Antisemitisme Incidenten bepalen het beeld in West-Europa

De waakzame jood

Bespiegelingen over spanningen tussen moslims en joden doen geen recht aan de realiteit in West-Europa. ‘Er is een toverwoord in Tel Aviv, en het luidt Berlijn.’

BEVEILIGINGSCAMERA’S, bewakingspersoneel, metershoge traliehekken. De gemiddelde synagoge in het negentiende arrondissement in Parijs ziet eruit als een fort. De veiligheidsmaatregelen zijn er niet voor niets. Het stadsdeel herbergt zo'n veertigduizend joden, de grootste joodse gemeenschap van Europa. Elk jaar telt een lokale joodse vereniging gemiddeld 120 gevallen van antisemitisme. Schelden, spugen, agressie of erger.
Maar is het altijd wat het lijkt? Zijn alle incidenten werkelijk het gevolg van antisemitisme? En illustreren de incidenten eigenlijk wel het leven van joden in West-Europa? Het antwoord is kortweg: in de media misschien wel, maar in de praktijk zeker niet.
Rudy Haddad, een zeventienjarige joodse jongen, werd ter hoogte van het Parc des Buttes-Chaumont door een groepje jongens van Afrikaanse en Arabische herkomst in de hoek gedreven en dusdanig afgeranseld dat hij in comateuze toestand naar het ziekenhuis moest worden afgevoerd. ‘Antisemitisme’, riepen joodse organisaties. De kwalificatie werd onmiddellijk door landelijke media en vooraanstaande politici overgenomen. Kort daarna was het opnieuw raak, in dezelfde wijk. Twee joodse jongens van zeventien en achttien jaar meldden zich met gebroken neus op het politiebureau. Weer werd breed gesuggereerd dat het om antisemitisme ging.
In beide zaken lag het een stuk gecompliceerder. De twee joodse jongens maakten deel uit van een buurtbende, maar in hun groep zaten ook Arabische en Afrikaanse jongens. Onder de vijf jongeren van de rivaliserende bende die in verband met de molestatie werden opgepakt bevond zich een joodse jongen. Met antisemitisme had het allemaal niks te maken, concludeerde de politie; wel met territoriumdrift, meisjes, scooters en drugs. De in coma geslagen Haddad bleek lid van een militante zionistische jeugdvereniging die continu strijd leverde met Arabische en Afrikaanse jongeren uit een verderop gelegen flat. Was hier nog wel sprake van antisemitisme? 'Het feit dat hij joods was speelde zeker mee’, aldus hoofdcommissaris Jerôme Foucaud, maar het hoofdprobleem was 'een geweldsspiraal tussen rivaliserende bendes met een etnisch karakter’.
Maar dat bleek allemaal pas na de mediahype en dat zegt veel over de emotionele wijze waarop het antisemitismedebat in Frankrijk wordt gevoerd. De beeldvorming bepaalt de realiteit. Niet dat antisemitisme niet bestaat, of per definitie afgedaan moet worden als gecreëerde hype van belangenorganisaties. Antisemitische incidenten zijn er in Frankrijk, net als in andere West-Europese landen, zeker.
Cijfers zijn niet te vergelijken (zie kaders) maar trends per land wel. En in dat opzicht is 2009, het laatste jaar waarover cijfers beschikbaar zijn, opvallend. Neem Engeland. In 2009 ontving de joodse Community Security Trust 924 meldingen van anti-joods geweld. Het hoogste aantal sinds 1984, het jaar dat de stichting cijfers begon bij te houden. Brandstichtingen, haatpost, aanvallen op straat, kraken van websites, gooien van rotte eieren en racistische graffiti. De helft van de incidenten vond plaats in Londen, vooral in joodse wijken als Golders Green, Finchley en Hampstead Garden Suburb.
In België houdt het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding sinds 2004 cijfers bij. Het aantal meldingen is al die jaren stabiel, zegt directeur Jozef De Witte, zo rond de 60 à 65 per jaar. 'Met één uitzondering. In de eerste vier maanden van 2009 zagen we een piek.’ Hetzelfde beeld in Frankrijk. De Nationale commissie inzake de mensenrechten (CNCDH) registreerde het afgelopen decennium gemiddeld vijfhonderd gevallen per jaar. Met één forse uitschieter: 2009.
