Het waterhoofd PCM-Uitgevers

De wankelende reus

Vijf jaar geleden groeide PCM-Uitgevers uit tot het grootste krantenkartel van Nederland. Inmiddels betalen alle deelnemers een hoge rekening. Hoe lang kan men zo nog verder? Een analyse.

De grauwsluier van de ultieme deceptie is neergedaald over de PCM-Uitgevers, de grootste persmogol uit de geschiedenis van de Lage Landen. Hoofdredacteuren klagen steen en been over opgelegde bezuinigingen. In het geval van Het Parool wordt zelfs druk gebrainstormd over een mogelijk vertrek uit de PCM-gelederen. Scheidend hoofdredacteur Mathijs van Nieuwkerk van Het Parool lijkt serieus te zijn in zijn voornemen de met succes gerestylede krant te doen fuseren met zijn nieuwe werkgever, de al eerder door PCM verstoten Amsterdamse tv-zender AT5.

Over dit voornemen vond verleden week een cruciale ontmoeting plaats tussen vertegenwoordigers van de Stichting Het Parool (met 57,4 procent de grootste aandeelhouder van PCM) en PCM-bestuursvoorzitter Cees Smaling. Over het resultaat van dat gesprek houden alle betrokkenen de lippen stijf op elkaar. Stichting Het Parool wil alleen maar bevestigen dat er inderdaad wordt gestudeerd op «alternatieve mogelijkheden van exploitatie van Het Parool».

In Het Parool viel tot dusver geen woord over de onderhandelingen te lezen, in de andere PCM-bladen — de Volkskrant, NRC Handelsblad, het Algemeen Dagblad en Trouw — al evenmin. Waarmee al gelijk duidelijk wordt hoe fnuikend de persconcentratie onder PCM-vlag inmiddels heeft uitgepakt. Onthullingen over het lot van Het Parool zouden uiteindelijk schadelijk kunnen zijn voor het algemeen bedrijfsbelang. Vandaar de oorverdovende stilte in zowel Amsterdam als Rotterdam, de twee zenuwcentra van de krantendivisie van PCM.

De Telegraaf, de enige concurrent op de landelijke dagbladenmarkt die niet onder PCM-vlag verschijnt, zwijgt eveneens in alle toonaarden over de op handen zijnde revolutie. Logisch, want ook daar staan grote belangen op het spel. Als Het Parool daadwerkelijk uittreedt uit de PCM-constellatie, zo meldt het verenigingsorgaan De Journalist van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) in zijn jongste editie, zal de drukorder mogelijk naar De Telegraaf gaan, die overdag nog volop drukcapaciteit over heeft.

Het is een in historisch opzicht nogal ironisch scenario. Zette Parool-oprichter Gerrit Jan van Heuven Goedhart direct na de oorlog juist niet alles op alles om ervoor te zorgen dat de foute Telegraaf nooit meer van de persen zou rollen? En moet diezelfde Telegraaf nu de reddende engel van het noodlijdende Parool zijn? Het is de ideologische verwarring ten top.

Deze ultieme vernedering had voorkomen kunnen worden toen NRC Handelsblad en het Algemeen Dagblad, verenigd in de Nederlandse Dagblad Unie, vijf jaar geleden in de uitverkoop werden gedaan door uitgeverij Reed-Elsevier. Het Telegraaf-concern meldde zich toen gelijk als kandidaat-koper. Daartegen bestonden met name ter redactie van NRC Handelsblad grote bezwaren. Jam mer, oordelen diverse betrokkenen nu achter af. Een zakelijke alliance tussen De Telegraaf, NRC Handelsblad en het Alge meen Dagblad was juist met het oog op het instandhouden van de pluriformiteit van de landelijke dagbladen waarschijnlijk te verkiezen geweest. Dan was er uiteindelijk sprake geweest van duidelijke concurrentieverhoudingen: PCM zou zich met de Volkskrant, Trouw en Het Parool in de portefeuille verder kunnen ontwikkelen tot het grote progressieve bastion, terwijl het Telegraaf-concern met het eigen orgaan, het Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad de conservatieve markt in al haar gelaagdheid zou hebben bediend. Zo'n netjes en overzichtelijk verdeelde markt zou de positie van de diverse dagbladen verder hebben versterkt en qua broodnodige polarisatie heel wat leven in de brouwerij hebben gebracht.

