Een omstreden maatregel

De wao-schandpaal

Terwijl alle aandacht uitgaat naar het advies van de commissie-Donner heeft de politiek op voorspraak van de vakbeweging besloten de grootste wao-vervuilers aan de schandpaal te nagelen. Oud-staatssecretaris Linschoten ziet nogal wat bezwaren.

Het begon bij Jan Berghuis van FNV-Bondgenoten. Bij toeval kreeg de vakbondsbestuurder inzage in cijfers van het Gak waaruit zou blijken dat werknemers van bedrijven in de metaal en elektrotechnische industrie een grotere kans hebben om in de wao te komen. De lijst die Berghuis onder ogen kreeg, was voor hem voldoende schokkend om te opperen of het niet beter zou zijn alle vervuilers van de wao voortaan openbaar te maken. Met instroomcijfers per bedrijf zou duidelijk kunnen worden of de arbeids omstandigheden in een specifiek bedrijf misschien nogal belabberd zijn óf dat wellicht nog immer overtollig personeel in de wao wordt «gedumpt». «We vragen ons af of we niet eens op de werkvloer van die bedrijven moeten bekijken waar de werkelijke oorzaken liggen», dreigde de bondsbestuurder in het FNV-Magazine. Het federatiebestuur van de FNV zette de suggestie van Berghuis kracht bij met een brief aan de Tweede Kamer en staatssecretaris Hans Hoogervorst (Sociale Zaken). Tegen de verwachtingen in reageerde de staatssecretaris positief. Op verzoek van GroenLinks-kamerlid Harrewijn zegde hij toe te zullen kijken of de wet kan worden aangepast en de «geheimhoudingspara graaf» in de «Organisatiewet Sociale Verzekeringen» kan worden geschrapt. De grootste vervuilers zouden dan bekendgemaakt kunnen worden. «Aanleiding hiervoor is de herhaalde berichtgeving vanuit het Gak, dat er binnen sectoren nogal grote verschillen zichtbaar zijn in het wao-risico, en dat enkele grotere bedrijven een buitenproportioneel grote bijdrage leveren aan de instroom», schreef de FNV in de brief.

Dat de VVD-staatssecretaris zwichtte voor de druk van de vakbond en GroenLinks mag opmerkelijk heten. Maar in weken waarin vrijwel elke dag nieuwe onthullingen werden gepubliceerd uit het langzaam leeg gelekte wao-rapport van de commissie-Donner, heeft het nieuws maar weinig aandacht gekregen. En toegegeven, het aantal arbeidsongeschikten zal met openbaarmaking van de cijfers niet à la minute radicaal neerwaarts keren. Toch is een ongebruikelijke trend ingezet, waarin tot voor kort privacygevoe lige informatie over wao-instroom aanstonds op straat komt. Was tot voor enige tijd slechts bekend dat de schoonmaakbranche, de uitzendbranche en de zorg als sectoren grote wao-leveranciers waren, nu wordt ook duidelijk wat de specifieke verschillen per onderneming binnen die sector zijn. «Waarom is er een ziekenhuis in Noord-Holland dat een ziekteverzuim van drie procent heeft en is het elders overal tien?» vroeg FNV- voorzitter Lodewijk de Waal zich enige weken geleden in deze krant af. «De commissie-Donner zal weer een heel debat over het stelsel doen ontbranden, maar mijn persoonlijke opvatting is dat als bedrijven de uitvoering goed doen, we helemaal geen ander stelsel hoeven. Die best presterende ondernemingen hebben immers hetzelfde stelsel van sociale zekerheid. Het zit helemaal niet in het systeem, maar in de manier waarop dat systeem wordt uitgevoerd.»

Als door een hond gebeten reageerde vno-ncw. De werkgevers zaten helemaal niet te wachten op zo'n «zwartepietenspel». En nog steeds ziet de werkgeversvereniging het niet zitten. Al heeft de staatssecretaris min of meer toegezegd aan het FNV-verzoek te zullen voldoen en al heeft KPN, in absolute getallen een van de grootste wao-vervuilers, alvast bekendgemaakt geen bezwaar tegen openbaarmaking te hebben. («We zijn een van de grootste werkgevers van Nederland en dus ook een van de grootste wao-leveranciers maar wij vinden dat je die mensen niet moet medicaliseren», zegt een KPN-woordvoerster.) Roelf van der Kooij van vno-ncw vindt de discussie vooral een «symbolische waarde» hebben. «Het is weer het wijzende vingertje waar wij in Nederland zo goed in zijn. Er is hier altijd maar de behoefte schandpalen op te richten, maar of een schandpaal een probleem oplost, is hoogst twijfelachtig. Bovendien suggereert het dat ondernemingen niet bezig zijn om het wao-probleem bij de onderneming zelf op te lossen. En dat is aperte onzin. Al was het maar omdat bedrijven tegenwoordig een jaar lang zieken moeten doorbetalen en bij hoog wao-verzuim ook nog eens gestraft worden met allerlei boetes.»

