De week van bill en will

Vorige week was de week van Bill en Will. Bill (Clinton) werd vrijgesproken. En Will (Shakespeare) won, als hoofdpersoon in een feel-good kostuumdrama, dertien Oscarnominaties.

Shakespeare in Love is een aardige film zonder historische waarde waarin de jonge schrijver in Londen anno 1593 werkt aan Romeo en Julia. Net als Bill is Will briljant in zijn vak, en net als Bill kent hij een controleprobleem met zijn libido. Will is getrouwd maar wordt verliefd op een beeldschone lady van ver boven zijn stand, verovert vanzelfsprekend haar hart en gaat dus vreemd. Ook toont de film een bemoeizuchtige censor, type Ken Starr, en een Betty Currie-achtige hofdame. Zo worstelt Will met de oer-Britse puriteinse moraal. In Monicaland bevocht Bill de niet minder puriteinse waarden van de Republikeinse moraalridders. Maar terwijl de meeste Amerikanen kotsmisselijk van het schandaal en de Washingtonse politiek zijn geworden, aanbidden ze Shakespeare in Love. Daarin wordt namelijk wél heel normaal gedaan over heel normale dingen, zoals daar zijn: de liefde, stiekeme seks én de leugentjes over stiekeme seks. De nominaties van Will onderstrepen de winst, ja, de bevrijding van Bill en zijn onderdanen. Zoals Frank Rich in de New York Times schreef: ‘Na een jaar geluisterd te hebben naar politici en media die zich kwaadwillig wentelen in een seksschandaal, heeft het iets reinigends, zelfs opbeurends om een film te zien die erotiek beviert door haar weer te verbinden aan poëzie, humor en liefde.’