In plaats van in te gaan op de avances van De Telegraaf ging de NDU zoals bekend in zee met de Perscombinatie, uitgever van de Volkskrant, Het Parool en Trouw. De Perscombinatie moest zwaar in de buidel tasten. Om de aankoop te financieren werd de hulp ingeroepen van de ING-bank, die een fors aandeel nam in de nieuwe PCM. Indertijd werd gesproken van «een faustiaanse deal» met het grootkapitaal, die zich uiteindelijk tegen de kranten zelf zou keren. De ING-bank, kennelijk geschrokken van de kritiek, stootte zijn PCM-aandelenpakket na enige jaren al weer af, en wel richting Nationale-Nederlanden (22 procent), Aegon (7 procent) en de Nederlandse Investerings Bank (zes procent). De rest van de pcm-aandelen bleef in handen van de Stichting Het Parool (57,4 procent), de Stichting de Volkskrant (5,8 procent) en de Christelijke Pers (1,8 procent). Dat oogde als een solide wal tegen een al te commerciële koers van PCM, hetgeen nog werd bevestigd toen de Stichting Het Parool als meerderheidsaandeelhouder de snode plannen van de PCM-top richting een gang naar de effectenbeurs eigenhandig torpedeerde.

Deze constructie lijkt nu de langste tijd te hebben gehad. Als de Stichting Het Parool (niet te verwarren met de krant Het Parool, die binnen de PCM-constellatie niet meer is dan een ondergeschoven kindje) inderdaad bereid is Het Parool uit het PCM-kartel te laten ontsnappen, zal dat de nodige consequenties hebben voor het aandelenpakket van de Stichting Het Parool. Voor wat, hoort wat, ook in uitgeversland. Het door de andere partijen sowieso als lastig ervaren meerderheidsaandeel van de Stichting Het Parool zou dan moeten sneuvelen. Daarmee zou PCM niet langer onder sociaal-democratische bevoogding staan van de Stichting Het Parool, die haar aandelen zou moeten afstoten naar de mede-aandeelhouders. PCM zou dan alsnog de gang naar de beurs kunnen maken.

Dat is een aantrekkelijke optie voor het verkrijgen van nieuw vreemd kapitaal. Ander zijds is het een bedreiging van jewelste voor de PCM-dagbladen, die plotseling losgelaten zouden worden in de wilde wateren van de echte vrije markt, met alle gevaren van dien. In de dynamische tijden van het flitskapitaal zou je als progressief dagblad op een dag zo maar in handen kunnen geraken van Rupert Murdoch of Bertelsmann, om maar eens een apocalyptisch scenario te noemen. Door zoveel verschillende kranten onder PCM-vlag te concentreren wilde men de kranten beschermen tegen de wilde krachten van de vrije markt. Het uiteindelijke resultaat zou daar echter totaal tegengesteld aan kunnen zijn.

Toen PCM-Uitgevers in 1995 als nieuwe gigant begon, was de kritiek hevig. Gespro ken werd over een onverantwoord groot perskartel. Karel van Miert, toen nog de con currentiebewaker van de Europese Com missie, liet zich ontvallen dat de constructie eigenlijk onverantwoord was, want ze betekende een enorme bedreiging voor de vrije marktverhoudingen.

Jort Kelder, hoofdredacteur van het zakenblad Quote, stelde onlangs op de Amsterdamse lokale tv dat de PCM-constructie in de Verenigde Staten al lang als concurrentievervalsend zou zijn verboden. PCM pareerde dergelijke kritiek al eerder door erop te wijzen dat de diverse kranten binnen de holding geheel autonoom waren en dat er binnen de maatschappij alle ruimte zou zijn voor wederzijdse concurrentie.

Vijf jaar later blijkt van die autonomie toch bitter weinig terechtgekomen. PCM-Uitgevers komt in feite neer op de mediavariant van het poldermodel: het berust op een typisch Nederlandse vorm van corporatisme, waar iedereen van elkaar afhankelijk is en tegenstellingen met de mantel der liefde dienen te worden bedekt.

In de praktijk pakt dit voor geen enkele deelnemende krant goed uit. Het resultaat van de PCM-formule is dat alle kranten delen in dezelfde ellende. Het goed boerende NRC Handelsblad dient dit jaar evengoed te bezuinigen als Het Parool. NRC-hoofdredacteur Folkert Jensma ontkent geruchten dat zijn krant nu gedwongen is zwaar te bezuinigen op het veelgeprezen correspondentennet (gefluisterd werd dat de krant zich onder meer zou terugtrekken uit Zuid-Afrika en Wenen), maar wil niet verhullen dat de gevraagde offers hem zwaar vallen, juist omdat het NRC Handelsblad zo voor de wind gaat.

