De wao-wachtkamer zit vol aarzelaars

‘Nauwelijks interesse in particuliere WAO-vorm’ schreef NRC Handelsblad afgelopen week. ‘Marktwerking in de WAO verrassende doorbraak’, liet de Volkskrant tegelijkertijd weten. Een dag eerder hadden 135 bedrijven gemeld dat zij hun WAO-risico zelf wilden dragen of wilden onderbrengen bij particuliere verzekeraars. Dat was geen toeval: elk bedrijf dat uit het publieke bestel wil stappen, moet dat drie maanden voor de aanvang van een nieuw kalenderjaar bekend maken. Weliswaar bevinden zich onder die 135 drie grote multinationals - Heidemij, ABN Amro en ING -, maar op het totaal van 600.000 bedrijven dat Nederland telt, is 135 niet veel. De NRC heeft dus gelijk. Maar de Volkskrant niet helemaal ongelijk.

De marktwerking volgens de WAO nieuwe stijl omvat twee elementen. Het eerste is de zogeheten premiedifferentiatie. Volgens de nieuwe wet gaat elk bedrijf een eigen WAO-premie betalen, waarvan de hoogte afhangt van het aantal werknemers dat in de WAO belandt. Het tweede element is de vrije keuze van de verzekeraar. Maar dat mag slechts voor maximaal vijf jaar; een werknemer die langer arbeidsongeschikt blijft, komt weer voor rekening van het publieke bestel. Een soort ‘halve’ marktwerking dus. Als zich daarvoor dan ook nog een zielig klein clubje meldt, ligt de conclusie van een zeperd voor de hand. Toch is die conclusie voorbarig. Niet zozeer wat kleine bedrijven betreft. Die zullen altijd een manier zoeken om het risico te delen. Maar voor grote ondernemingen is het aantrekkelijk om zorgregelingen zelf in de hand te hebben. Via een stevig verzuimbeleid hebben de meesten het ziekteverzuim nu al behoorlijk onder controle. Als daar straks de mogelijkheid voor eigen risico in de WW nog bijkomt, kunnen zij helemaal afscheid nemen van het publieke bestel. Op die manier ontwikkelen zich eilandjes in de sociale zekerheid met bedrijfsgebonden regelingen. Die kunnen dan naar believen worden aangevuld met andere verzekeringen, hypotheekfaciliteiten en dergelijke en zo een middel worden in de concurrentieslag op een naar verwachting krapper wordende arbeidsmarkt. Het gevolg is een verder verschrompelen van het publieke bestel.
Of het zover komt, is onduidelijk. Opvallend is dat grote bedrijven als Shell en Ahold, die eerder aankondigden dezelfde stap te overwegen, zich nog niet hebben aangemeld. De aanwezigheid van twee banken in het gezelschap is weinig verrassend: zij moeten als aanbieders van eigen WAO-verzekeringen natuurlijk enig vertrouwen tonen. Maar wat opvalt is dat zij tegelijk proberen de voorwaarden voor marktwerking nog wat op te rekken. Eén van die voorwaarden is dat een bedrijf aantoont voldoende geld in kas te hebben om vijf jaar lang de uitkeringen te betalen als morgen het voltallige personeel arbeidsongeschikt zou worden. ING heeft aangekondigd alleen uit het bestel te stappen als deze voorwaarde van tafel gaat. Zo moet deze eerste aanmelding worden gezien als de volgende ronde in het onderhandelingsspel over de voorwaarden waaronder marktwerking moet plaatsvinden en heeft een groep bedrijven zich daarvoor opgeworpen als wegbereider. De vraag is hoe groot de groep is die in de wachtkamer zit toe te kijken.