De watergategang

Ze waren medeplichtig aan de inbraak van de jaren zeventig. Ze verloren er hun baan, hun vrijheid en soms ook hun vrouw door. Maar uiteindelijk voeren ze er bijna zonder uitzondering wel bij. Een overzicht van de verdere levenslopen van ‘all the president’s men’.
VOOR VEEL Amerikanen was Watergate de gebeurtenis van de jaren zeventig. De onthulling dat de president en ‘all the president’s men’ betrokken waren bij een samenzwering om een inbraak en tal van andere door machtswellust geinspireerde misdaden verborgen te houden, maakte een einde aan de onschuld van de naoorlogse periode. Naief vertrouwen in overheid en politici maakte plaats voor cynisme, dat sindsdien enkel is toegenomen.

Na afloop van het schandaal werd vaak gezegd dat Watergate uiteindelijk een triomf van de democratie was gebleken. De boosdoeners werden gestraft en het systeem was gelouterd. Maar de enige reden waarom de Watergate-bende niet straffeloos bleef, is dat ze een ongelooflijke serie blunders beging. Zoals men Nixons stafchef Haldeman op de beruchte Watergate-banden tegen zijn baas kan horen zeggen: ‘The whole thing is so totally fucked up, so badly done that nobody believes…’ - 'that we could have done it’, vult Nixon aan.
De inbraak zelf in het Watergate-gebouw, op 17 juni 1972, was niet alleen misdadig maar ook volstrekt overbodig. De inbrekers zochten in het hoofdkwartier van de Democratische partij naar documenten om Nixon aan een verkiezingszege te helpen in november. Maar ook toen al was duidelijk dat de president moeiteloos herkozen zou worden. Het was bijna uit gewoonte dat de riskante operatie toch werd ondernomen. Inbreken, spionneren, afluisteren, leugens verspreiden waren routine in Nixons Witte Huis.
Maar in Watergate werden de inbrekers betrapt. Het spoor zou echter nooit naar het Witte Huis geleid hebben als de organisatoren van de actie, Gordon Liddy en Howard Hunt, niet zo dom waren geweest om het inbrekersploegje te laten aanvoeren door James McCord, een ex-CIA-man die op de loonlijst stond van 'Creep’, het Committee to Re-Elect the President. En Nixon zou misschien nooit ten val zijn gebracht als hij zelf niet gezorgd had voor het onomstotelijk bewijs van zijn medeplichtigheid. Toen Witte- Huismedewerker Alexander Butterfield voor een senaatscommissie onthulde dat alles wat er in Nixons kantoor werd gezegd, op band werd opgenomen, vonden Nixons adviseurs natuurlijk dat de bandjes onmiddellijk moesten worden vernietigd. Maar Nixon kon dit niet over zijn hart verkrijgen. In zijn hoogmoed dacht hij dat niemand hem kon dwingen de bandjes af te geven. Hij had ze nodig voor het boek dat hij later wilde schrijven, het boek dat zou bewijzen hoe geniaal hij was.
Toen de regering-Reagan twaalf jaar later werd betrapt op illegale activiteiten die zo mogelijk nog een erger machtsmisbruik betekenden dan Watergate, waren er geen bandjes en geen sporen die recht naar het presidentiele kantoor leidden en had Amerika geen trek in een nieuwe Watergate-nachtmerrie. De media hadden hun bloedhondinstinct verloren. Reagan was tenslotte veel aardiger dan Nixon. Iran-Contra eindigde in een anti-climax. Geen van de betrokkenen belandde achter tralies.
Dit in tegenstelling tot de Watergate- boosdoeners, waarvan sommigen tot twintig jaar celstraf werden veroordeeld, al werden ze later allen vrijgelaten op bevel van president Carter. Al met al verging het hen echter niet slecht. De meesten van hen schreven boeken over hun belevenissen, waaronder verscheidene bestsellers. Allen werden ze rijk, prominent en in sommige kringen populair, juist vanwege Watergate. Hier volgt een update van de post-Watergate-carriere van 'all the president’s men’.
