Bush als kop van Jut

De wederopstanding van het anti-Amerikanisme

Na jaren van latente ressentimenten heeft het Europese anti-Amerikanisme in de figuur van George W. Bush een ideale kop van Jut gevonden. Het einde van de Pax Americana is aanstaande.

Enige weken voor de dramatische gebeurtenissen rond de Europees-Amerikaanse top in Gotenburg voltrok zich op 27 mei jongstleden op het Zweedse eiland Stenungsund de 49ste Bilderberg-conferentie in successie. Meer dan honderd deelnemers uit Amerika en Europa kwamen bijeen om zich te buigen over de immer zorgwekkender wordende relatie tussen Amerika en Europa. Van Amerikaanse kant was de onvermijdelijke Henry Kissinger van de partij. Nederland was volgens de officiële gastenlijst vertegenwoordigd door koningin Beatrix, Willem-Alexander en Ad Melkert, aan wie het premierschap nu helemaal niet meer kan ontgaan. De transatlantische denktank, in 1954 voor het eerst bijeen onder voorzitterschap van prins Bernhard, werd indertijd in het leven geroepen om anti-Amerikaanse sentimenten in het naoorlogse Europa de kop in te drukken.
Als het om vervulling van die doelstelling gaat, moet worden vastgesteld dat de Bilderberg-droom van eeuwige transatlantische bloedbroederschap failliet kan worden verklaard. Daarover moet het dan ook vooral zijn gegaan tijdens de informele brainstormsessie tussen de groten der aarde op het Zweedse eiland. Het anti-Amerikanisme in Europa is dankzij de diplomatieke gaven van George W. Bush een nieuwe glansperiode ingegaan. Wat voorheen aan anti-Amerikaanse sentimenten voornamelijk latent sluimerde, bijvoorbeeld bij het Franse verzet begin jaren negentig tegen de komst van Disneyland in de buurt van Parijs als een «cultureel Tsjernobil» (de uitdrukking is van Jack Lang), is met de troonsbestijging van George W. Bush politieke actualiteit van extreem verzengend gehalte geworden.
Hoe heftig de emoties zijn opgelopen, bleek vorige week in Gotenburg, waar een ongekende veldslag plaatsvond tussen politie en demonstranten. Zonder twijfel had het voorgenomen bezoek van Bush aan de EU-top in Gotenburg de demonstranten de inspiratie gegeven voor hun ongekend harde actie. Vierduizend Zweedse ME'ers werden door een uitzinnige meute anti’s zodanig in het nauw gebracht dat er uiteindelijk met scherp werd geschoten, nadat het maar een haar had gescheeld of de «anti-globalisten» waren tot de hotelkamers van de Europese regeringsleiders doorgedrongen.

Nog niet eens een half jaar na zijn controversiële intocht in het Witte Huis begint het presidentschap van George W. Bush de contouren van een ware nachtmerrie te krijgen. Op alle terreinen waar de nieuwe president zich heeft gemanifesteerd, voltrekt zich in rap tempo de vervulling van het worst case scenario. Met zijn doodverklaring van het verdrag van Kioto heeft Bush wat betreft ecologische zorg om het broeikaseffect de klok meer dan tien jaar teruggezet. Alle pogingen van de Europese leiders om hem op andere gedachten te brengen stuitten af op zijn ijzeren onverzettelijkheid. Ook de wijze waarop Washington kond deed van de dramatische beslissing — een kortaf «Kyoto’s dead» uit de mond van Rice, zonder ruimte voor welke discussie dan ook — gaf iets aan van het bedroevend lage peil van de diplomatieke betrekkingen van Amerika onder de nieuwe man in het Witte Huis. Toegegeven: ook Bill Clinton stond niet te springen om Kioto te ratificeren (net als overigens de meeste Europese partners), maar hij wekte wel de schijn dat hij het wilde doen. In elk geval ontkende hij niet dat in Kioto een belangrijke stap was gedaan op weg naar een betere beheersing van het broeikaseffect.
Bush daarentegen brengt de discussie terug naar af door te stellen dat eerst nog maar bewezen moet worden dat er sowieso een broeikaseffect bestaat. Zijn snel cynischer wordende critici poneerden reeds het idee dat het de nieuwe president niet eens slecht zou uitkomen als de zeespiegel een paar meter stijgt. Het zou hem in één klap van de democratische broeinesten aan de oostkust bevrijden als Amerika werd teruggebracht tot het uiterst bijbelvaste Mid-Westen.

