Geloven in reïncarnatie

De wederkomst

Erica Terpstra is om, en de paus binnenkort ook. Het geloof in reïncarnatie neemt zeer snel toe. Er zijn al meer reïncarnatietherapeuten dan psychologen. En heeft u al een spaarplan voor uw volgende incarnatie opgezet?

Ruim een kwart van de Nederlandse bevolking zegt op enigerlei wijze te geloven in reïncarnatie, zo berichtte het Sociaal en Cultureel Planbureau onlangs. Zonder enige twijfel is het leerstuk van de wederkomst heden het best verkochte geloofsartikel van de New Age. Op verjaardagsfeestjes duiken er steeds meer mensen op die tot in het kleinste detail verslag doen van hun incarnatiestamboom, zoals ze het vroeger over hun vakantiereisjes hadden. Daarbij valt op dat de gemiddelde reïncarnist het vorige leven meestal in de hogere sociale echelons traceert: er zitten veel tempelridders en tragische prinsessen tussen, en slechts zelden stamt het karma af van een Groningse mollenvanger.

De opmars van de incarnatiegedachte heeft het funeraire aangezicht van Nederland al behoorlijk veranderd. Op de melodie van Freek de Jonges recente monsterhit Leven na de dood (een bewerking van Bob Dylans Dead Is Not the End) zijn begrafenissen steeds meer feestelijke aangelegenheden geworden. Niet langer wordt op calvinistische wijze nors gezwegen rond de kist, maar men drinkt champagne, danst rond de zerk en steekt vuurwerk af, in de hedonistische overtuiging dat sterven slechts een overgang is in de eeuwige cyclus van dood en wedergeboorte en er dus niet dient te worden getreurd.

Op de langere termijn zal dit de nodige consequenties meebrengen voor de uitvaartindustrie. Het «wederinvaartbedrijf» verkeert nog in een embryonale fase, de eerste schreden zijn niettemin gezet. Zo beleefde Amersfoort enige jaren geleden een wereldprimeur toen een trendgevoelige ondernemer aldaar een effectenspaarplan voor reïncarnisten lanceerde, waarbij men dus spaart voor het «Zwitserlevengevoel» in het volgende leven. Het sektewezen zijn de gouden mogelijkheden van deze nieuwe verzekeringstak evenmin ontgaan: zowel Saï Baba als de Scientology-kerk schijnen in dit marktgat te zijn gesprongen.

Ook op medisch gebied zijn de mogelijkheden legio. Er zijn in Nederland inmiddels meer reïncarnatietherapeuten dan psychologen. Er is zelfs een Nederlandse Vereniging voor Reïncarnatietherapeuten (NVRT), compleet met klachtencommissie. Het moment dat reïncarnatietherapie in het ziekenfonds komt, kan niet ver verwijderd zijn.

De resultaten zijn er dan ook naar, als we de talrijke casestudies moeten geloven die de NVRT heeft gepubliceerd in haar verenigingsorgaan Cyclus. Allerlei kwetsuren in de ziel worden met succes herleid tot beschadigingen van het karma, opgetreden in vorige levens. Het is, aldus de reïncarnatietherapeuten, zelfs niet eens nodig dat een patiënt zelf in de wederkomst gelooft: alleen al de stroom van associaties die loskomt bij een regressietherapie, biedt reeds genoeg handvatten voor een vruchtbare sessie psychotherapie. Grote successen zijn onder meer gemeld bij het bestrijden van de ziekte van Gilles de la Tourette, het beruchte scheldsyndroom waarbij patiënten op de meest ongelukkige momenten in een dwangmatige stroom van schuttingwoorden schieten. Ook in de zwangerschapsbegeleiding schijnt reïncarnatie therapie wonderen te doen.

Reïncarnatie is sinds kort ook een factor geworden in de internationale topsport. Verleden jaar moest Glenn Hoddle, de coach van het Engelse nationale voetbalteam, haastig het veld ruimen nadat hij in The Times kond had gedaan van enkele van zijn persoonlijke filosofische inzichten op het terrein van dood en wedergeboorte. Volgens de bondscoach «betalen mensen met een handicap voor een zonde in een vorig leven». Het was allemaal een kwestie van «slecht karma», en in elk geval gold «eigen schuld, dikke bult». Met deze hardvochtige analyse, van een compassieloze kilte die je wel meer tegenkomt in de New Age, oogstte Hoddle zoveel verontwaardiging dat hij niet langer geschikt werd geacht om de nationale sporteer te verdedigen. Dit ondanks het feit dat de Dalai Lama — als geestelijk leider van het Tibetaanse boeddhisme toch niet de minste autoriteit als het om reïncarneren gaat — de verdrukte Hoddle in de publiciteit te hulp was geschoten door te zeggen dat de filosofie van de bondscoach in principe zuiver in de leer was.