DE HOOFDROLSPELER van het Watergate-drama, Richard Nixon, werd in april dit jaar begraven met alle eerbetuigingen die een groot staatsman toekomen. Jammer dat hij niet meer kon horen hoe zelfs de Democratische president hem bewierrookte en niet meer kon lezen hoe vele kranten Watergate voorstelden als een bescheiden smet op zijn overigens schitterend blazoen.
Watergate had Nixon niet klein gekregen. Meteen had hij zich in de strijd voor zijn eerherstel geworpen. Via boeken en artikelen (die hij zelf niet schreef) en tv-interviews metselde hij zich een reputatie van eminence grise, expert in internationale verhoudingen. De Amerikaanse politieke klasse bleek snel bereid om hem weer in haar rangen op te nemen en zijn misdaden met de mantel der liefde te bedekken.
Aan de zaligmaking van Nixon kwam een abrupt einde toen kort na zijn begrafenis het dagboek van zijn stafchef en alter ego Bob Haldeman postuum verscheen. Daar was de oude Nixon weer, in al zijn lelijkheid. Een machtsdronken cynicus, een geniepige manipulator, een sluwe demagoog die prive bijna dagelijks gif spoot over joden, zwarten, progressieven, bureaucraten en iedereen die hem in de weg stond. Een man die zijn nooit aflatende haat als een teddybeer tegen de borst drukte. Die noch in zijn taal, noch in zijn politieke methoden voor enige smerigheid terugdeinsde. En die van begin af aan betrokken was in het komplot om het Watergate-onderzoek te dwarsbomen.
Nixon heeft nooit spijt betuigd over zijn rol in Watergate. Drie jaar na de feiten zei hij in een tv-interview: 'Als de president het doet, dan wil dat zeggen dat het niet illegaal is.’ Maar tot aan zijn dood bleef hij beweren dat de inbraak ook voor hem een verrassing was. Vorig jaar echter werd in een BBC- programma een verloren gewaand document onthuld waaruit bleek dat Haldeman op voorhand wist van de inbraak. Zegt Haldemans collega John Dean: 'Haldeman deed niets op eigen houtje. Als hij het wist, wist Nixon het ook.’
BOB HALDEMAN was Nixons rechterhand en stafchef van het Witte Huis. 'Elke president heeft een smeerlap nodig’, zei hij, 'en ik ben Nixons smeerlap.’ Hij zat anderhalf jaar achter tralies voor zijn rol in Watergate. Zijn boek over de episode, The Ends of Power, werd een bestseller. Hij werd rijk als makelaar in Los Angeles. Het feit dat hij in zijn Witte-Huisperiode zorgvuldig een dagboek had bijgehouden, hield hij al die tijd geheim. Het dagboek was niet bedoeld voor publikatie. Haldeman wou het gebruiken om een tweede, sensationeler boek te schrijven over de Nixon-jaren. Maar dat boek schreef hij nooit. Kort voor zijn dood, in november '93, besloot hij dan toch om zijn dagboek uit te geven. Zijn vrouw Jo kreeg de opdracht om het in te korten.
Haldemans dagboek is misschien wel het meest onthullende portret dat ooit door een insider van het Witte Huis werd gemaakt. Door simpelweg in droge zinnetjes te noteren wat er elke dag gebeurde, beschreef Haldeman de paranoia, overmoed en kleinzieligheid van Nixon, Kissinger en de rest ten voeten uit. Het laatste deel van het volumineuze boek gaat vrijwel uitsluitend over Watergate. Over iets anders werd in het Witte Huis nauwelijks nog gepraat. Het heeft iets griezeligs om te lezen hoe de Watergate-samenzweerders zich dag na dag dieper in het drijfzand werkten.
