Uit electoraal oogpunt

De VVD zet de toon, uit angst voor Wilders

Het had VVD-fractievoorzitter Jozias van Aartsen uit electoraal oogpunt zo’n goed idee geleken: partijgenoot Geert Wilders de gevoelens in de Nederlandse samenleving laten vertolken. Na Pim Fortuyn moest de VVD, net als andere gevestigde politieke partijen, af van het beeld dat ze niet wilde luisteren naar gewone mensen die klagen over Marokkaanse ettertjes die buurten terroriseren, homo’s lastigvallen en vrouwen zonder hoofddoek als een hoer behandelen. Om de zieltjes van die grote groep ontheemde kiezers voor de VVD te winnen, mocht Wilders lang zijn gang gaan.

Maar hoe zag Van Aartsen hem eigenlijk? Hypothese: als de dorpsgek van de VVD. Het is weliswaar een theorie volgens de psychologie van de koude grond, maar dat soort theorieën doet deze dagen in Nederland wel meer de ronde. Van Aartsen dacht: laat die jongen fijn buiten spelen, dat kan verder geen kwaad. Maar de jongen wilde gehoord worden, zoals alle jongens die buiten spelen. De VVD luisterde echter niet, omdat de fractie niet wist hoe ze moest omgaan met in Nederland levende gevoelens ten aanzien van allochtonen. Dus radicaliseerde Wilders, zoals wel meer jongens overkomt die zich niet gekend weten. Want Wilders zag zichzelf niet als dorpsgek. Hij is politicus en een politicus wil invloed en macht.

Afgelopen zomer stapte Wilders uit de fractie en vormde in zijn eentje de Groep Wilders. Nu heeft hij bekendgemaakt een echte politieke partij te beginnen. De electorale vooruitzichten voor die partij, ook al zijn die dan virtueel, zijn niet slecht. Bij de peilingen van Inter/View-NSS staat de Groep Wilders op zeven zetels en bij Maurice de Hond zelfs op achttien, één meer dan de VVD, die aanhikt tegen zeventien zetels, wat een verlies van tien betekent. Van een buiten spelende jongen is Wilders voor de VVD nu een electoraal gevaar geworden. En een gevaar moet bestreden worden, om het maar eens in de hedendaagse oorlogstermen te zeggen. Zo lukt Wilders, nu hij geen deel meer uitmaakt van de liberale fractie, waar hij destijds als fractielid niet in slaagde: de VVD een ruk naar rechts geven.

Met die bril op bezien komt de oorlogs verklaring aan het adres van moslim extremisten van vice-premier en VVD’er Gerrit Zalm er ineens gekleurd op te staan. Van links tot rechts is men over het woordgebruik van Zalm gevallen. D66-partijleider Boris Dittrich vindt het sfeerverpestend en André Rouvoet van de ChristenUnie vreest dat mensen nu het idee krijgen dat alles geoorloofd is om de vijand te verslaan.

Bij de VVD zelf vinden ze dat muggenzifterij. Door die reactie, zegt een liberaal kamerlid, dreigt het gevaar dat in de Tweede Kamer het debat gaat over woordgebruik in plaats van waar het eigenlijk om gaat: moslimextremisme en hoe je daar als samenleving tegen teweer te stellen. Een ander reageert: «De journalistiek nam het woord oorlog in de mond. Had Zalm dat moeten nuanceren? Dan had iedereen weer geroepen: jeetje, wat een soft gedoe.»

Wie in ieder geval de indruk wekt te opereren met het oogmerk Wilders voor te zijn, is fractievoorzitter Van Aartsen. Hij was er, op het moment dat Nederland nog in het duister tastte, als de kippen bij om de moord op Van Gogh te kenmerken als een terroristische daad. Vlug wilde hij markeren dat Nederland een nieuwe fase in de geschiedenis is ingegaan. «We zijn de drempel van de dood overgegaan», zei Van Aartsen vorige week. En een moord waarvoor de dader zich beroept op de koran vraagt om nieuwe, meedogenloze antwoorden, wilde Van Aartsen gezegd hebben. Geen dialoog, maar hard optreden.

Daarom ook moest partijgenoot Johan Remkes het vorige week direct ontgelden. Want als de VVD het niet deed, dan had Wilders de zwakke minister van Binnenlandse Zaken wel eens alle hoeken van de Tweede Kamer kunnen laten zien. Remkes’ optreden afgelopen zomer bij het laten uitgaan van een terreuralarm was stuntelig. Na de bomaanslag in Madrid had hij uit de media moeten vernemen dat een van de verdachten bekend was bij de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst. En nu had diezelfde AIVD geweten dat de verdachte van de moord op Van Gogh in extremistische kringen verkeerde, maar had de dienst met die kennis volgens de Amsterdamse driehoek niet genoeg gedaan. Het is koren op de molen van Wilders. Dus werd Remkes door partijgenoot Laetitia Griffith te kennen gegeven dat hij peentjes zou gaan zweten. Als de AIVD fouten had gemaakt zou Remkes in de gevarenzone komen, waarschuwde Griffith vorige week al. In politiek Den Haag betekent dat dat hij moest vrezen voor zijn baan. Van Aartsen voegde daar vilein aan toe dat voor hem nog moest blijken of het gevoel van urgentie bij Remkes wel voldoende aanwezig is als het om terreurbestrijding gaat.

We moeten bij de bevolking de indruk wekken dat haar veiligheid bij ons in goede en kritische handen is, zo verklaren ze bij de VVD de opstelling van Van Aartsen. En daarbij past het in het zadel houden van een zwakke minister op juist het dossier van terreurbestrijding niet. Bovendien, zo wijst iemand er fijntjes op, had Van Aartsen zich vorige week dinsdagavond door minister Remkes laten informeren over wat de AIVD wist over Mohammed B. Andere fractievoorzitters vonden het belangrijker naar de Dam te gaan, waar Van Gogh onder het toeziend oog van veel camera’s werd herdacht. Van Aartsen, zo wordt gesuggereerd, wist al iets wat zij nog niet wisten.

Als het aan de VVD ligt, staat de strijd tegen terreur de komende tijd voorop. Meedogenloos zal die zijn, zoals Van Aartsen zelf aangaf. Mocht minister-president Jan-Peter Balkenende al voelen voor de rol van leider die kiest voor de dialoog, de rol van premier die het autochtone deel van de bevolking wil blijven voorhouden dat niet elke moslim ons haat, dan is hij daar laat mee. De VVD heeft, gealarmeerd door de gunstige peilingen voor Wilders, de toon gezet.