In de cultuur schiet de reïncarnatiegedachte eveneens snel wortel. Zo bestaat er inmid dels een nieuwe stroming aan reïncarnatie litera tuur. De meeste commotie veroorzaakte de roman En de wolven huilden van de Zweedse schrijfster Barbro Karlén, die beweert de reïncarnatie van Anne Frank te zijn. Karlén, niet-joods, geboren in 1954 in Götenborg, debuteerde al op twaalfjarige leeftijd met een bundel filosofische proza gedichten, waarna er in snel tempo nog negen boeken zouden volgen. Het literaire wonderkind was een sensatie in de Zweedse media, maar tegelijkertijd kostte dit haar de hoon en diepe verachting van haar jaloerse leeftijdgenoten, waarop de schrijfster zich vereenzaamd terugtrok, en na een tragisch huwelijk een nieuw leven begon als politie agente te paard. Haar publieke coming out als de reïncarnatie van Anne Frank deed Karlén vijf jaar geleden in Amsterdam, waarbij opviel dat Karlén inderdaad dingen kon vertellen over het huiselijke leven van de familie Frank die niet bekend waren voor de buitenwereld. De roman die ze vervolgens publiceerde veroorzaakte een nog immer woedende polemiek, waarin zelfs Simon Wiesenthal zich mengde. Wiesenthal schreef niet te twijfelen aan de integriteit van Barbro Karlén, maar wijst «iedere poging om de ziel van Anne Frank van haar lichaam te scheiden» met klem af. Hij vergeleek het relaas van Karlén met het zogeheten Jeruzalem- syndroom, waarbij talloze bedevaartgangers worden bevangen door het idee Jezus te zijn, en adviseerde dan ook medische begeleiding. Dat vermocht Karlén niet op andere gedachten te brengen.

Ook in Nederland bracht Karlén de nodige beroering. Hugo S. Verbrugh, de belangrijkste pleitbezorger van de reïncarnatiegedachte in wetenschappelijk Nederland, wijdde verleden jaar een strijdschrift aan de Anne Frank-incarnatie. Zijn harde oordeel: «Het verhaal van mevrouw Karlén is ongeloofwaardig, inconsequent, warrig, een belediging van alle personen in Zweden die ze ervan beschuldigt reïncarnaties te zijn van vroegere holocaustmisdadigers, en is door dit alles schadelijk voor een serieus publiek debat over karma en reïncarnatie.»

Interessant detail is dat Verbrugh, hoofddocent filosofie, ethiek en geschiedenis van de geneeskunde aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit, al veertig jaar lid is van de Antroposofische Vereniging in Nederland, waarvan uitgeverij Vrij Geestesleven juist verantwoordelijk is voor de uitgave van Barbro Karléns werk in Nederland. Voorzitter Ron Dunselman van de Antroposofische Vereniging liet zich in het verleden dan ook positief uit over Karléns boek, waarbij dient gemeld dat Dunselmans vader jaren achtereen werkzaam was in het bedrijf van Otto Frank, de vader van Anne.

In zijn begin deze maand door uitgeverij Agora te Kampen ten doop gehouden boek Karma en reïncarnatie gaat Hugo Verbrugh ook in op het geval Barbro Karlén. «Gevallen als deze illustreren hoe ver sommige mensen kunnen gaan in de kunst zich een gefantaseerde identiteit aan te meten én hoe gemakkelijk talloze anderen zich laten verleiden zulke gefantaseerde verhalen serieus te nemen», schrijft hij. Verbrugh is zowel actief als onderzoeker voor de Stichting Skepsis, een platform voor het aan de kaak stellen van uitwassen van de New Age, hedendaags mysticisme en kwakzalverij, als oprichter van de Stichting Kairos, een organisatie die zich inzet voor de verbreiding van de reïncarnatiegedachte. Hij zou dan ook een «kritische gelovige» kunnen worden genoemd. Zijn boek is pioniersarbeid, de eerste serieuze poging een wetenschappelijk kader te formuleren voor de begrippen karma en reïncarnatie.

