The Naked Shit Songs

De wanhoop van Theo van Gogh

Het Holland Festival 2017 zat vol verrassingen. Tot en met het laatste weekend, toen – op zich niet verrassend – bekend werd dat zakelijk directeur Annet Lekkerkerker per 1 januari 2018 algemeen directeur van het festival wordt. Een kunstenaar wordt gezocht als artistiek directeur.

Het eerste concert in de Proms-marathon was Temple of Time, een rituele installatie en compositie van de Nederlands-Indonesische Sinta Wullur met niet minder dan 84 westers gestemde gamelangongs, in een kruis opgesteld op de vloer van de grote zaal van het Concertgebouw. Ze zorgden voor een wonderschoon geluid, samen met een klein koor van vier in rood geklede vrouwen en vier solozangers, die elk een van de vier grote godsdiensten in Indonesië vertegenwoordigden (islam, boeddhisme, christendom en hindoeïsme). Op symbolische wijze brachten componiste Wullur en librettiste Miranda Lakerveld deze vier culturen zo bij elkaar. Het was vaak adembenemend mooi.

Later op de avond kwamen nog eens twee werelden bij elkaar. De razend populaire pianistenbroertjes Lucas en Arthur Jussen speelden Mantra uit 1979 van Karlheinz Stockhausen, de veel minder populaire goeroe van de moderne twintigste-eeuwse muziek. Ze speelden het lange stuk helder en krachtig, op twee in de lengte op het podium geplaatste vleugels, met primitieve elektronica en vibrafoonstokjes en het was geestig en gevarieerd. Zo zat het Concertgebouw nu eens vol voor Stockhausen. Een mooie aanloop naar de presentatie van Stockhausens aus Licht op het Holland Festival van 2019.

Wonderlijk was ook de allerlaatste HF-voorstelling van dit jaar: Lady Eats Apple van het Back to Back Theatre uit Melbourne dat werkt met acteurs met een geestelijke beperking. Het publiek zat in een enorme tent, gebouwd op het toneel van de Amsterdamse Stadsschouwburg, en die tent zeilde tot twee keer toe naar beneden zodat je uiteindelijk naar de balkons van de grote zaal keek, waar je de acteurs in de weer zag en hoorde via een koptelefoon. Je was getuige van een prille liefdesverklaring tussen een jongen en een meisje, die zich al direct moeten afvragen of ze wel in staat zullen zijn bij ziekte voor elkaar te zorgen. Veel misverstanden tussen gehandicapte en ‘normale’ mensen, veel verwarring over wie zich nu normaal gedraagt en wie niet.

Maar het meest verrassend was voor mij een nieuwe opera van Huba de Graaff met de niet zo aantrekkelijke titel The Naked Shit Songs. De tekst bestaat uit het uitgetikte interview dat Theo van Gogh in 1996 voor tv maakte met Gilbert & George, twee even excentrieke als onverstoorbaar keurige kunstenaars. De Graaff gaf ze mooie muziek bij een gematigd modern idioom. Aangrijpend was de steeds groeiende wanhoop van Theo van Gogh (acteur Xander van Vledder) bij de volstrekte onverstoorbaarheid van de twee Engelsen (voortreffelijk gezongen door de Schotse broers Nigel en Christopher Robson). Op een griezelige manier lijkt het gesprek steeds meer te gaan over de dood en over de islam en dus over de toekomstige moord op Van Gogh. Een groot homo- en lesbisch koor en een kleiner koor van mensen met een islamachtergrond zingen dat tolerantie moet leiden tot liefde. Het was een verschrikkelijk sarcastische conclusie.