De ware woorden van hm de koningin

Zelden werd er voor een toespraak van de koningin zo lang overlegd. Ten paleize vlogen Wesseling, Bank en Fasseur elkaar ten overstaan van Hare Majesteit haast in de haren. Maar er kwam een tekst, een afgewogen, genuanceerde maar niettemin ferme tekst. Een waardige tekst.

Het ongeluk wilde dat prins Willem- Alexander in het vliegtuig naar Jakarta in gesprek raakte met de veteranen, van wie vooral Meines het hoogste woord voerde. Spannende verhalen waren dat, van hoe het was, dat wachtlopen in de tropennacht. De vrouwtjes in de kampong, de sawadijkjes waar de Hollandse kistjes op uitgleden, de ploppers die ze uit de klapperbomen schoten. Willem-Alexander liet zich nog eens inschenken en zo kwam het dat de nog immer krasse commando’s de tekst die Willem-Alexander voor zijn moeder in zijn aktentas bewaarde, konden verwisselen.
Terwijl de koningin met zichtbaar stijgende verbazing de wartaal van haar briefje voorlas, leunden de veteranen tevreden achterover bij de resten van een rijke rijsttafel. Hoewel hun rijen dagelijks dunner werden, was het ze opnieuw gelukt de Nederlandse geschiedenis bij te sturen.
Gelukkig kon De Groene na intensief speurwerk de hand leggen op Beatrix’ echte tekst, die met zoveel overleg tot stand was gekomen. Het woord is aan de Koningin:
‘Vijftig jaar nadat mijn moeder met een korte rede de soevereiniteit overdroeg, sta ik hier met zo goed als lege handen. Mijn moeder sprak van het falen der generaties en die uitdrukking heeft aan betekenis niets ingeboet. Vele Nederlandse generaties faalden. Uw cultuur, die het Nederlandse erfgoed verrijkte met woorden, specerijen en grote rijkdom, is in de platte polders nooit begrepen. Het blinde racisme dat de koloniale overheersing ideologisch stutte en schraagde, was ook verantwoordelijk voor het onbegrip waarmee het Indonesische vrijheidsstreven - vanaf het begin van deze eeuw zo prominent aanwezig voor wie het wilde zien - tegemoet werd getreden door de eerste naoorlogse regeringen. Indonesie werd op zijn best gezien als een kind dat nog voor zijn eindexamen op kamers wilde gaan wonen. Vlak onder de oppervlakte lag de angst voor het verlies van het enorme land met zijn enorme rijkdom en zijn miljoenen vrijwel gratis werkkrachten, die het kleine Nederland tot een wereldmacht hadden gemaakt.
Nederlands kolonialisme was altijd doortrokken van bijna bovenmenselijke ethiek. Zoals Romme zei: “Een imperium zonder imperialisme, een wereldrijk zonder overheersing.” Dat verhinderde generaties kolonialen overigens niet om hard op te treden tegen alles wat het Nederlandse streven een voet dwars zette.
Niet alleen de politionele acties waren een bloedige vergissing. Alleen al in deze eeuw werd bovendien de Atjeh-oorlog gevoerd, werden honderden leden van de vorstenfamilie van Bali afgeslacht, werden jonge nationalisten verbannen en gevangen gezet en waren de arbeidsverhoudingen op de plantages van een niveau die de term slavernij toepasselijk maakt.
Met schaamte en afschuw zien wij terug op een geschiedenis van bloedvergieten en uitbuiting. De laatste episode van die geschiedenis vervult ons daar in het bijzonder mee. De verantwoordelijkheid van de regering, die dienstplichtigen zestienduizend kilometer van huis het vaderland liet verdedigen, verdient een diepgravend historisch onderzoek. Bovendien behoort deze periode thema te worden van een brede maatschappelijke discussie. Het Nederlandse volk verdient een heropvoeding met betrekking tot de eigen geschiedenis en die van zijn voorvaderen. Dat onderzoek en die discussie zal ik persoonlijk openen, in december van dit jaar, op de dag dat mijn moeder de soevereniteit overdroeg.
Zo mogelijk nog pijnlijker dan het terugblikken op de kolossale politieke inschattingsfouten die werden gemaakt, is het terugzien op het feitelijke militaire handelen. Een aaneenschakeling van Rawahgadehs kenmerkte het Nederlands ingrijpen in Indonesie. Een ingrijpen dat ongestraft, bijna ononderzocht en onverwerkt bleef.
In het aangezicht van de honderdduizend Indonesiers die daarbij het leven verloren, lijken mij excuses een mager, al te mager gebaar om die historische schuld te delven. En ook hier is onderzoek op zijn plaats, niet alleen naar wat feitelijk werd aangericht maar ook hoe het mogelijk was dat na de terugkeer van de Nederlanders uit Indonesie een zo enorm stilzwijgen en verzwijgen uitbrak. Het komt mij dezer dagen voor dat mijn volk therapie behoeft. Enerzijds wensen wij niet aflatende excuses van Duitsers, Japanners en wie al niet. En we vinden het vanzelf spreken dat de misdaden in Joegoslavie begaan, in Den Haag en nergens anders worden berecht. Onze eigen historische schuld echter kan maar niet erkend worden. Kernbegrip daarbij is het woord context, een dezer dagen zwaar misbruikte term. Zo zijn wij getuige van het leed der veteranen die de slaap niet kunnen vatten en dat wijten aan diegenen die hun daden tegen het licht houden. En zo krijgen wij te horen dat het u Indonesiers allemaal niets kan schelen.
De therapie zal moeten bestaan uit een lang en diepgravend gesprek waarbij het verschil tussen schuldigen en slachtoffers niet langer onder een dikke laag stof wordt bedekt, maar waarin misdaden misdaden worden genoemd.
Dit alles echter niet om Nederland een toontje lager te laten zingen als het gaat om mensenrechten elders in de wereld. En ook niet om Nederland in Jakarta de mond te snoeren. Er gaan hier tijdens mijn bezoek grote zakken geld over tafel. Dat kan en mag echter geen reden zijn om te zwijgen over een paar hele lelijke kanten aan uw bewind. De wijze waarop u omgaat met uw opponenten getuigt van ordinaire machtswellust. U respecteert geen vakbondsrechten, u ontdoet zich van uw tegenstanders en bovenal van iedereen die het waagt om iets op te merken over uw supercorrupte, hemeltergend rijke familie. En dat u dreigt met executies tijdens mijn bezoek, gaat uiteraard alle perken te buiten. U hebt last van een volkomen verkeerd gekanaliseerd herwonnen zelfvertrouwen.
Als u de wereld wilt laten zien dat u baas in eigen huis bent, toont u ons dan een welvarend, geschoold, gezond en vrij huisgezin. Dat zou respect afdwingen. Tonen dat u gevangenen ter dood kunt brengen als u daar zin in hebt, doet ons slechts aan vervlogen tijden denken. Precies op die manier regeerde het kolonialisme uw duizend eilanden.’