Bij de Volkskrant en Trouw is de stemming over de opgelegde bezuinigingsronde al evenmin florissant te noemen, terwijl die bij Het Parool zoals gezegd al heeft geleid tot het voornemen om afscheid te nemen van PCM. Het is voor Het Parool een pure strijd om het vege lijf.

Al helemaal in gevaar zijn de collega’s van de aan Het Parool gekoppelde Weekmedia, de cluster huis-aan-huisbladen en plaatselijke nieuwsboden van het PCM-concern. Weekmedia vormt in feite de infanterie van PCM. Hier wordt nog de oervorm van de journalistiek bedreven, dat wil zeggen: de lokale verslaggeving. Weekmedia-uitgaven als Het Amsterdams Stadsblad, De Nieuwe Weesper, de Muider Post, De Nieuwe Bijlmer en de Diemer Courant plegen sinds jaar en dag een gesel te zijn voor de plaatselijke gemeentebesturen. Er kan geen plantenbak verkeerd worden geplaatst of daarover verschijnt in de Weekmedia-bladen een alles onthullend achtergrondverhaal. Het is een vorm van journalistiek die nauwelijks in aanzien staat en opereert met uiterst smalle winstmarges, maar tegelijkertijd wel het kloppend hart vormt van de Perscombinatie oude stijl, een onderneming die analoog aan de sociaal-democratische ideologie van het concern dicht bij het volk wilde staan en een grote maatschappelijke rol voor zichzelf reserveerde.

Dat uitgerekend Weekmedia het eerste kind van de PCM-rekening dreigt te worden (nergens zal de aangekondigde bezuinigingsronde harder aankomen dan hier), spreekt boekdelen over de transformatie die het PCM-concern heden doormaakt. Echt verstandig is het ook niet, gezien het succes van de gratis kranten Metro en Spits, een ontwikkeling waar de PCM-leiding veel te laat oog voor kreeg en waar ze inmiddels een hopeloze achterstand heeft opgelopen. Door de positie van Weekmedia dramatisch te verzwakken zal PCM uiteindelijk al zijn slagkracht in de onderste compartimenten van de krantenmarkt verliezen. En dat alles ten bate van de peperdure weekmagazines van de diverse PCM-kranten, die inhoudelijk noch zakelijk een succes zijn, maar vooral ten bate van de ontwikkeling van internet, waarop de PCM-leiding al haar kaarten heeft gezet. De nieuwe PCM-divisie PCM Interactieve Media (PIM), onder bestuurlijke leiding van Ben Knapen, is een slokop van vele PCM-miljoenen maar heeft tot dusver nog geen dubbeltje gegenereerd. Ondertussen holt PIM de positie van de gedrukte pers binnen het concern op dramatische wijze uit.

En zo dient zich de knellende vraag aan of de PCM-leiding niet stelselmatig op het verkeerde paard aan het wedden is. De PCM-doelstelling ter behoud van de pluriformiteit van de Nederlandse dagbladpers lijkt zo in ieder geval meer een vrome gedachte dan een werkelijk ideologisch richtsnoer. Als de malaise zich voortzet, zou de PCM-leiding over enige jaren wel eens gedwongen kunnen worden kranten samen te voegen.

Hoe dat zal uitpakken kan al worden gezien bij de boekentak van PCM-Uitgevers, waar onder leiding van Mai Spijkers de uitgeverijen Meulenhoff, Bert Bakker, Prometheus, De Boekerij, Spectrum, A.W. Bruna en Unieboek zijn samengevoegd tot een kartel dat naar schatting zo'n dertig procent van de Nederlandse boekenproductie in handen heeft.

Ook deze uitgeverijen werden geacht een geheel autonome ontwikkeling binnen het PCM-concern door te lopen. In de praktijk vindt er toch zoiets plaats als gelijkschakeling. Tijdens de Frankfurter Buchmesse presenteerden de diverse PCM-boekenmakers zich als één groot massief blok. De «corporate identity» werd zichtbaar gemaakt door de diverse firma’s naast elkaar te zetten en hun kramen te hullen in dezelfde firmakleur, stemmig donkerblauw. In de wandelgangen van de Buchmesse werd het door vele veten en personeelsuittochten gekwelde PCM-boekenblok al snel de «boulevard of broken dreams» genoemd, en ook wel het «Spijker-kwartier». Een voorbode van wat de resterende PCM-kranten straks ook te wachten staat?