Als er iets wél vergelijkbaar is, dan is het de relatie tussen geweld in het Midden-Oosten - en dan met name het optreden van Israël - en het aantal incidenten gericht tegen joden in West-Europa. Na de Israëlische belegering van de Gazastrook in 2009 steeg in heel Europa het aantal scheldpartijen, geschilderde hakenkruizen en andere incidenten. Hetzelfde gebeurde al eerder, in 2000, na het uitbreken van de intifada. Maar anti-Israël en antisemitisme zijn verschillende zaken, zegt iedereen die voor dit artikel geïnterviewd werd er direct achteraan. 'Er bestaat hier een wijdverspreid antagonisme jegens Israël, vooral binnen de moslimgemeenschappen, bij linkse politici en bij “progressieve” intellectuelen’, aldus David Cesarani, historicus op de Royal Holloway, University of Londen, en gespecialiseerd in de joodse geschiedenis. 'Zo nu en dan wordt dit antagonisme op een lompe, stereotiepe manier geuit. Dat is meestal een reactie op de Israëlisch-Palestijnse strijd, het heeft te maken met naïviteit en onwetendheid en niets met een hekel aan joden of het jodendom. Slechts heel soms gaat het verder dan kritiek op Israël en gaat het om de vermeende macht en invloed van joden waar ook ter wereld.’
Misschien is de achterliggende reden geen antisemitisme maar anti-Israël, het effect kan hetzelfde zijn: een gevoel van onveiligheid, het gevoel bedreigd te worden. Net als in Frankrijk is het joodse leven in Duitsland vooral herkenbaar omdat patrouillerende agenten en permanente politieposten wijzen op de aanwezigheid van joodse instellingen. Neem de synagoge langs het Landwehrkanaal in Kreuzberg, een multiculturele wijk in Berlijn. Op vrijdagavond, als het gebedshuis zijn deuren opent, krijgt de dienstdoende agent versterking van collega’s. Dan wordt met twee dwars over de straat geparkeerde politieauto’s het gehele verkeer geblokkeerd. Twee zware jongens van de synagoge zelf versterken de bewaking bij de ingang. Is dat werkelijk nodig?
De Duitse inlichtingendienst, de Verfassungsschutz, telde in 2009 ruim vijftienhonderd strafbare antisemitische daden. Bijna altijd gaat het om bekladdingen of vernielingen; slechts in 31 gevallen om geweld. Maar de inlichtingendienst kijkt alleen naar incidenten van extreem-rechts, oftewel neo-nazi’s. Uitingen van jodenhaat door bijvoorbeeld migranten uit Arabische landen worden niet meegerekend. Ten onrechte, omdat neo-nazi’s in Berlijn, waar met ruim elfduizend leden de grootste joodse gemeenschap van Duitsland woont, nauwelijks een rol spelen. Het leeuwendeel van de joden in de Duitse hoofdstad is afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie. Sinds het einde van de jaren tachtig zijn zij massaal naar Duitsland geëmigreerd. De nieuwkomers hebben de joodse cultuur vers leven ingeblazen. In Hitlers voormalige Reichshauptstadt zijn weer joodse scholen, een crèche en een verzorgingshuis. Het is een relativerend beeld. De paar keer per jaar dat het in het relatief veilige Berlijn tot antisemitisch geweld komt, zijn de daders doorgaans jonge migranten, zegt Maya Zehden, medewerker van de joodse gemeenschap. 'Er zijn in Berlijn enkele wijken waar veel immigranten uit het Midden-Oosten wonen. Het is zeker de vraag of joden zich daar in traditionele kledij kunnen voortbewegen.’ Een reden om Duitsland te verlaten is dat niet, vindt Zehden. 'Overal ter wereld vinden racistische incidenten plaats. Voor joden is de situatie in Europa nog relatief onproblematisch.’