JOHN EHRLICHMAN, die samen met Haldeman 'Nixons Pruisische wacht’ werd genoemd, was de presidentiele adviseur voor binnenlandse zaken. Hij had ook bevoegdheid over het clandestiene team dat instond voor 'speciale operaties’ als de Watergate-inbraak. De groep werd ook wel als 'de loodgieters’ aangeduid. Een van haar taken was namelijk het opsporen van perslekken, een probleem dat controle-freak Nixon obsedeerde. Voor zijn rol in Watergate en in de inbraak in het kantoor van de psychiater van Daniel Ellsberg - de Pentagon-ambtenaar die geheime documenten naar de pers had gelekt - zat Ehrlichman achttien maanden in de gevangenis. Maar Watergate leverde Ehrlichman ook een succesvolle schrijverscarriere op. Naast zijn Watergate-boek, Witness to Power, schreef hij verscheidene romans. Een ervan werd omgezet in een tv-serie. Hij scheidde en hertrouwde met een jongere vrouw. Hij bleef regelmatig contact houden met zijn Watergate- vrienden. 'Watergate was een zegen voor mij’, zo zei hij onlangs. 'Als het niet was gebeurd, was mijn leven wellicht veel vervelender geweest.’
JOHN MITCHELL is de enige Amerikaanse minister van Justitie met een strafblad; hij zat negentien maanden in de cel. Als voorzitter van Nixons herverkiezingscomite Creep was hij betrokken bij de planning van de inbraak en andere illegale acties, hoewel hij tot zijn dood en ondanks de bewijzen van het tegendeel zijn betrokkenheid bleef ontkennen. Hij nam ontslag nadat zijn echtgenote publiekelijk van hem had geeist dat hij 'de politiek en al de smerige zaken die aan de gang zijn’ de rug zou toekeren. Hij gaf Nixon later de schuld van zijn echtscheiding. Mitchell was een van de weinige Watergate-figuren die geen boek schreef en geen interviews gaf. Hij werkte voor een firma die kogelvrije auto’s verkocht en leidde voor de rest een onopvallend leven in Washington, tot zijn dood in november 1988.
JOHN DEAN was Nixons Judas. Terwijl alle andere medewerkers van Nixon schaamteloos bleven liegen tegenover Congress-comites, kwam Dean over de brug. De Nixon-getrouwen hebben het hem nooit vergeven. Gordon Liddy, in wiens oververhit brein het plan voor de Watergate-inbraak werd geboren, noemde Dean 'een rat door wiens leugens onschuldige mensen in de gevangenis zijn beland’. Hij beweerde zelfs dat Dean degene was geweest die het plan voor de inbraak had bedacht. Dean zou op zoek zijn geweest naar informatie over een prostitutienet dat door Democraten gebruikt zou zijn en waar Deans echtgenote iets mee te maken had. Dean klaagde Liddy aan wegens laster en eiste 150 miljoen dollar schadevergoeding. Deze zaak loopt nog steeds.
Deans Watergate-boek Blind Ambition werd ook een bestseller en een tv-serie. Hij laat nog regelmatig van zich horen in artikelen en lezingen. Hij is eigenaar van een radioproduktiefirma in Los Angeles.
COLSON was de leider van het 'loodgietersteam’ en Nixons 'master of dirty tricks’. Hij zei dat hij 'over zijn grootmoeder zou lopen’ voor de herverkiezing van Nixon. Na zeven maanden in de gevangenis zag hij het licht en werd hij een fundamentalistische protestantse dominee. Van zijn boek Born Again werden een half miljoen exemplaren verkocht. Als dominee is Colson vooral actief in het gevangeniswezen.
JEB MAGRUBER, adjunct-directeur van Creep en auteur van de eerste Watergate- bestseller, vond eveneens na zeven maanden cel de Heer. Hij is nu dominee in Kentucky.
