Hoofdcommentaar: WAO

De WAO als peukenbak

Het aantal wao'ers kan van een miljoen naar minder dan zeshonderdduizend, de kosten kunnen van een kleine dertig miljard terug naar minder dan twintig miljard. Kijk, dat zijn berichten die men in politiek Den Haag graag hoort. Want voor Den Haag is het probleem van de wao een probleem van getallen, grote getallen. En dus geeft de commissie-Donner haar politieke opdrachtgevers waarom ze hebben gevraagd. De oplossing is even simpel als doeltreffend: beperk de wao tot de mensen die echt helemaal niets meer kunnen en geef degenen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn de opdracht met hun baas naar ander werk te zoeken. Lukt dat na twee jaar niet, dan volgt ontslag en is de werknemer in kwestie werkloos. Want, zo redeneert de commissie, gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid is eigenlijk niets anders dan «door beperkingen veranderd arbeidsvermogen» en dus hoort de oplossing niet een uitkering te zijn, maar aangepast werk. Om dat voor elkaar te krijgen, moet de werkgever een «redelijk aanbod» doen. Tot hij dat doet, mag hij de werknemer in kwestie niet ontslaan. De werknemer op zijn beurt moet elk redelijk aanbod accepteren, want weigert hij, dan kan de werkgever hem al na drie maanden op straat zetten.

Donner doet dus eigenlijk twee dingen: hij verandert de wao door het begrip gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid te schrappen en hij veroordeelt werkgever en werknemer tot elkaar zodat er eindelijk eens serieus werk gemaakt wordt van reïntegratie. Die reïntegratie vlot echter al jaren niet. Er waren de ingrepen in de uitkeringen van Kok en Lubbers, begin jaren negentig, er is de privatisering van de ziektewet, waardoor werkgevers een heel jaar lang het loon van zieke werknemers moeten doorbetalen, er is een verhoogde wao-premie voor werkgevers die veel werknemers aan de wao-poort afleveren. Er is een strengere keuring, er is een Wet op de Reïntegratie, die bol staat van subsidies en goede bedoelingen.

Maar ondanks dat alles melden zich net als tien jaar geleden jaarlijks een kleine honderdduizend mensen aan de wao-poort en blijven de resultaten van de reïntegratie bedroevend. Donners voorstellen bieden weinig nieuws: ook nu is het al zo dat de werkgever zijn zieke werknemer alleen kan ontslaan als hij een reïntegratieverslag overlegt waaruit blijkt dat er geen vervangend werk te vinden is. Ook nu moet de werk nemer elk aanbod van passend werk accepteren. Waarom werkt dat allemaal niet? Werkgevers hebben de financiële prikkels, de loondoorbetaling bij ziekte en de strafpremie bij veel wao'ers massaal wegverzekerd. Financiële prikkels worden dus opgevat als financiële problemen en voorzien van de bijpassende oplossing.

De Wet op de Reïntegratie is een bureaucratisch gedrocht. Met andere woorden, werkgevers zijn niet echt geïnteresseerd in reïntegratie. «Bedrijven zijn nu eenmaal geen sociale werkplaatsen», legde een werkgeversvoorman al eens uit. De enige die wel belang heeft bij reïntegratie, is de zieke werknemer. Maar juist die staat buitenspel: het is de werkgever die een voorstel doet voor vervangend werk, het is de werkgever die een reïntegratiesubsidie aanvraagt, het is de uitkeringsinstantie die een reïntegratietraject vaststelt. De werknemer reïntegreert niet, hij wordt gereïntegreerd. En dat terwijl elk onderzoek naar de schaarse successen op het gebied van reïntegratie laat zien dat de motivatie en het eigen initiatief van de werknemer in kwestie daarin de doorslaggevende factoren zijn. Deze fundamentele weeffout lost Donner niet op. De zieke werknemer krijgt geen zelfstandig recht op reïntegratie, geen budget waarmee hij zelf aan de slag kan, en dus is en blijft hij afhankelijk van de goede wil van de werkgever.

Dan de andere helft van Donners voorstel, het beperken van de wao tot de «echte» wao'ers. Die gedachte is ook een kleine tien jaar geleden al eens geopperd door de commissie-Buurmeijer, die de parlementaire enquête uitvoerde naar de wao. Dat leidde tot scherpere keuringscriteria, maar niet tot de gewenste eenduidigheid. Die eenduidigheid bestaat ook niet. Want ziekte is geen statisch begrip. In de jaren tachtig waren het vooral oudere werk nemers uit de industriële sectoren en de bouw die de wao bevolkten. Zij waren het slachtoffer van de grootscheepse economische herstructurering van die jaren en hun ziektebeelden hoorden bij hun arbeidsverleden: versleten gewrichten, stoflongen en wat dies meer zij. Tegen deze achtergrond was de wao een vorm van eervol ontslag uit actieve dienst.

Inmiddels is het beeld radicaal anders. De huidige wao'ers komen niet meer uit de industrie, maar uit de dienstverlening: gezondheidszorg, catering. In plaats van oudere mannen zijn het steeds meer vrouwen en jongeren. In plaats van de oude beroepsziekten zijn nieuwe termen gekomen als vermoeidheidsziekten, RSI, burn-out — termen die verwijzen naar een onduidelijke mix van fysieke en psychische klachten. Bovendien ontbreekt de maatschappelijke achtergrond van economische herstructurering met de bijbehorende massale uitstoot van werknemers. Dat verandert het beeld van de wao en de wao'er. In plaats van een vorm van eervol ontslag uit actieve dienst is het nu een brevet van onvermogen dat duidelijk maakt dat je een loser bent, iemand die niet in staat is mee te dansen op het ritme van de moderne tijd. De wao is daarmee geworden tot de peukenbak van de individualistische stress economie. Daar kun je op twee manieren mee omgaan: je kunt proberen een nadere diagnose te stellen van de nieuwe sociale kwestie van deze tijd, en je kunt proberen hem weg te definiëren. Dat laatste is het voorstel van de commissie-Donner.