet kunnen struikelen over de voorjaarsnota voor de laatste begroting of over de bestuurlijke hervorming van het neurotische d66 dan wel over het zoveelste interview via radio-Pechtold? Of gewoon over de nieuwe wet voor de publieke omroep die dit voorjaar door de Tweede Kamer moet worden goedgekeurd.

Dat laatste zou mooi passen in een Hollandse traditie. Balkenende heeft toch al iets weg van Marijnen, de premier die in 1965 zijn kabinet met de vvd zag sneven op Hilversum.