Ook de internationale wapenwedloop is weer terug van weggeweest, nu Bush tegen elke prijs wenst door te gaan met de realisering van het Star Wars-programma, de militair-psychedelische droom uit het tijdperk van Ronald Reagan. Alle diplomatieke vriendelijkheden over en weer ten spijt bleken Bush en Poetin tijdens hun ontmoeting in Slovenië onverzoenlijk tegenover elkaar te staan inzake het Amerikaanse streven naar een «nationaal anti-rakettenschild». Poetin kon wapperen met eerdere verdragen die de realisering van dit schild juist uitsloten, Bush hield voet bij stuk. Zijn buitenlandse politiek heeft een hoog fuck you-gehalte, zoals ook al uit het drama rond Kioto bleek. Bush’ Europese gesprekspartners kunnen praten wat ze willen, Bush wijkt geen millimeter van zijn plannen af, zelfs al riskeert hij daarmee een nieuwe wapenwedloop, want daar koersen de SDI-plannen natuurlijk regelrecht op af.
De buitenlandse betrekkingen van de VS lijken exclusief uitbesteed aan de CIA. Het Amerikaanse belang prevaleert boven alles. Tenet, chef van de geheime dienst (die volgens een bericht in de Washington Post van 15 juni verreweg de belangrijkste adviseur van de president is), werd bovendien als speciale bemiddelaar naar het Midden-Oosten gestuurd. Zelfs de vader van Bush jr., jarenlang actief als CIA-chef, toonde hierin een aanzienlijk grotere terughoudendheid. Hiermee lijken alle onheilsprofetieën, zoals gedaan tijdens de verkiezingsstrijd tussen Bush en Al Gore, uit te komen.
Bush heeft zich inderdaad teruggetrokken in zijn eigen bastion en lijkt zijn gehele buitenlandse politiek af te stemmen op het obscure Amerikaanse patriottisme waarin hij als student werd ondergedompeld in de kringen van de exclusieve studentenclub Skull and Bones aan de universiteit van Yale.
Zo heeft het anti-Amerikanisme in Europa plotseling een geweldige katalysator gekregen. Zelfs de Europese sociaal-democraten, sinds de Marshallhulp de trouwste supporters van de Pax Americana, hebben hun schroom afgegooid en filosoferen onbevreesd over strafmaatregelen ten aanzien van de nieuwe machthebber in het Witte Huis. PvdA-europarlementariër Max van den Berg loopt rond met pleidooien voor een pan-Europese boycot van de Amerikaanse oliemaatschappijen, in de eerste plaats versus Exxon, de oliemaatschappij die Bush tot zijn belangrijkste contribuanten in zijn electorale slag tegen Al Gore kon rekenen en die dan ook een belangrijke vinger in de pap had bij het totstandkomen van het radicaal-rechtse energieplan van de regering-Bush.
Vooral in Frankrijk, van oudsher geen vriend van Amerika, zijn de rapen gaar. «We zijn terug bij Ronald Reagan en Amerika Eerst», zei parlementslid Noel Mamer, leider van de Franse Groenen, over het Kioto-besluit van Bush. «De beslissing is waanzinnig, en zal leiden tot grotere isolatie van de Verenigde Staten.» De Franse minister van Milieuzaken, Dominique Voynet, noemde de stap van Bush «provocatief en totaal zonder verantwoordelijkheidsgevoel» en waarschuwde de VS om «door te gaan met de sabotage».
Zijn Nederlandse collega Jan Pronk loopt zich inmiddels het vuur uit de sloffen om te redden wat er te redden valt van Kioto. De eerste signalen stemmen echter niet vrolijk. Vanuit Japan klonken al geluiden om het Amerikaanse voorbeeld te volgen. Pronks laatste hoop is nu Vladimir Poetin, die hij deze week over de streep van Kioto zou proberen te trekken.
Het is echter de vraag of Kioto zonder Amerikaanse deelname wel levensvatbaar is. De VS zijn verantwoordelijk voor circa 25 procent van de uitstoot van de gassen die verantwoordelijk worden gehouden voor het broeikaseffect. Als de grootste vervuiler niet aan de reductie van de uitstoot wenst mee te doen, is dat voor andere landen ook een makkelijke manier om af te haken. De 37 industrielanden die meewerkten aan Kioto geven zo ook een slecht voorbeeld aan de ontwikkelingslanden, die toch al niet om milieumaatregelen stonden te springen, bevreesd als ze zijn voor economische stagnatie. Ze kunnen dan makkelijk terugvallen op de redenen die Bush begin april opgaf tijdens het bezoek van de Duitse bondskanselier Schröder aan Washington. Bush zei bij die gelegenheid dat Kioto wat hem betreft kon worden geschrapt omdat de groei van de Amerikaanse economie voorop moest staan. Met diezelfde argumentatie kunnen alle andere landen zich evengoed aan hun verplichtingen onttrekken.
Als doekje voor het bloeden kwam Bush met de suggestie om een nieuwe studie te maken naar het broeikaseffect en een nieuw verdrag te ontwerpen waar veel meer landen aan zouden kunnen deelnemen. Maar dat zou, zoals Europees commissaris Margot Wallström al opmerkte, getuigen van een «gebrek aan politieke realiteitszin» en bijna vijftien jaren van uiterst moeizame onderhandelingen bij het grof vuil zetten.
Vandaar dat Europa zint op harde tegenactie, zoals een boycot van Amerikaanse oliemaatschappijen. Alexander de Roo, vice-voorzitter van de milieucommissie van het Europees parlement, verklaarde zich daar ook al een onverbloemd voorstander van. «Ik denk niet dat bedelen erg veel zal helpen», legde hij uit. «Ze zullen alleen maar luisteren naar heel krachtige argumenten.»

Op militair terrein lijkt Europa zich ook klaar te maken voor een Alleingang, los van Amerika. In Brussel, Parijs en Berlijn wordt hardop gedroomd van een nieuw tijdperk, waarin de Pax Americana van de twintigste eeuw wordt opgevolgd door een nieuwe wereldorde, bestuurd vanuit Europa. Nu Bush heeft laten weten dat de zorgen om de nog immer niet gepacificeerde Balkan wat hem betreft exclusief moeten worden uitbesteed aan het Europese militaire apparaat, hebben de architecten van Europa als nieuw mondiaal machtscentrum er een belangrijke inspiratiebron bij gekregen. Gezien de estafette van kolossale Europese blunders op de Balkan in eerdere fases van het uiteenvallen van Joegoslavië is dat geen hoopgevende gedachte, zoals Europese dynamiek op militair gebied eigenlijk nooit in de wereldgeschiedenis aanleiding tot vreugde is geweest.