De wandmeubels van ten cate

Te zien t/m 19 mei in de Reuten Galerie, Fokke Simonszstraat 49, van 14.00 -18.00 uur.
‘Kijk alvast maar rond, dan zal ik er zodadelijk van alles over vertellen’, zegt de vrouw in Galerie Reuter. Even later voegt ze de daad bij het woord. Of liever: het woord bij de daad. Ze geeft uitleg bij de installatie die Ritsaert ten Cate heeft opgesteld. De ruimte is ingericht als een kamer, even denk ik dat we in een woonhuis zijn, niet in een galerie. Er staat een enorme plant. In de hoek een ligstoel. Op de vloer een tapijt van rozeblaadjes.

En aan de muur hangen spiegels met badkamerplankjes eronder, ‘wandmeubels’ noemt Ten Cate ze zelf. Ieder wandmeubel toont een verzameling spullen. Voor een deel zijn het persoonlijke spullen. Gebruiksvoorwerpen, briefjes, souvenirs, een doktersrecept, een identiteitskaart van het Touch Time-festival waarmee het Mickery-theater afscheid nam. Op die identiteitskaart de foto van Ten Cate, oprichter en drijvende kracht achter Mickery, nu artistiek leider van de vervolgopleiding voor (theater)kunstenaars Dasarts. Boven die foto staat het woord 'Touch’.
Mensen raken, dat is wat Ten Cate wil. 'Tussen ons was niets dan een aanzienlijke afstand’ is de titel van zijn installatie, een citaat van Anna Enquist. Hij laat de afstand zien tussen de binnenwereld van een individu en de buitenwereld, en probeert tegelijk die afstand te overbruggen. De buitenwereld is het meest letterlijk aanwezig in het panorama dat is samengesteld uit foto’s uit het wereldnieuws. Dat panorama kun je het beste bekijken vanuit de ligstoel. Daar heb je een 'uitzicht’ op dramatische hoogtepunten uit de wereldgeschiedenis. Het nieuwspanorama is het tegenbeeld van de introverte wandmeubels vol spullen. De gebeurtenissen waar deze spullen naar verwijzen hebben zich voltrokken aan het leven van één persoon: de samensteller van de installatie. Hoe beter je Ten Cate kent, hoe meer je zult herkennen. De suede jas bijvoorbeeld, die naast een van de spiegels hangt, daar zie ik hem meteen in lopen. 'Hij kreeg ’m in New York op straat in z'n handen geduwd, en toen moest hij meteen cheques uitschrijven’, vertelt de vrouw van de galerie.
Het verhaal van de jas blijkt minstens zo dramatisch als de gebeurtenissen op de foto’s. 'Zo hebben alle dingen hier hun eigen verhaal’, zegt de vrouw. Ze praat tegen twee andere bezoekers. Ik doe alsof ik niet luister. Ik hoef die verhalen niet te horen. Ze interesseren me, en ik weet dat ze me dieper het werk in zouden trekken, de binnenwereld in van Ritsaert ten Cate. Maar het stoort me dat daar zo'n intermediair voor nodig is. Dat de voorwerpen zelf zo weinig van hun verhaal prijsgeven. Verzamelde spulletjes kunnen heel goed ontroeren zonder dat je de eigenaar kent. Omdat ze een tijdsbeeld geven. Omdat er een persoonlijke smaak of fascinatie uit spreekt. Omdat ze in één oogopslag over een heel mensenleven vertellen, of over een moment in een mensenleven, zoals Daniel Spoerri’s vastgeplakte herinneringen aan een gezellige avond. Maar de dingen die Ten Cate heeft uitgestald brengen die ontroering niet teweeg. De installatie komt op mij over als een constructie, een presentatie van een aantal gedachten over de positie die de mens kan innemen tegenover de wereld.
Er is maar één ding dat me raakt. Op een van de wandmeubelen staat een piepklein beeldschermpje met daarop de hartverscheurende televisiebeelden van het meisje dat een aantal jaren geleden voor het oog van de wereld in de modder is verdronken. Het is alsof Ten Cate een beeld uit het foto-panorama naar zijn binnenwereld heeft gehaald en het daar tot leven heeft gebracht. Hij maakte het verhaal van het meisje tot zijn eigen herinnering. Een troostrijk gebaar dat de grenzen overstijgt tussen hier en ver weg, tussen heden en verleden, tussen leven en dood. Een gebaar dat geen nadere uitleg nodig heeft.