HOWARD HUNT, lid van het 'loodgietersteam’, was verantwoordelijk voor de concrete organisatie van de Watergate-inbraak. Hij eiste en kreeg ook een half miljoen dollar om het stilzwijgen van de betrapte inbrekers te kopen. 'Hij chanteerde ons’, zei Colson. Hunt bracht 33 maanden in een cel door. Daarna verscheen zijn eerste boek, Time in. De ex-CIA-agent had de smaak te pakken. Sindsdien schreef hij nog 74 boeken, meestal misdaadromans. Hij woont met zijn tweede vrouw in Miami.
GORDON LIDDY was de 'ideeenman’ van het 'loodgietersteam’ en lid van Creep. Hij bedacht tal van illegale en riskante akties, waarvan sommige werden uitgevoerd en andere niet, omdat ze knettergek waren. Ook het plan voor de Watergate-inbraak kwam van hem. Magruder, die Liddy als een 'los kanon’ beschouwde, wilde hem ontslaan maar dat werd hogerop tegengehouden. 'Het is waar dat Liddy een Hitler is’, zo kreeg Magruder te horen, 'maar hij is tenminste onze Hitler.’ Die verwijzing had Liddy onder meer te danken aan zijn fascinatie met nazi-Duitsland. Die had hij naar verluidt al sinds zijn kleuterjaren, toen zijn Duitse gouvernante hem leerde lopen op de tonen van nazi-marsmuziek.
Liddy was en is de karikaturale macho. Hij hield ervan om zijn hand in een vlam te houden om te tonen hoe stoer hij was. Ook toen Watergate werd ontrafeld, bleef hij de held spelen. Hij weigerde om vragen te beantwoorden en werd veroordeeld tot twintig jaar gevangenis, de zwaarste straf van alle Watergaters. Na 52 maanden werd hij vrijgelaten. Hij publiceerde zijn (hopeloos verdraaide) versie van de feiten onder de passende titel Out of Control en een autobiografie (Will). Hij verzilverde zijn stoer imago met lezingen en opende in 1981 een detective-bureau.
In 1992 begon hij aan een nieuwe carriere als gastheer van een praatshow op de radio. De Gordon Liddy Show oogstte in bepaalde kringen veel bijval en wordt momenteel uitgezonden door meer dan 160 radiostations in heel de Verenigde Staten. In zijn show spuit Liddy vitriool naar 'de bureaucraten’, naar Bill en Hillary, naar alles wat een beetje links ruikt. Hij werd een idool in para-militaire burgermilitiekringen, vooral nadat hij zijn luisteraars aanraadde om, in eventuele confrontaties met federale agenten, op het hoofd of de onderbuik te mikken omdat die agenten kogelvrije vesten dragen. Hoewel die opmerking in de nasleep van Oklahoma City een storm van kritiek ontketende, werd hij juni jongstleden bekroond met de Freedom of Speech Award van de National Association of Radio Talk Show Hosts. Liddy rijdt nu naar verluidt door Washington in zijn flitsende sportwagen met nummerplaat H20GATE.
FRANK WILLS was geen lid van de Watergate-gang, maar hij was wel de enige speler uit het drama die in de jaren tachtig in de gevangenis zat. Hij was de jonge zwarte nachtwaker die de Watergate-inbrekers betrapte en ervoor zorgde dat ze gearresteerd werden. Hij was toen arm (hij verdiende tachtig dollar per week) en dat is hij nog steeds. Ook hij wilde een boek schrijven, maar geen enkele uitgever had interesse. 'Al die schurken schreven hun boek en werden rijk en ik kreeg niets’, zei hij bitter. Hij verloor bovendien zijn baan en bleef lang werkloos. In 1983 werd hij veroordeeld tot een jaar celstraf wegens het stelen van een paar sportschoenen van twaalf dollar. Daarna verhuisde hij naar South Carolina om voor zijn zieke moeder te zorgen. 'Als het mij opnieuw zou gebeuren’, zegt hij, 'dan zou ik de inbraak straal negeren. Voor mij heeft het toch alleen maar ellende gebracht.’