Ook in België? 'Joden verlaten ons land’, kopte dagblad De Standaard begin deze maand. De redactie baseerde zich op een bericht van het Jewish Agency for Israel, het officiële orgaan dat de wereldwijde immigratie van joden naar het beloofde land faciliteert. In 2009 maakten 152 Belgen de overstap, in 2010 waren dat er 250. 'Een stijging van 63 procent’, schreef de krant, als zou een groeiend antisemitisme een ware exodus veroorzaken.
'Sensatiezucht’, oordeelt Terry Davids, algemeen directeur en uitgever van Joods Actueel, de opvolger van het Belgisch Israëlitisch Weekblad. 'Het gaat om een vijftigtal families, op een totaal van vijftigduizend joden, die om uiteenlopende redenen vertrekken’, nuanceert ze, hoorbaar geprikkeld door de negatieve publiciteit. 'En het is absoluut niet vanwege antisemitisme.’ De werkelijke reden is veel basaler: druk op de diamantsector. Allereerst van de belastingdienst, die sinds een aantal jaren onderzoek doet naar de afdracht door handelaren. De onderzoeken duren lang en sommige handelaren gaan failliet. 'Een aantal bekende diamantairs is daardoor vertrokken’, zegt Davids. Een tweede reden is dat de diamantzaak niet meer overgaat van vader op zoon, en dat Indiërs de handel aan het overnemen zijn.
Is er dan totaal geen sprake van een groeiend antisemitisme? 'Onder de autochtone bevolking niet’, zegt Davids. 'De joden hebben het altijd goed gehad hier. De sporadische agressie komt van fundamentalistische moslims. Tijdens de Gaza-oorlog werden de orthodoxe chassidim nog wel eens aangevallen op straat.’ Maar, wil ze benadrukken, ze woont al 53 jaar in het hartje van de joodse wijk in Antwerpen en heeft zelf nog nooit iets gezien.
Met andere woorden: door het Midden-Oosten gevoede incidenten en theoretische bespiegelingen over mogelijke spanningen tussen migranten en joden doen geen recht aan de realiteit in West-Europa. 'Het is alarmistische nonsens om te zeggen dat het leven voor joden hier moeilijker wordt’, zegt de Britse historicus Cesarani. 'Dit joodse leven is juist rijker, gevarieerder en door het grootste deel van de Britse bevolking met meer warmte omarmd dan ooit tevoren.’
Sterker nog, de lange termijn wijst juist op een steeds bredere acceptatie van joden, stelt socioloog Laurent Mucchielli, auteur van een veel becommentarieerd artikel (Le 'retour de l'antisemitisme’). Zeker, er zijn aan Israël gerelateerde incidenten, maar van een terugkeer van het bon vieux antisemitisme uit de jaren dertig is in Frankrijk geen sprake. In 1946 achtte een derde van de Franse bevolking joden 'Frans als ieder ander’, vandaag de dag is dat negentig procent, aldus Mucchielli.
Berlijn heeft zelfs een sterke aantrekkingskracht op joden, met name op jonge Israëliërs. 'Er is een toverwoord in Tel Aviv, en het luidt Berlijn’, kopte Die Zeit afgelopen jaar. Het aantal overnachtingen van Israëlische toeristen in Berlijn is in tien jaar tijd bijna vervijfvoudigd, het aantal studenten uit Israël aan de Humboldt en de Vrije Universiteit verdubbeld. Er worden feesten georganiseerd (Berlin Meschugge en Jewdyssee) en er wordt merchandising verkocht. 'Kus me, ik ben kosjer’, staat op een T-shirt.
Het kan allemaal, zolang het niet te ostentatief is. Inderdaad, geeft Zehden toe, de medewerkers van de joodse gemeenschap in Berlijn raden hun leden aan niet als jood herkenbaar over straat te gaan, om problemen te voorkomen. Want hoe sporadisch ook, antisemitische incidenten hebben consequenties en leiden, vaak stilzwijgend, tot concessies en waakzaamheid.
Zelfs herkenbare joden blijven soms liever onzichtbaar.


