De weg naar paars ii

De komende vier jaar denken we op 5 mei niet aan de bevrijding maar aan het debat der lijsttrekkers. Voor het gemak heeft Maurice de Hond de pieken en dalen van de deelnemers grafisch vastgelegd. Deze nieuwigheid was op zichzelf al een hoogtepunt. Een onmisbare gids voor de zwevende kiezer. Paarse pieken waren pleidooien voor meer geld ten behoeve van extra zorg (Borst), exta politie (Bolkestein), een extraatje voor de minima (Kok), en een extraatje voor onderwijs (allen). Per ongeluk piekte Bolkestein nog met een voorstel tot lastenverzwaring: breng optiewinsten onder de inkomstenbelasting. Gelukkig tilde Kok de opties snel op een moreel niveau. Een praktische aanpak kreeg daardoor al gauw iets banaals.

Terwijl de applausmeter uitsloeg bij iedere toezegging van meer geld, hadden topambenaren hun advies voor de formatie al afgerond. Verkiezingen vormen een bedreiging voor de ambtelijke continuïteit. De Centraal Economische Commissie (CEC) heeft een jarenlange ervaring in het ontmantelen van verkiezingspraat. Het voorwerk is al gedaan door het Centraal Plan Bureau. Dat disciplineert de verkiezingsprogramma’s. Helaas is dat nog geen garantie voor de broodnodige continuïteit. Nog steeds rekenen partijen zich rijk met beloftes, die steunen op hogere groei of genoegen nemen met een geringere daling van het financieringstekort.
Het CPB had de speelruimte al beperkt tot zes miljard gulden, dat is één procent van het nationaal inkomen. Terwijl de lijsttrekkers deze ruimte nog stonden te verdelen, wist de CEC al dat die ruimte bijna gehalveerd moest worden. Zalm heeft een gat van twee tot drie miljard achtergelaten. Trek daar nog eens de onwaarschijnlijke bezuinigingsvoorstellen uit de paarse programma’s van af (beperking afdracht aan de EU) of de halvering van bezuinigingen als noodzakelijk compromis (defensie) en de ruimte is teruggebracht tot de omvang die continuïteit garandeert, namelijk nul.
Het tempo van de formatie hangt in hoge mate af van de snelheid waarmee de onderhandelaars weten over te schakelen van de verkiezingsretoriek naar de ambtelijke realiteit. Die snelheid mag niet te groot zijn. Allereerst vanwege het landsbelang. Economen hebben uitgevonden dat onze welvaart het best gedijt bij het non-beleid van een demissionair kabinet. In de tweede plaats moeten de fracties en de achterbannen wennen aan de na de verkiezingen gewijzigde inzichten. Dat kost nu eenmaal tijd.
De ambtenarij vormt intussen geen hecht blok. Er is een duidelijke hiërarchie. Financiën, Algemene Zaken en Economische Zaken zijn de top, Sociale Zaken hijgt daar achteraan, maar weet zich nog steeds superieur aan het departement van mevrouw Borst (VWS). Verkiezingsprogramma’s spelen een rol als ze dienstbaar gemaakt kunnen worden aan departementale doelstellingen, maar of dat lukt hangt af van de plaats in de hiërarchie.
Let op de subtiele verschillen. Zo kwam ik tijdens de formatie van 1986 op een zonovergoten Binnenhof mijn demissionaire tegenvoeter Ruding tegen. Hij was diep ongelukkig en kreeg daardoor voor mij zowaar iets menselijks. Wat was er gebeurd? Hij had de topmannen van Financiën geconsigneerd om net als in 1982 de boekhouding van de formatie te doen. Maar terwijl zijn troepen in staat van paraatheid afwachtten, had Lubbers het zware werk aan het CPB (Economische Zaken) uitbesteed. De vijand! Nu al zag hij in de ogen van zijn topambtenaren de twijfels over zijn invloed en zijn toekomst. En dan het CPB! Dat raamde al jaren het tekort een halve procent te laag! En nog erger, het CPB had toen nog de neiging om met ‘inverdieneffecten’ te rekenen!
Intussen is de formatie van Paars II een toonbeeld van de vereiste onthaasting. De Vries heeft D66 binnenboord gehouden en de tijd maakt De Graaff ongetwijfeld tot een geleidelijke medeplichtige van het paarse recidivisme van mevrouw Borst. Daarom is het verstandig vooreerst de echte problemen te laten rusten. We storten ons op de 'missie’ van het nieuwe kabinet. We gaan niet voor niets - deo et computore volente - het volgend millennium in. Zo'n overgang schreeuwt om visie.
De nu gekozen volgorde - eerst 'missie’ dan beleid - heeft de charme van de logica. Dat ging bij de vorming van het kabinet-Lubbers III in 1989 net andersom. Nadat we uitgecijferd waren, stelde die andere De Vries (Bert, CDA) de vraag: 'Wat is nu onze boodschap aan de natie?’ Je hoefde geen psycholoog te zijn om in het vriendelijke antwoord van Lubbers zijn volstrekte afkeer van blabla te horen doorklinken. Wij voelden dat als zijn onwil om het nieuwe kabinet - met deze keer de PvdA - als breuk met zijn CDA/VVD-verleden te etaleren. Vandaar dat wij een erkend expert in het aaneenrijgen van progressieve gemeenplaatsen aan het werk hebben gezet om een zogenaamd 'chapeau’ te schrijven.
Nu is er geen verandering van coalitie aan de orde. Dat ondermijnt de logica van eerst 'visie’ en daarna uitwerking. Maar goed, het kan in elk geval geen kwaad om je na vier jaar af te vragen met welke toekomst je eigenlijk bezig bent geweest.