Wie op een verjaardagsfeestje begint over de waterschappen loopt een groot risico dat de gesprekspartner spontaan een wegtrekker krijgt. Grondig onderzoek doen naar de oudste maar ook de onbekendste bestuurslaag van Nederland wordt niet bepaald gezien als sexy. Toch is dat onterecht. De waterschappen vormen een eeuwenoud bastion dat zich ver wenst te houden van de bloedige politieke arena, zeggen de meeste bestuurders zelf. Ze vertellen graag over hun strijd tegen het wassende water die niet links of rechts is. Ze zijn kundig, is meestal het beeld dat ze schetsen, en ze passen goed op de centen.

Ons onderzoek schetst echter een minder mythisch beeld. Veel van de 21 waterschappen kampen met forse schulden. Natuurlijk moeten ze zeer grote uitgaven doen. Een dijk of zoiets als een waterzuiveringsinstallatie is kostbaar. Maar het is geen reden om de schuld te leggen bij de volgende generaties. Bovendien gaat het ook om keuzes die niet of juist wél worden gemaakt. Moet een waterschap het grondwaterpeil in een bepaald gebied alleen hoog houden om de agrariërs in het gebied tevreden te houden? En daardoor een duur gemaal behouden? Zijn de vervuilende bedrijven die van hun afvalwater af moeten een probleem voor de belastingbetaler?

Bedrijven willen van afvalstoffen af. En agrariërs willen een laag waterpeil

Volgens vooral de oude bestuurders in de waterschappen zijn zij zelf niet politiek. Maar sinds er waterschapsverkiezingen worden gehouden, ‘politiseert’ het aloude bolwerk, stellen ze. Alleen vergeten ze dat de polderbesturen áltijd politiek zijn geweest. Eeuwenlang maakten (heren)boeren, pachters en bedrijven er de dienst uit. Zij kregen automatisch een plek toebedeeld in de waterschappen, via wat vaak liefkozend geborgde zetels worden genoemd. Maar we spreken hier gewoon over ordinaire lobbyzetels, en de verdeling daarvan en de strijd tussen belangen ís politiek. Dit behoeft geen uitleg zodra het gaat over een grondstof als olie, maar bij de meest primaire en steeds schaarser wordende grondstof water blijkbaar wel. Pas sinds 2008 kunnen ook gewone burgers via partijen bestuurder worden van een waterschap. Tot groot verdriet van de oude belangen. Want ineens wordt er in de schappen ‘ideologisch’ gesproken over diervriendelijk muskusratten vangen of beter letten op de centen.

Ongeveer een derde van de geborgde zetels is behouden, maar iedereen kan nu eens in de vier jaar stemmen voor het andere gedeelte bij de waterschapsverkiezingen. Dat gaat wel degelijk over iets, en over meer dan alleen de aanleg van dijken. Het gaat over schoon oppervlaktewater, over natuur en ook over de hoogte van belastingen. Jaarlijks halen alle waterschappen zo’n drie miljard euro op aan belastingen, zo’n tachtig procent wordt betaald door gewone burgers. De rest door boeren en bedrijven. Terwijl de laatste groepen grote belangen hebben. Bedrijven willen van afvalstoffen af. En agrariërs willen een laag waterpeil – om bijvoorbeeld de koeien en landbouwmachines droog te houden. Maar een laag waterpeil is vaak slecht voor de natuur en laat huizen verzakken. Juist deze belangen maken de waterschappen wel degelijk politiek.

En waar de strijd tussen belangen woekert, is integriteit van groot belang. Dit gaat over het vertrouwen van de burgers in het openbare bestuur. Bij de waterschappen is hier nog een wereld te winnen. Sowieso blijkt uit het onderzoek van Spit, De Groene en Argos dat elf procent van alle nevenfuncties niet eens officieel is opgegeven. Laat staan dat burgers kunnen zien of het gaat om betaalde functies of niet. Wie betaalt bepaalt, is een oud gezegde. En we zien dat de lijn tussen het zakelijke en het bestuurlijke belang dikwijls flinterdun is. Voor de integriteitsregels verwijzen de websites van de waterschappen meestal naar een algemene gedragscode. Harde regels zijn er niet. En als de regels even niet uitkomen – zoals bij de bestuurder die geen Verklaring Omtrent het Gedrag kan overleggen – worden ze aan de kant geschoven.

Integriteit regelen we onderling wel, is het credo. Maar daarvoor is het werk van de waterschappen echt te belangrijk. Alleen daarom zijn er meer ogen van buitenstaanders noodzakelijk.