Menno Hurenkamp

De waarheid is een leugen

Vrijdagavond na zonsondergang ging Marcel van Dam bij de EO de strijd aan met een joodse schoolklas over de Palestijns-Israëlische oorlog. Van Dam is verklaard tegenstander van de agressieve Israëlische politiek en het gesprek met de jeugd liep dan ook danig uit de klauwen. Het conflict moet opgelost door het Internationaal Gerechtshof, vond Van Dam, en niet door een geoefend leger tegen burgers in te zetten. De jonge joden zagen dat, in lijn met de Israëlische politiek, niet zitten. Zo’n hof zou zich baseren op de resoluties van de Verenigde Naties, die zeggen dat Israël zich moet terugtrekken uit de bezette gebieden. De schoolklas dacht niet aan rechtvaardigheid voor de Palestijnen, maar aan veiligheid voor de joden. Van Dam kreeg van de televisiemakers de opdracht om samen met de schoolklas een pamflet te schrijven. Daarin zou een aanzet tot de oplossing van het conflict moeten staan.

De gehaaide debater nam de kids vliegensvlug te grazen. Na onderhandelen stond onder meer in het pamflet dat de Palestijnen geld krijgen van de EU zodat ze afzien van hun recht op terugkeer naar hun geboortegrond. Er stond ook dat een nog niet bestaand internationaal juridisch instituut zich buigt over de grenzen tussen Israël en Palestina. Dat waren slimmigheden, zo vertelde Van Dam later. Niet alleen wist hij zeker dat ook een nieuw internationaal instituut altijd het gewoonterecht van de Verenigde Naties zal volgen, ook had hij de leerlingen er ingeluisd door ze — zonder dat ze het door hadden — het recht op terugkeer van de Palestijnen te laten erkennen. Van Dam heeft vermoedelijk gelijk, maar wat heeft hij gewonnen? De zestienjarige joden hebben geleerd waarom de internationale gemeenschap te wantrouwen is. Als de onderhandelaar weg is, staat iets op papier wat jij niet hebt bedoeld.

De linkse criticus Van Dam ergert zich ook aan Pim Fortuyn en de verrechtsing van Nederland. Als verklaring voor de opkomst van de kale pestprofessor schreef hij onlangs: «Bij de media is net als bij de politieke partijen het resultaat, het scoren, belangrijker geworden dan de opdracht, de roeping of de norm. Dat is geen beschuldiging, maar een feit.» Die scoringsdrang leidt tot een onterechte versimpeling van complexe problemen als de wachtlijsten in de zorg. Van Dam trapte bij de EO zelf in die val: hij lichtte het been van zijn tegenstander — scoren, geen roeping.

Dit betoogje dient niet om Van Dam de maat te nemen. Het laat zien dat hij er niet in slaagt zich te onderscheiden van de door hem verfoeide Fortuyn. Je kunt niet geloofwaardig opkomen voor de ene medemens (de vreemdeling) als je bereid bent de andere medemens (de politicus) een loer te draaien. Dat is het morele gelijk dat links in de problemen heeft gebracht. Tenzij je durft toe te geven dat politiek soms ook oneerlijkheid betekent.

Om het gehavende aangezicht van de politieke klasse hersteld te zien, willen kiezers en pers nu verhalen over transparantie en idealen horen. Maar de waarheid, toe geven dat je sjachert, vergt pas ruggengraat, meer dan het afsteken van schoon-schipmantra’s. Zodoende. Ik stem op de man of vrouw die zegt: «Ik zal vier jaar naar eer en geweten voor u liegen.»