Toneel

De ware bumperklever

TONEEL Dick Bos

Naast een klein plankje amateurtoneelteksten uit de jaren dertig erfde ik diep in de jaren zeventig van mijn opa wat deeltjes van detectivestrips over Dick Bos van Alfred Mazure, uit de jaren veertig. Ik moest vreselijk lachen om dat rare taaltje van de speurder: ‘Gaan de handen nog omhoog. We hebben niet de hele dag de tijd, moet u weten.’ De taal deed me nog het meest denken aan de Paul Vlaanderen-hoorspelen op de distributieradio uit mijn kindertijd.

Nu heeft de ‘toneelfirma’ van Loek Beumer en Peter Drost een voorstelling over de in jiu-jitsu gespecialiseerde (‘Neemt u mij niet kwalijk dat ik uw kaaklijn wat naar achteren zet’) speurder Bos gemaakt. Het is in feite een solo van Peter Drost, maar daar merk je in Dick Bos heel weinig van. Het procédé van de productie heet beproefd, maar is er niet minder inventief door. In het decor – de werkkamer van de striptekenaar – zijn twee filmschermen gemaakt waarop de buitenwereld van de tekenaar (de gang naar zijn werkkamer, het bureau van de zeikerige uitgever) zijn te zien, en montages uit de strips, die verspringen van de tekeningen naar grofkorrelige zwart-witverfilmingen. Voorbeeld. Nadat Dick Bos op tijd uit zijn auto is gesprongen, die vervolgens in een ravijn belandt, zet hij de achtervolging voort door op de achterkant van hún auto plaats te nemen. Op het grote middenscherm zien we de getekende contouren van de criminele bolide ontstaan, en jawel: daar zit Dick op de bumper. Tekst: ‘Zo, dat noem ik nog eens een bumperklever.’

De grap van de voorstelling is dat de uitgever per telefoon enkele ‘structurele’ wijzigingen in de verhaallijnen eist: niet die eeuwige blondines, maar ook sexy vrouwen met Cleopatra-kapsel, niet die eindeloze achtervolgingen maar ook treinreizen naar exotische bestemmingen. Als de tekenaar aan de nieuwe eisen poogt te voldoen, raakt hij hopeloos verstrikt in werelden waar-ie helemaal niet wil zijn. Met teksten als: ‘U zult zich tevreden moeten stellen, mevrouw, met een rokertje van Turkse tabak.’ Tot overmaat van ramp begint zijn eigen titelheld Dick Bos te protesteren tegen de voorspelbaarheid van de verhalen. De tekenaar zint op wraak, maar die wraak keert zich in de slotfase van de voorstelling rechtstreeks tegen hém: de striptekenaar trekt aan het kortste eind, de titelheld Dick Bos krijgt praatjes. Nu heb ik al genoeg, maar net niet te veel verklapt.

Er zijn twee tovenaars die hun handtekening zetten onder deze prachtvoorstelling. Om te beginnen Peter Drost, de man die zowel de bedenker als zijn titelheld speelt. Drost is – net als zijn medefirmant Loek Beumer, maar die is in andere projecten te zien – een begenadigd toneelspeler die op het juiste moment de juiste schakelingen maakt: kleine effectieve gebaren, mooi geplaatste teksten. In het toneelspelersvak heet dat timing en die tricks of the trade kun je rustig aan hem overlaten. Als hij plotseling verandert van de klein gespeelde striptekenaar in de titelheld Dick Bos (die we tot dan toe uitsluitend in de filmprojecties kregen te zien) voel je aan je lendewater de veelzijdigheid van de acteur: een houten-klazen-motoriek met wereldteksten.

De tweede tovenaar is de bedenker van dit project, tevens filmer en regisseur Michael Helmerhorst. Je moet van goeden huize komen wil je van de combinatie film/strip én levend toneel een spannende onderneming van vijf kwartier maken voor een publiek van 8 tot 88. Hij is in die onderneming met vlag en wimpel geslaagd. Dat merk je pas als Peter Drost aan het eind het applaus in zijn uppie neemt. Je hebt legioenen andere toneelspelers gezien, maar die waren allemaal ingeblikt en op de aftiteling delen ze in de vreugde.

Grote overwinning in deze familievoorstelling is de taal: ze hebben niks veranderd aan die mooie tekstwendingen van Mazure. Als een boef een revolver op Dick Bos richt, zegt hij: ‘Stoute knaap, weet je moeder wel dat jij een gevaarlijk stuk speelgoed in je handen hebt?’

Onverbeterlijk geweldig!

Beumer & Drost, Dick Bos. Te zien tot begin december