FILM

De waanzin nabij

Terribly Happy

Twee soorten verhalen. De eerste: een sheriff. Een one horse town. Pokerspelers. Een prostituee. Revolvergevechten. De tweede: een man met een mysterieus verleden. Een blonde femme fatale met een twinkeling in het oog en een plan in het achterhoofd. Een onverwachte wending. Een moord. Voeg de western en de film noir samen en je hebt het verrassende Terribly Happy van de Deense regisseur Henrik Ruben Genz.
Robert Hansen (Jakob Cedergren), een agent uit Kopenhagen, wordt door zijn bazen overgeplaatst naar een klein dorpje in Zuid-Jutland. Waarom is niet meteen duidelijk. Maar al gauw blijkt dat het iets ergs moet zijn geweest, want niemand kiest ervoor in dit gehucht te gaan wonen of werken. Voor Robert is de nieuwe omgeving een ontnuchterende ervaring. Het stadje ligt in de buurt van moerassen, waarin van alles verdwijnt, zo vertellen de mensen: auto’s, koeien, zelfs inwoners. Terzijde, wat research leert dat de inwoners van deze provincie een eigen dialect, Zuidjutlands of Sønderjysk, spreken. Een Sønderjyde kan een Kopenhaagse Deen niet verstaan. Deze linguïstische verschillen worden in de film vertaald tot mentaliteitsverschillen, waardoor Robert zich als dokter Joel in Northern Exposure of als Agent Cooper in Twin Peaks blijft verbazen over het buitenissige doen en laten van de inwoners. Neem Ingerlise (Lene Maria Christensen), een oversekste blondine en moeder van middelbare leeftijd. Vlak na zijn aankomst in het dorpje probeert ze Robert te verleiden. Haar man blijkt zijn handen niet thuis te kunnen houden; haar dochtertje vlucht de straat op met een kinderwagen iedere keer als het weer zo ver is. Om alles erger te maken is Robert zelf continu de waanzin nabij – door zijn donkere verleden in de grote stad.
Regisseur Genz steekt zijn inspiratiebronnen nooit onder stoelen of banken: door zijn achtergrond als regisseur van tv-drama zijn de genoemde series ongetwijfeld bij hem bekend, net als de films van de gebroeders Coen, in het bijzonder de neo-western, neo-film noir Blood Simple (1984) en ook hun nog altijd volstrekt originele Fargo (1996). Om duidelijk te zijn: Genz bereikt niet de duizelingwekkende artistieke hoogte waarop de Coens zich bevinden, maar Terribly Happy is wel heel goed en vooral intelligent gemaakt dankzij de inhoudelijke, maar ook visuele referenties: Ry Cooder-achtige gitaarmuziek bij weidse beelden van het Deense platteland roept meteen visioenen op van Ennio Morricone en stoffige Spaanse landschappen; Ingerlise doet denken aan Barbara Stanwyck of Rita Hayworth of een Hitchcock-blondine (pak ’m beet Kim Novak); en Robert, de sheriff – misschien is hij James Stewart in een morality play van Anthony Mann, een western als The Naked Spur (1953), waarin de hoofdpersoon een manier moet zoeken om met zichzelf, en zijn verleden, in het reine te komen.
De slotakte, met nieuwe feiten over de inwoners, is geniaal, omdat op dat moment alle verschillende narratieve elementen waarmee Genz jongleert bij elkaar komen. En dan, cruciaal, voegt de regisseur ook nog zijn eigen ‘geheime’ ingrediënt toe: zwarte humor. Dat máákt Terribly Happy. De titel spreekt boekdelen. Het vreselijke geluk. De mooie balans tussen duistere ontwikkelingen en humor is tevens de verdienste van de acteurs, vooral Cedergren, die precies de juiste toon vindt, ergens tussen dead pan, totale verbijstering over zijn bizarre, nieuwe omgeving, en verdriet over het geheim dat hij met zich meedraagt.

Te zien vanaf 5 november