‘De waarheid is nooit precies zoals je denkt dat hij zou zijn’
 (Johan Cruijff
)

Met interesse heb ik de controverse in Nederland gevolgd over de problematiek in Colombia en de FARC-EP, ik wil graag een bijdrage leveren aan deze discussie. Het lijkt mij in vele opzichten heel gemakkelijk om je als Nederlander aan te sluiten bij de club van ‘politiek correcten’, maar ik denk ook dat ‘politiek correct’ niet altijd overeenkomt met rechtvaardig.

De negatieve aandacht voor de FARC in de media heeft in veel gevallen te maken met de rol die de FARC speelt als organisatie die een gewapende strijd voortzet in tijden waarin –volgens velen – een gewapende strijd niet (meer) nodig is. De geschiedenis van Colombia laat echter een andere kant van de zaak zien. Toen de FARC opgericht werd, in 1964, bestond zij uit een klein groepje liberale boeren (48 in totaal) die hun eigen stukje land opeisten. Het antwoord van de conservatieve regering, in samenwerking met de Verenigde Staten, was een enorm militair offensief, met zestienduizend troepsoldaten en bombardementen, het zogenaamde Plan Laso (Latin American Security Operation). De boeren, nadat ze aan alle deuren hadden geklopt voor een vreedzame oplossing voor het probleem, pakten de wapens op. ‘Ja, maar dat was in 1964, nu is de FARC uitgegroeid tot een drugsbende die mensenrechten schendt en geen enkele ideologie meer heeft.’ Ik hoor het u zeggen.

We maken een sprong in de tijd naar de jaren tachtig. In 1984 begon er een vredesproces met president Betancur. Naar aanleiding van dat vredesproces heeft de FARC-EP, samen met andere organisaties, een politieke beweging opgericht, de Patriottische Unie genaamd. Een paar jaar later maakte de FARC de balans op: circa vijfduizend leden waren vermoord door het regime, onder wie twee presidentskandidaten. Er zat dus niets anders op dan de wapens weer op te pakken. ‘Ja, maar dat was in de jaren tachtig, nu is de FARC een terreurbeweging, die mensen ontvoert en aanslagen op de bevolking pleegt.’ Weer hoor ik uw stem.

En weer maken we een sprong in de tijd: 1999. Het jaar van het vredesproces, deze keer met president Andres Pastrana. Volgens latere verklaringen van diezelfde president had de regering ‘tijd nodig om het leger te herstructureren’, omdat de FARC in militair opzicht in de jaren negentig te sterk was geworden en te veel grootschalige acties ondernam tegen militaire regeringsbases. Toen die herstructurering, met hulp van de VS, eenmaal voor elkaar was, werd het vredesproces opgeheven (met het excuus dat de FARC geen vrede wilde) en begon het Plan Patriotas in 2001, een ongekend grootscheeps militair offensief tegen de FARC en de bevolking in het algemeen.

Dat Plan Patriotas duurde bijna tien jaar, inmiddels is het 2013, en zitten we midden in het vredesproces van Havana. Wéér een nieuwe poging om tot een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict in Colombia te komen. Zijn er nu wel garanties die er voorheen niet waren? Is de regering nu wel bereid om structurele veranderingen door te voeren die een werkelijke oplossing betekenen voor de oorzaken die dit conflict hebben aangewakkerd? Om landhervormingen door te voeren, in een land waar 1,15 procent van de bevolking 52 procent van het land bezit? Om de levens te garanderen van de mensen die deel willen uitmaken van de politiek op een vreedzame manier, maar die de jungle in zijn gegaan om te ontkomen aan het systematisch uitmoorden van politieke tegenstanders van de regering?

De cijfers liegen er niet om. Volgens de Verenigde Naties zijn van de 4716 aanklachten over moorden op de civiele bevolking door regeringstroepen slechts een handvol uitgemond in een veroordeling. Er zijn zes miljoen boeren als insecten van hun grond gejaagd om plaats te maken voor multinationals die grootscheepse olie- en mijnexploitatie op hun agenda hebben staan. De regering heeft een wet opgesteld om land aan de boeren terug te geven, maar van de boeren die de teruggave leiden, zijn er al meer dan 53 vermoord. In 2012 zijn, volgens de ngo Somos Defensores, 69 mensenrechtenactivisten vermoord in Colombia. In december 2012 is er een wet ingevoerd door de Senaat, om militairen die mensenrechten hebben geschonden te beschermen. Er zijn ongeveer negenduizend politieke gevangenen in Colombia, die onder mensonterende omstandigheden leven. Er zijn duizenden mensen die gewoon verdwenen zijn van de ene op de andere dag…

Desalniettemin, de FARC-mensen zijn terroristen, volgens de regering, de VS en de Europese Unie. Volgens hen is de FARC de oorzaak van het conflict en niet het gevolg van de jarenlange criminele praktijken uitgevoerd door de staat.

Laten we duidelijk zijn: oorlog is per definitie mensonwaardig. In een oorlog vallen altijd burgerslachtoffers. De FARC heeft haar bereidheid getoond om de slachtoffers van onze kant te erkennen, wat gebaseerd moet zijn op feiten. We hebben herhaaldelijk aangedrongen op een degelijke, onafhankelijke onderzoekscommissie die de oorzaken en feiten van het conflict in Colombia moet vaststellen – tot nu toe zonder duidelijk antwoord van de regering.

Tot slot wil ik heel nadrukkelijk zijn over het volgende: geen enkel levend wezen gaat zomaar het strijdveld op, omdat hij van nature gewelddadig is of niets anders te doen had. Mijn kameraden in deze strijd zijn mensen die dromen over een stukje land, een familie, een normaal leven. Maar die droom is hen op een gewelddadige manier afgenomen en ze werden verplicht om hun toevlucht te zoeken in de Colombiaanse jungle, om voor hun rechten te vechten. Drugshandelaars? Terroristen? Mensen, gewone mensen, als u en ik.