FILM: Boven is het stil

De wachtende dood

Medium boven bakker1

De performance van wijlen Jeroen Willems als een boer, Helmer, op zoek naar iets, misschien naar een waarheid die zijn leven eindelijk zinvol zal maken, is er een van kracht en mysterie, maar ook van gevoel en uiteindelijk van verlossing. In haar film Boven is het stil, naar de roman van Gerbrand Bakker, plaatst regisseur Nanouk Leopold de uitersten in het karakter van Helmer tussen twee beelden die als boekensteunen in de vertelling fungeren: het eerste uiterste is van wuivende halmen in een veld dat verder leeg oogt, het tweede is van hetzelfde veld, maar nu ligt Helmer er op de grond naar de hemel te staren.

Eerder. Een bonte kraai kondigt de dood aan voor de vader van Helmer. Op de boerderij waarin hij zijn hele leven heeft gewoond en gewerkt ligt hij nu op zolder. Zijn zoon heeft hem met grote moeite naar boven gedragen. Daar rest hem niets anders dan om zich heen te staren, nu en dan ook naar buiten waar hij geconfronteerd wordt met de vogel die met zijn krassende geluid het laatste restje hoop doet verdwijnen.

In Bakkers roman speelt tijd een sleutelrol, verwoord door een van de jongens van buurvrouw Ada die graag op de boerderij komen, die opmerkt dat de setting net zo goed dertig jaar geleden had kunnen zijn. Mooi is de wijze waarop Leopold met haar camera vorm geeft aan deze talige beeldspraak: wanneer Ada op bezoek komt zegt een enkel shot van haar handen – ze draagt een trouwring – veel over haar karakter en haar rol in het verhaal. Deze sequens toont Leopolds stijl en visie: beeld is alles, maar ook niets. Niets, omdat het beeld vooral vol geheimen zit. Er wordt veel getoond, maar de betekenis is op frustrerende wijze ongrijpbaar. De personages zeggen vrijwel niets, waarmee film en bronmateriaal bijna recht tegenover elkaar komen te staan. Toch communiceert het gebrek aan taal iets essentieels, iets wat de kern van de personages en hun verhaal, van deze mensen en hun leven, blootlegt: geslotenheid, stuursheid, een duistere hunkering naar spanning, naar iets wat op een echt leven lijkt.

Boven is het stil gaat over dit verlangen, maar ook over herinnering en verlies en over haat en leedwezen. De openingsscènes zijn onvergetelijk: de zoon draagt zijn volledig invalide vader eerst naar boven, maar even later weer naar beneden om hem onder de douche te wassen. Leopolds camera brengt ons tot dicht bij deze twee mensen, zodat je de oude-mannenstank waar Helmer zo zichtbaar van walgt, bijna zelf kunt ruiken. Het beeld is confronterend: Helmer met zijn vader in z’n armen. Is dat liefde, deze omhelzing? Is er sprake van tederheid of zorg? Op het oog wel. Maar niet als even later het gezicht van de zoon in beeld komt en we zien hoe zijn blik vervuld is van afgrijzen. Willems, eind vorig jaar onverwacht overleden, is magistraal in deze rol, misschien ook dankzij het feit dat Leopold een manier heeft gevonden om zijn markante gezicht te fotograferen: en profil en met het accent op die uitdagende kaaklijn, de donkere ogen en de beginnende lijnen van ouderdom, in de huid gegraveerd.

Willems’ raadselachtige Helmer is Leopold op het lijf geschreven. Ze ontwikkelde haar vervreemdende, observerende stijl eerder in films als Guernsey (2005) en Brownian Movement (2010), maar nooit eerder slaagde ze er zo mooi als hier in om ontwijkende betekenissen een dwingend karakter te geven. Anders dan voorheen is haar camera nu voortdurend in beweging. Deze intensiteit is poëtisch, en vooral invoelbaar, eerst zichtbaar in een leeg landschap, en dan in het beeld van een mens in datzelfde landschap, wat misschien eindelijk een soort balans suggereert.

Te zien vanaf 25 april