De ware geit

Stuk papier. Onbeschreven blad of gebruiksaanwijzing. Wellicht een iets minder dan een halve eeuw geleden opgewaaid en eindelijk opnieuw uit de ionosfeer neergedaald boodschappenlijstje. ‘Emmertje gips, half dozijn licht beschadigde bloempotten, bos Egyptische palmbladeren, 3 kilo oud ijzer, enig drijfhout alsook overtollige partij vochtig karton. Te bezorgen in een mand van wilgentenen. Et vite un peu!’

Waar de kunstenaar zijn werkplaats mee indook, er om de zoveel tijd weer uitkwam om in ‘La Rotonde’ een fles gros bleu leeg te maken, en na een zorgvuldige alsmede door een liter pastis gezegende afwerking iets had om het Guggenheim mee op te vrolijken. Een vlammend gouden vloedgolf van geit. Ondergebracht in ontelbare dichterlijke details en bijna nog meer grote lijnen. Daar mogen alle juffrouwen van Avignon wat mij betreft voor thuisblijven. Alleen al die onstuitbaar doorgezakte ruglijn mitsgaders die licht taps toelopende poten. De eerste geit op wie je het woord onomstotelijk letterlijk mag betrekken. Neus, sik, hoorns en oren staan als evenzovele wegwijzers gericht naar de allerwitste plekken van het universum. De ware geit is opgestaan. Leven gegeven door Picasso in het eenvoudige jaar 1950. De ogen der geit zijn gesloten en hij staat boven op een constructie die je tegendraads gestemd een tafel zou kunnen noemen. Maar zoals elke straatjongen te Tzum weet, staan geiten (althans binnenshuis) nooit op tafels. Ook al bevinden zij zich ook geheel tegen hun wil daar waar het het laagst loopt, zij zullen (binnenshuis) slechts op een tafel gaan staan wanneer die vriendelijk wordt aangeboden. Dat maak je met menselijke volwassenen wel anders mee. Maar misschien was het ook helemaal geen boodschappenlijstje, dat stuk papier. Dat misschien toch een vlinder was. We zullen het nooit weten. De ui merkte op dat dit het domste was dat hij mij kon horen zeggen. Waar zat die ui trouwens? Ik kon een grimas bij die gedachte niet onderdrukken. Uien kunnen niet zitten. Daartoe benodigen zij uienstoelen. Al is alles al bijna uitgevonden, uienstoelen zijn nog lang niet in zicht.