Michelangelo Antonioni 1912-2007

De waarheid

La notte van Michelangelo Antonioni zag ik voor het eerst toen ik twintig was en ik had er zo’n scherpe herinnering aan dat ik hem lang niet opnieuw heb willen zien. Er werd mij iets pijnlijks in die film geopenbaard, een soort onwelkome boodschap die ik lang ook weer verre van me heb gehouden. Wat ik me van de eerste keer herinnerde was het beeld van eindeloze ziekenhuisgangen, gangen waardoorheen een vrouw – een ‘jonge’ Jeanne Moreau heet dat dan, terwijl zij toen in mijn ogen een vrouw van middelbare leeftijd was – klikklakt op haar hoge hakken, naast haar Marcello Mastroianni in pak, sigaret in de mond. Ze staan aan het ziekbed van hun vriend, Tomasso, die koortsachtig en opgewekt het woord voert. Het onderlinge stilzwijgen van Moreau en Mastroianni steekt er pijnlijk bij af. Tussen deze mensen komt het nooit meer goed, denk je als kijker dan al snel, om daarin de rest van de film te worden bevestigd.
Toen ik de film ruim twintig jaar later voor de tweede keer zag, dacht ik eerst dat de oude betovering weg was. De zware symboliek viel me nu op, de witte muren waartegen de eenling zo nietig moet afsteken, het razende verkeer, de hoge gebouwen. Antonioni was duidelijk doende het moderne stadsleven op zijn verzwelgende kracht te betrappen en dat doet nu nogal gedateerd aan. En toch werd ik weer gevangen door de verbeelding van de neergaande betrekkingen tussen Mastroianni en Moreau, in de film Giovanni en Lidia geheten.

Gedurende een middag, avond en nacht volgen we dit echtpaar. Het lijkt erop alsof ze een gezamenlijk verplicht programma aan het afwerken zijn, beginnend met het bezoek aan de zieke vriend, eindigend op een groot feest. Als ze al wat tegen elkaar zeggen, zijn dat beleefdheidsfrases, geuit met afgewend hoofd. Hun samenzijn straalt een enorme verveling uit en een even grote rusteloosheid. Als ze uiteindelijk op het feest zijn, verdwijnen ze al gauw apart in de massa. Giovanni wendt zich tot de dochter van de gastheer, een prachtige rol van de al even prachtige Monica Vitti, sowieso een van de grote trekpleisters van de films van Antonioni. Giovanni gedraagt zich eerst nog losjes flirtend, maar al gauw pathetisch wanhopig. Lidia belandt in de auto met een of andere charmeur, die ze voordat het echt tot iets komt, afwijst. Tegen het ochtendgloren lopen Lidia en Giovanni samen weg van de feestlocatie naar een open veldje en nemen plaats onder een boom.

En toen wist ik het opeens weer. De treurige verschrikkelijkheid van de laatste scène. Twintig jaar lang had ik La notte in mijn geheugen opgeslagen met het beeld van die eindeloze ziekenhuisgangen. De scène waar het me echt om ging, bleek ik uit mijn actieve geheugen te hebben laten glippen. Dat ziekenhuis zit echt alleen maar aan het begin van de film. Pas bij het weerzien begreep ik welke sleutelrol de zieke vriend Tomasso vervult. In het begin zien we hem vanuit zijn ziekbed commentaar leveren op Giovanni’s laatste boek. Ondertussen probeert hij voortdurend Lidia’s hand te grijpen, haar blik te vangen, erachter te komen hoe het met haar gaat. Hij is hun gezamenlijke vriend, van jaren her, en hij haalt van hen allebei het beste naar boven. Van Giovanni benadrukt hij diens creativiteit en schrijverschap, terwijl je later in de film ziet hoezeer Giovanni’s schrijverschap in het slop zit, hoe hij zich laat corrumperen door geld. Lidia complimenteert hij met haar schoonheid en intelligentie, terwijl zij door haar eigen man wordt genegeerd. Tomasso is de kroongetuige van Lidia en Giovanni, hij stamt uit hun glorietijd. ’s Nachts belt Lidia vanaf het feest naar het ziekenhuis om te informeren hoe het met hem is. Dan hoort ze dat hij gestorven is. Zijn dood maakt de dingen definitief onomkeerbaar, zoals de laatste scène laat zien. Het bezoek van het echtpaar aan het ziekenhuis is niet anders dan de gang door hun eigen sterfhuis. Tomasso’s zieltogen is hún zieltogen. Dat ik me La notte herinnerde als een langgerekt ziekenhuisbezoek, de vooravond van de doodverklaring, is dus eigenlijk heel adequaat.

En hoe zit het dan met die laatste scène? Die appelleert aan een vaag besef van iets onontkoombaars ingewikkelds, een besef dat ik op mijn twintigste liever weer uit mijn geheugen liet verdwijnen om me er op mijn veertigste opnieuw door te laten overvallen. Het is een scène waarin Antonioni zijn vrouwelijke heldin de waarheid onder ogen laat zien, hoe onverteerbaar en onbegrijpelijk die ook is.