De war on coal is nog niet gestreden

Als er één energiebron is die de afgelopen jaren in ongenade is geraakt, dan is het wel steenkool. Wat de sigaret is voor de roker, zijn kolen voor het klimaat: een onmiskenbare sluipmoordenaar.

Medium commentaar 2015 2016 kolen

Ooit de aanjager van de industriële revolutie, nu terecht verguisd als het slechtste dat fossiel te bieden heeft. Olie geldt in de transportsector voorlopig nog als een noodzakelijk kwaad, gas wordt driftig gepromoot als een ‘transitiebrandstof’, maar kolen – daarmee moet het onderhand toch echt afgelopen zijn.

Het heeft er ook alle schijn van dat steenkool op z’n retour is. Afgelopen weekend maakte het kabinet bekend dat het, mede gedwongen door de overwinning van Urgenda in de klimaatzaak, de sluiting van twee extra kolencentrales onderzoekt. In de Verenigde Staten staat Peabody, ’s werelds grootste private kolenproducent, op het punt van omvallen. Door de razendsnelle kostendaling van duurzame energie is de zon inmiddels een goedkopere energiebron dan versteende plantenresten. Betekent het dat de kolenindustrie op sterven na dood is? Niet bepaald. Wereldwijd staan er nog altijd honderden kolen-centrales op de planning, alle klimaatverdragen ten spijt.

Volgens Brad Plumer, journalist van het Amerikaanse Vox.com, is er sinds eind jaren negentig zelfs sprake van een ‘kolenrenaissance’. Vooral in opkomende Aziatische economieën (India, China, Vietnam, Indonesië) worden er volop centrales bijgebouwd. Kolen, hoe vies en vervuilend ook, blijven voor armere landen een goedkope en betrouwbare manier om de hele bevolking van energie te voorzien. Voor iedere kolencentrale die haar deuren sluit (met name in de VS en Europa), zitten er vijf nieuwe in de pijpleiding, zo berekende een recent rapport van Sierra Club, CoalSwarm en Greenpeace.

De gevolgen voor het klimaat zouden ronduit desastreus zijn. Alleen al het draaiende houden van de huidige kolencentrales is voldoende om het klimaatakkoord van Parijs te reduceren tot een betekenisloos vodje papier. Het bouwen van nieuwe centrales heeft bovendien een lock-in effect: je slaat een fossiel pad in, waar je op korte termijn niet zo makkelijk van kunt afwijken. Dit is precies waar de Nederlandse regering nu mee wordt geconfronteerd: op de Maasvlakte en in de Eemshaven liggen drie gloednieuwe kolencentrales die pas vorig jaar in gebruik zijn genomen. Het is lastig te verkroppen om ze nu al weer te sluiten.

Dus wordt er koppig vastgehouden aan de ‘schone kolen’-droom. Staatssecretaris Dijksma noemde de nieuwste centrales ‘state of the art’: ze zijn efficiënt en geschikt om CO2 af te vangen en ondergronds op te slaan. Maar die techniek staat nog in de kinderschoenen en is vooralsnog onbetaalbaar. En dus blijven die state of the art-kolencentrales gewoon vervuilende bakbeesten. Terwijl wereldwijd eindelijk ‘ontkoppeling’ werd gerealiseerd (de economie groeide, zonder dat de emissie van broeikasgassen toenam), stootten Nederlandse energiebedrijven in 2015 twaalf procent meer CO2 uit dan het jaar ervoor.

Milieuorganisaties reageerden lauwtjes op het voornemen van het kabinet de twee extra kolencentrales te sluiten. Ze hebben genoeg van de dralende politiek. Nederland moet zo snel mogelijk volledig kolenvrij. Het is een lovenswaardig streven, maar de wereldwijde war on coal is, ondanks hoopvolle signalen, nog lang niet gewonnen. De strijd tegen de opwarming van de aarde kent vele frontlinies – schaliegas, de olie-industrie, de transportsector – maar vanuit klimaatperspectief blijven kolen public enemy number one.