De weg kwijt

Als ik mocht kiezen, zou ik dan kiezen? Als ik moest kiezen, wat zou ik dan kiezen? En als ik kon kiezen voor kwaliteit met een bijvoeglijk naamwoord, welke kwaliteit zou ik dan kiezen?

Ik blader door De landschapsstad van Leo Pols en Berno Strootman, doe het boek dicht en kijk opnieuw naar de ondertitel: ‘Het landschap als basis voor ruimtelijke kwaliteit in woongebieden’. Ruimtelijke kwaliteit, die twee woorden. Het komt wel vaker voor dat ik niet weet wat een woord of een combinatie van woorden betekent. Dat ik om me heen begin te kijken. Nu zie ik een meneer lopen met een tasje van de groenteman in zijn hand. Het wordt plotseling donker. Daar wordt een paraplu opgestoken, ik zie dat een man moeite doet zich tussen muur en paaltje door te wringen, hij heeft een rode honkbalpet op. Een, twee, drie kinderen fietsen voorbij. Een mevrouw kijkt omhoog. Ik zie dat haar jas groen is, het montuur van haar bril zwart en haar boodschappentas groen met kleine witte cirkels. Ruimtelijke kwaliteit… Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht, heeft dat ermee te maken? De zon splijt de wolken weer. Ik zie dat een jongen een ballon opblaast, dat een meisje hem gadeslaat, dat een ander meisje begint te lachen en dat twee mannen iets tegen elkaar zeggen. Laten we gaan golfen! En slapen en koken en drinken en kaarten en niezen en grapjes maken en auto’s wassen en het fotoalbum doorbladeren en Star Trek kijken en telefoneren en zieken verzorgen en kruiden en verven en tekeningen aan de muur hangen en bij de boekenkast staan en het raam openzetten en vertellen en stoppen en poetsen en gedachten uitspreken en gedachten verzwijgen en kunnen en slikken en ademen en verzitten en opstaan en de atlas pakken en een uitstapje plannen en de verrekijker op tafel leggen… En de sterren bewonderen en de astronauten toejuichen. En een mier doodtrappen en dan stofzuigen. Ruimtelijke kwaliteit, waar bevindt die zich? Ik zou het aan iemand willen vragen, maar ik weet niet aan wie. Ik zou ervan willen dromen, maar ik heb geen idee hoe. Ik zie twee woorden die mij niets zeggen en anderen wellicht veel. Ik raak de weg kwijt, verdwaal in die twee woorden, of erbuiten, zonder het te betreuren. Welke andere kwaliteit met bijvoeglijk naamwoord zou ik kunnen kiezen? Ik mompel dit voorzichtig voor me uit. De landschapsstad zwijgt. Er schuift een spook door de zoetjes geurende vallei, er zweeft een spook boven water dat lijkt te zijn gemaakt van touw, er struikelt een spook door de bossen, dampende rivieren verwarmen mijn lichaam en ik kijk in de ogen van mijn omgeving. De ballon grijnst en loopt leeg. Bijvoeglijke naamwoorden schieten alle kanten op, de paraplu wordt dichtgevouwen, een vrachtwagen met balen meel arriveert. Ik dreig te gaan peinzen over alle andere mogelijkheden die de boektitel biedt, maar iets, een ruimtelijke kwaliteit misschien, iets waar ik me geen raad mee weet, iets wat me heeft laten rondkijken, weerhoudt me ervan. 'Dit boek wil ik graag hebben, mevrouw Van Holst.’ 'Wat zegt u, maar natuurlijk: beter één vogel in de lucht dan tien in de hand.’