FILM

De weg kwijt

Shutter Island

Shutter Island, de nieuwste film van Martin Scorsese, wakkert vanaf de eerste minuten iets duisters in je onderbewustzijn aan, met dreigende, langzaam zwevende camerabewegingen die een stormachtig eiland met hoge kliffen en scherpe rotsen in beeld brengen, diepe, donkere kleuren van binnensets die de sfeer van aftakeling en gevaar ademen en de bijna ritmische montage die een cadans teweegbrengt die dan weer een schokeffect ressorteert, dan weer verraderlijk geruststellende beelden aan elkaar koppelt. Hier heerst de gothic-stijl.
Opvallend genoeg beantwoordt Scorsese zelf graag precies de vraag wat voor referentiemateriaal hij tijdens die productie van Shutter Island in zijn hoofd had. In een interview in The Financial Times vertelt hij dat de films van met name Jacques Tourneur hem inspireerden, onder meer Cat People (1942), I Walked with a Zombie (1943) en Out of the Past (1947). Tourneur, van oorsprong Frans, behaalde met zijn gothic-horrorfilms en film noirs groot succes in Hollywood als regisseur voor RKO, vooral samen met producent Val Lewton. Juist de focus op sfeer tilt Tourneurs films uit boven het niveau van pulp en geeft zijn werk een pure cinematografische kwaliteit, wat uitgerekend bij Scorsese, die zich met allerlei filmrestauratieprojecten meer en meer ontpopt als ‘filmhistoricus’, een zenuw raakt.

Tourneurs economische vertelstijl resoneert vervolgens ook in het snelle narratief in Shutter Island, gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Dennis Lehane uit 2003. In het verhaal is het 1954. Een politieagent, Teddy Daniels (Leonardo DiCaprio) gaat samen met zijn nieuwe partner Chuck Aule (Mark Ruffalo) naar Shutter Island, in de buurt van Boston, om de verdwijning van een vrouw, een moordenaar, te onderzoeken die op onverklaarbare wijze uit haar cel in de Ashecliffe psychiatrische inrichting op het eiland is ontsnapt. Terwijl een orkaan het eiland nadert ontmoeten Teddy en Chuck vreemde figuren: dr. John Cawley (Ben Kingsley), hoofd van de inrichting en iemand met een menselijke houding jegens de psychiatrie, en de schimmige dr. Jeremiah Naehring (Max von Sydow) die vermoedelijk een oorlogsverleden in nazi-Duitsland heeft. Al gauw wordt bekend dat ook Teddy een geheim met zich meedraagt. Maar wanneer de verdwenen vrouw opeens terecht is, zijn de poppen aan het dansen.
Shutter Island is een smetteloze boekverfilming. Ook al is het verhaal van Lehane’s verrassend goeie roman bekend, de film blijft fascinerend om naar te kijken. Dat komt doordat maestro Scorsese in topvorm is. De actie is operatesk, als in Cape Fear (1991), ondersteund door de dwingende, onheilspellende muziek van Robbie Robertson (die vreemd genoeg wordt genoemd als music supervisor eerder dan componist.) Ook de acteurs maken de film, vooral DiCaprio. En het moet gezegd: dit is de beste rol in zijn carrière, getuige zijn hartverscheurende uitbeelding van mentale pijn in een scène tegen het einde waarin hij met het grote geheim in zijn leven wordt geconfronteerd.
Maar het mooiste aan Shutter Island is dat de film, hoewel constant een stapje verwijderd van pulp, uiteindelijk toch een complex statement maakt over de relatie tussen fictie en werkelijkheid, tussen droom en waken, tussen waanzin en normaliteit. Voor deze dichotomie leent de gothic-stijl zich uitstekend. Net als in het klassieke literaire genre, bijvoorbeeld in het werk van Edgar Allan Poe, gebruikt Scorsese doolhoven in vervallen gebouwen op het eiland om de complexe werking van een al dan niet waanzinnige geest uit te beelden. Constant ben je op het verkeerde been: wie is wie en waar speelt wat zich af? Wie de weg in dit verhaal kwijtraakt, heeft dus geluk. Daar gáát het om.

Te zien vanaf 18 februari