Sentimenten
Het gerenommeerde en onafhankelijke Amerikaanse Pew Research Center meet in het kader van het Global Attitudes Project al jaren antisemitische sentimenten in Frankrijk, Duitsland, Engeland en Spanje. Uit de metingen tussen 2004 en 2008 blijkt dat het aantal mensen met een negatief beeld van joden stijgt. De trend is vooral opvallend in Spanje: van 20 procent in 2005 naar 46 procent in 2008. Ook in Duitsland en Frankrijk werd het beeld over joden in deze periode negatiever: van 20 naar 25 procent in Duitsland, en van 11 naar 20 procent in Frankrijk. Maar in 2009 is er sprake van een opvallende trendbreuk. In Duitsland en Frankrijk daalt het aantal mensen met een negatief beeld van joden sterk ten opzichte van 2008, tot negen procent van de Duitsers en tien procent van de Fransen. Het onderzoekscentrum gebruikte voor de verschillende surveys dezelfde methode. Hoe de flinke verschillen voor Frankrijk en Duitsland tussen 2008 en 2009 verklaard worden, laat het rapport in het midden.
Spanje is in 2009 niet onderzocht. In Engeland leven antisemitische sentimenten veel minder, daar zegt al jaren minder dan tien procent van de bevolking een negatieve opinie te hebben over joden. In Slowakije, Hongarije en Polen is dit percentage bijna dertig procent. Litouwen is volgens het onderzoek van Pew het meest antisemitisch: daar waardeert 37 procent van de bevolking de groep 'joden’ negatief.
Behalve Pew onderzocht ook de Universiteit van Bielefeld de houding ten opzichte van joden in acht Europese landen. De onderzoekers concluderen dat antisemitisme in Engeland en Nederland minder voorkomt dan in Portugal en veel minder dan in Hongarije en Polen, waar 48,8 procent van de respondenten de stelling onderschreef dat 'joden zich over het algemeen alleen zorgen maken over hun eigen mensen’.


Incidenten
Europees antisemitisme becijferen is lastig. Het grootste deel van de lidstaten, zoals Spanje en Italië, houdt geen statistieken bij. In de landen waar antisemitisme wel wordt gemeten, wordt dit gedaan door verschillende instanties. In sommige landen houden belangengroepen 'klachten van antisemitisme’ bij, in andere registreert de politie 'incidenten’. Door de verschillende methodes en definities van discriminatie en antisemitisme meet iedereen iets anders.
Het Agentschap voor Fundamentele Rechten van de Europese Unie (FRA) probeert desondanks manifestaties van antisemitisme in Europa in kaart te brengen. Het verzamelt al tien jaar de diverse gegevens uit de Europese lidstaten en het is dus wel mogelijk om, aan de hand van het laatste rapport met cijfers tot 2008, trends per land te signaleren. Landen vergelijken aan de hand van absolute cijfers is zinloos.
Zo is in Duitsland na een piek in 2005 een licht dalende trend te zien in het aantal door de politie geregistreerde 'antisemitische incidenten [die gepleegd worden door verdachten] met extreem-rechtse motieven’. Volgens het Forum tegen Antisemitisme daalde het aantal incidenten in Oostenrijk zelfs sterk na een piek in 2005.
In Frankrijk registreerde het ministerie van Binnenlandse Zaken pieken in het aantal antisemitische geweldplegingen en bedreigingen in 2002 en 2004. Sindsdien is sprake van een dalende trend: in 2008 was het aantal meldingen ongeveer de helft van 2004. Tegelijkertijd registreert een joodse belangengroep een stijging in het aantal incidenten en klachten sinds 2005.
Volgens het Community Security Trust, een organisatie die zich inzet voor de veiligheid van joden in Engeland, piekte het aantal incidenten in dat land in 2004 en 2006. Tot 2008 daalde het aantal incidenten vervolgens ietwat. In België is het aantal klachten van antisemitisme volgens het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding tussen 2004 en 2008 ongeveer gelijk gebleven.

Met medewerking van Philip Ebels, Koen Haegens, Marijn Kruk, Jelmer Mommers, Nina Polak en Patrick van IJzendoorn