Hoofdcommentaar

De VVD is links geworden

Is er dan niets meer zeker? Nee. Er is niets meer zeker. De VVD is hard op weg de meest linkse partij van Nederland te worden. Als we er tenminste van uit kunnen blijven gaan dat links zich laat kennen door zijn optimisme over de heropvoedbaarheid van het individu of de groep en daarom tuk is op interventies van de overheid om mens en maatschappij te dienen.

Het bewijs voor deze opzienbarende cross-over van de VVD is afgelopen week geleverd: met de beleidsnotitie Integratie van niet-westerse migranten in Nederland en de via Trouw uitgelekte Inburgeringsnotitie van minister Verdonk van Vreemdelingen zaken & Integratie. Talloze beproefde uitgangspunten van de liberalen worden in deze nota’s zo gekanteld dat de lezer die het afgelopen jaar niet goed heeft opgelet in verwarring achterblijft.

Het begint ermee dat de VVD haar partijgenoot Stef Blok, voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie Integratiebeleid, als een baksteen laat vallen. Volgens Blok mag van de «nieuwkomers worden verwacht dat ze bereid zijn te integreren en moet de Nederlandse samen leving die integratie mogelijk maken». Volgens zijn eigen VVD is het «precies andersom»: nieuwkomers moeten, de Nederlandse samenleving mag.

Dit is geen semantiek. Want Bloks integratiedefinitie — de door hem omarmde gelijkheid voor de wet en het respect voor de dominante cultuur — deugt in de ogen der liberalen niet. Juridische posities zijn niet «gegeven» maar moeten door immigranten worden «bereikt». Het recht als een soort strippenkaart: hoe meer je bereikt, des te gelijker je wordt. In de bellettrie is dat allang een bekend gegeven.

De prozaïsche werkelijkheid vereist nu ook een paar drastische aanpassingen van de rechtsstaat. Zo dient zich geantedateerde wetgeving aan. Verdonk heeft de eerste stappen gezet. Inburgeringseisen moeten volgens haar met terugwerkende kracht worden opgelegd, aldus Trouw, ook voor burgers met een Nederlands paspoort.

Het «respect» waarvan de liberaal Blok gewag maakt, is de VVD eveneens een onsje te weinig. Het gaat de partij om «naleving van de normen van onze samenleving». Een naïeve geest zou, keurig honderd rijdend op een snelweg, denken dat respect in het dagelijks verkeer hetzelfde is als het niet overtreden van wettelijke normen. Het verschil tussen respect en naleving wordt helaas niet uitgewerkt in de notitie. Maar kennelijk is het onvoldoende dat burgers de wet contre coeur vrezen. We moeten hem con amore etaleren. Gedrag is niet genoeg. Het gaat om intenties. Even met de VVD meedenkend mogen burgers hun belasting aangifte voortaan niet meer met een boze druk op de knop «zenden» naar Apeldoorn versturen, maar moeten ze er een bloemetje voor de inspecteur bijleveren.

Voormalig partijchef Frits Bolkestein wordt in de notitie instemmend aangehaald. Maar dit onderscheid tussen passief respect voor de maatschappelijke normen en actieve liefde ervoor is toch echt een staaltje van die zachte linkse Gesinnungsethik waarvan Bolkestein, met zijn voorkeur voor een harde realistische Verantwortungsethik, blijkens zijn recente essay in NRC Handelsblad de afgelopen kwart eeuw heeft gegruwd.

Het «emancipatieliberalisme» waartoe de VVD zich heeft bekend, is dan ook geen culturele waarde maar een «morele waarheid». Kortom, «fundamenteel correct». Deze universele ideologie is, gelet op het feit dat de VVD geen christelijke partij is, eveneens een teken van de vooroorlogse radicale linksheid waarmee de SDAP onder invloed van dominee Banning in 1937 brak en die door het progressieve geneuzel van de jaren zestig verder verwaterde.

De concrete maatregelen van de VVD zijn wellicht nog niet revolutionair. De verlangde loyaliteit jegens de vaderlandse geschiedenis («trots op wat in het verleden tot stand is gebracht») is hooguit academisch onhoudbaar. Voordat elke vorm van dubbele nationaliteit is afgezworen moeten weliswaar allerhande Europese verdragen op de schop, maar het voorstel is verder een aanscherping van de bestaande wet. En het plan om partners tien jaar afhankelijk te houden van hun kostwinner in Nederland — nu drie jaar voor partners en vijf jaar voor kinderen — is een creatieve variant op de toestand vóór 1 januari 1957 (toen gehuwde vrouwen nog niet «bekwaam» waren) of op de «mevrouw Philips-theorie» waarmee de femsocs de individualisering van het recht op bijstand kritiseerden.

De VVD is niettemin verdraaid consequent. Her en der duiken ideeën op die schreeuwen om staatsinmenging. Tegen huiselijk geweld («in het bijzonder cultureel gelegitimeerd geweld») zal één overheidsorganisatie met één loket komen. Een centralistische benadering waarop links patent had. Het voorstel van Femke Halsema (GroenLinks) om uithuwelijken bij wet te verbieden, is hiermee vergeleken slappe thee. Economische integratie noopt tot «duurzame arbeid». Omgezet in beleid kan dat leiden tot interventies op de vrije markt, waar arbeid juist conjunctuur gevoelig is en dus niet gegarandeerd duurzaam. Jan Marijnissen (SP) kan gerust zijn. Ter bescherming van de «sociale welvaartsstaat» gaan de liberalen «het recht op verblijf loskoppelen van de toegang tot de verzorgingsstaat». Dat is een uitwerking van de suggestie die Ad Melkert (PvdA) september 2003 in deze krant deed. Om wille van de differentiatie in de wijken moet de «stedelijke vernieuwing en nieuwbouwproductie met kracht opgepakt worden». Jan Schaefer (PvdA) juicht postuum. De subsidiekraan voor de volks huisvesting mag weer open.

Eén van de hoofddoelen van de VVD is het indammen van de huwelijksmigratie uit met name Marokko en Turkije. Die huwelijken — ook als ze in vrijheid worden gesloten, hetgeen te vaak nog maar de vraag is — staan emancipatie in de weg en zijn ook anderszins een slecht voorbeeld. Het gaat de partij in de kern om circa vijfduizend mensen per jaar. Voor een stadion kleiner dan De Lange Leegte in Veendam gordt de VVD zich nu dus massief aaneen. Een kwantitatieve inzet voor een kwalitatief probleem. Klassieker links kan het bijna niet.