Verbrugh kreeg de reïncarnatiegedachte naar eigen zeggen met de paplepel ingegoten door zijn grootmoeder, een theosofe van het eerste uur die nog met eigen ogen had meegemaakt hoe de Indiase goeroe Krishnamurti in de jaren twintig in de befaamde Sterrenkampen in het Overijsselse Ommen werd gelanceerd als de nieuwe incarnatie van Christus. De in 1937 geboren wetenschapper richtte in 1997 de Stichting Kairos op. Een van de eerste bekeerlingen die Verbrugh maakte, was de illustere Rotterdamse jurist professor S.W. Couwenberg, vooral bekend als de topideoloog van conservatief Nederland. Couwenberg verwierf zich de afgelopen decennia een soort wetenschappelijke cultstatus met excentrieke ideeën over het nut van de apartheid in Zuid-Afrika en de levensvatbaarheid van de Groot-Nederlandse gedachte. Zijn publieke coming out als aanhanger van de toch redelijk exotische reïncarnatiegedachte was dan ook een kleine sensatie aan de Erasmus Universiteit. Couwenberg wijdde een speciaal nummer van het blad Civis Mundi, waarvan hij hoofdredacteur is, aan de grote mogelijkheden van de reïncarnatiegedachte en sloot zich aan bij de Stichting Kairos van Hugo Verbrugh.

De Stichting Kairos, vernoemd naar het Oud-Griekse woord voor een magisch moment in de tijd, heeft als doel de integratie van de reïncarnatiegedachte. Volgens Verbrugh is er allereerst sprake van een filosofisch proces. «Het gaat erom dat de mensen zich in de komende decennia meer bewust zullen worden van hun biografie als een episode in een langere keten van levens, en dat er dan ook sprake is van een continuïteit door die meerdere levens heen, zodat men ook verantwoordelijkheid neemt voor de toekomst, en daarmee het idee van ‹Na ons de zondvloed› afzweert.» Als het filosofische kader van de reïncarnatie zijn intrede heeft gedaan in de wetenschap, zijn de praktische mogelijkheden daarna schier onbegrensd, aldus Verbrugh.

Verbrugh geeft aan dat het altijd oppassen blijft voor de obscuurdere takken van het reïncarnatiegeloof. Met afschuw refereert hij aan de reïncarnatiefilosofie van de nazi’s. Zo ging Heinrich Himmler op 1 juli 1937 in de kathedraal van Quedlinburg voor in de herbegrafenis van koning Hein rich I, die duizend jaar eerder de Slaven van Duits grondgebied had verjaagd en van wie de SS-chef zich de reïncarnatie waande, gewapend met de «karmische opdracht» om diens missie te vervolmaken.

Ook de Japanse zelfmoord piloten van de Tweede Wereldoorlog werden gestuurd door hun overtuiging in een volgend leven beloond te worden voor hun helden offer. Het siert Verbrugh dat hij de ogen niet wenst te sluiten voor de schaduwzijden van het reïncarnatiegeloof.

Couwenberg is niet de enige Bekende Nederlander die Verbrugh inmiddels voor zijn missiearbeid heeft kunnen inzetten. Zo leverde Marten Toonder, de geestelijk vader van Ollie B. Bommel, een warm aanbevelend voorwoord voor Verbrughs boek over reïncarnatie en was niemand minder dan Erica Terpstra bereid het eerste exemplaar van zijn studie in ontvangst te nemen. Dat gebeurde eerder deze maand aan de Erasmus Universiteit, waar de VVD-politica en oud-zwemster tot stijgende verbazing van honderden wetenschappers tijdens een gastcollege een uitputtende analyse wijdde aan het boek van Verbrugh.

Erica Terpstra is uitgegroeid tot het boegbeeld van de Nederlandse reïncarnisten sinds zij enkele jaren geleden in het Algemeen Dagblad liet weten dat ze het leerstuk van de wederkomst vanaf haar vroegste jeugd als volkomen vanzelfsprekend heeft ervaren. Ze kreeg het mee van haar ouders die beiden theosofisch waren geïnspireerd. Terpstra staat wel bekend als de eerste boeddhiste in de geschiedenis van de Tweede Kamer en onderhoudt warme banden met de Dalai Lama en andere boeddhistische leiders. In hoeverre haar geloof in reïncarnatie door sijpelt in haar politieke visie blijft ook na haar optreden aan de Erasmus Universiteit enigszins diffuus. Duidelijk is echter wel dat ze met haar openlijke hulde aan zo'n onchristelijk leerstuk als de reïncarnatie een doorbraak van jewelste heeft geforceerd, die haar partij electoraal geen windeieren zal leggen in de multiculturele samenleving die Nederland is geworden: niet alleen de Tibetaanse boeddhisten, maar ook de hindoes geloven uiteindelijk in de wederkomst, terwijl eveneens de autochtone bevolking zoals gezegd massaal aan het reïncarneren is geslagen.