Robin Linschoten, oud-staatssecretaris op Sociale Zaken, heeft fundamenteler kritiek op de plannen. Hij is het niet eens met zijn partijgenoot en opvolger Hoogervorst, die de cijfers bekend wil maken. Het causale verband tussen slechte arbeidsomstandigheden en hoge instroom in de wao is «nog nooit aangetoond», zegt Linschoten. «Ik zie alleen maar bezwaren aan het openbaar maken van die cijfers. Wil je ze bekendmaken, dan zou je de cijfers natuurlijk moeten corrigeren op leeftijd. Het ene bedrijf heeft nu eenmaal ouder personeel dan het andere en met oudere werknemers is de kans natuurlijk sowieso groter dat ze arbeidsongeschikt raken. Daarnaast moet je natuurlijk rekening houden met het aantal werknemers in een bedrijf. Als in een bedrijf met vijf mensen één man tegen een boom rijdt, dan zou dat bedrijf in één keer een instroom hebben van twintig procent en bovenaan de lijst komen.»

Het wordt anders als je louter bij grote ondernemingen kijkt, maar het merendeel van de bedrijven in Nederland bestaat nu eenmaal uit midden- en kleinbedrijf, zegt Linschoten. Daar komt nog bij dat in Nederland niet wordt geregistreerd of de feitelijke oorzaak van het wao-geval zakelijk of privé is. Sinds 1967 zijn risque professionel en risque social immers in één uitkering gevangen. Als je uitspraken wil doen aan de hand van instroomcijfers per bedrijf, dan zou je rekening moeten houden met de achtergrond van die instroom. Maar Linschoten is daar geen voorstander van. In het buitenland, Duitsland bijvoorbeeld, liepen de uitvoerders van de arbeidsongeschiktheidsverzekering tegen praktische problemen aan, weet hij. «Iemand die een hartaanval krijgt, kan die gekregen hebben door problemen met zijn baas of door overbelasting, maar ook door problemen thuis. Om uitvoeringstechnische redenen vind ik niet dat geregistreerd zou moeten worden hoe het komt dat iemand in de wao zit. De administratieve rompslomp zou ook enorm zijn en de tussengevallen blijven moeilijk: je weet nooit of iets een arbeidsongeval is of niet», zegt Linschoten, die tegenwoordig actief is in de verzekeringswereld en kroonlid is van de Sociaal-Economische Raad. «Misschien is het wel interessant te kijken naar een cluster van bedrijven met dezelfde arbodienst. Stel dat de ene arbodienst een veel groter aantal wao'ers levert dan de andere, dan kun je kijken hoe dat komt.»

Agnes Jongerius, in het FNV-federatie bestuur verantwoordelijk voor de sociale zekerheid, vindt het juist «buitengewoon interessant» wanneer voortaan geregistreerd zou kunnen worden wat de oorzaak van een wao-geval is. Linschotens vrees voor administratieve rompslomp deelt ze niet. Ze erkent wel het vertekende beeld dat volgens de oud-staatssecretaris bij het midden- en kleinbedrijf zou kunnen ontstaan. Maar als je specifiek kijkt naar de sectoren met een hoge instroom — de schoonmaakbedrijven, de uitzendbranche en de zorg — dan gaat het meestal om grote ondernemingen, zegt ze. Jongerius: «Wij willen de cijfers beschikbaar hebben voor het overleg bij bijvoorbeeld cao-onderhandelingen. Je kunt de goede uitzonderingen ten voorbeeld stellen aan ondernemingen die een beduidend hoger ziekteverzuim hebben. Misschien dat er bij zo'n bedrijf dan toch nog eens naar het personeelsbeleid gekeken moet worden. Het gaat ons heus niet alleen maar om de grap van de namen bekendmaken. Natuurlijk loop je het risico dat je geheel in cijfer fetisjisme blijft hangen, maar ons doel is met die grote verschillen te kijken naar wat voor lessen we kunnen trekken uit de positieve uitzonderingen.»

Deze maand wordt het rapport van de commissie-Donner aangeboden aan het kabinet. Ondertussen maakte het Landelijk Instituut voor Sociale Verzekeringen (LISV) afgelopen vrijdag de meest verse cijfers inzake de arbeidsongeschiktheid bekend. Tot en met de maand februari blijkt dat cijfer tot bijna 959.000 te zijn gestegen en het ziet er niet naar uit dat de stijgende lijn, de plannen van Donner en de voorstellen van de vakbond ten spijt, spoedig gekeerd zal worden. Het cijferfetisjisme zal dus nog wel even doorgaan.