Dat de reïncarnatie in Nederland al een historische bedding heeft, is volgens kenners onder meer te zien aan de zogeheten witte uitvaarten van zowel prins Hendrik (1934) als koningin Wilhelmina (1962). Dit vorstelijke echtpaar werd zoals bekend geheel in het wit begraven, tot aan de paarden voor de rouwkoets toe; een nog steeds aan populariteit winnende uitvaartvariant waarbij de kleur wit symboliseert dat de dood niet het einde maar een nieuw begin betekent. In kringen van royalty-watchers werd kort geleden gemeld dat ook prinses Juliana zou hebben aangegeven in het wit begraven te willen worden. Dochter Beatrix zou daar echter een stokje voor hebben gestoken omdat een en ander niet zou stroken met het officiële protestantse protocol van het vorstenhuis.

Dit laatste zou echter in het geheel geen bezwaar hoeven te zijn, zoals Verbrugh aangeeft in zijn boek over karma en reïncarnatie. De christelijke wereld is ten aanzien van de wederkomst behoorlijk aan het kenteren, zo signaleert hij. De katholieke theoloog Karel Douven kon bijvoorbeeld jarenlang ongestoord ijveren voor een nieuwe theologie waarin karma en reïncarnatie geïntegreerd zouden zijn. Het kostte Douven geen excommunicatie à la Schillebeeckx, noch werd hij van ketterij beschuldigd

Onder de huidige paus zou het wel eens heel snel kunnen gaan met de opneming van reïncarnatie in de Heilige Leer. Een jaar nadat Karol Wojtyla was uitverkoren tot paus Johannes Paulus II, in 1979, maakte hij een triomftocht door Polen waarin hij nadrukkelijk campagne voerde voor de herwaardering van de grote Poolse dichter Adam Minckiewicz. Nu was Minckiewicz niet alleen een poëet, maar ook aanhanger van de Litouwse mysticus Towianski, die naast een ultraorthodox christendom en een soort utopisch socialisme ook de reïncarnatie omarmde als een van zijn drie kernprincipes. Verbrugh schrijft: «Ik voorspel dat we in dit millennium van rooms-katholieke zijde nog wel meer over dit onderwerp gaan horen. Ook binnen de rooms-katholieke kerk geloven steeds minder mensen echt aan de Wederopstanding, maar een groeiend aantal gelovigen in alle landen van de wereld is op zijn minst geïnteresseerd in reïncarnatie. Gegeven de politieke expertise van het Vaticaan en zijn neiging om in te spelen op wat mensen graag geloven, moet het denkbaar geacht worden dat het denkbeeld van reïncarnatie kans maakt vroeger of later ook in de rooms-katholieke theologie te worden opgenomen.» Daarmee zou het Vaticaan zich dan alsnog verenigen met het gnostische christendom van de zogeheten apocriefe evangeliën, die een forse dosis reïncarnatieleer bevatten en om die reden juist uit het Nieuwe Testament werden geweerd. Aanhangers van de gnosis, of het nu Arianen of Katharen betrof, hebben de afgelopen eeuwen veel werk aan de inquisitiewinkel gebracht en de door Verbrugh gesignaleerde ommezwaai zou dan ook een historische rectificatie van jewelste mogen worden genoemd.

In de protestantse wereld is de houding ten opzichte van reïncarnatie zeer gevarieerd: de gemiddelde gereformeerde dominee gruwt bij zoveel ketterij, terwijl er ook heel wat hippe hervormde pastores rondlopen die, geïnspireerd door het werk van Rudolf Steiner of een andere halfchristelijke reïncarnatie-ideoloog, juist zeer warm lopen voor deze theologische groeimarkt. Hemel en hel staan met andere woorden klaar om bijgeschreven te worden in het grote vergeetboek. Het zal velen een troost zijn. Alhoewel. Volgens de Tibetaanse boed dhisten is er geen vreselijker straf voor de zondaar dan te reïncarneren als platworm. Dan heb je ook niets aan zo'n reïncarnatie spaarplan.