De weg naar paars ii

De (in)formatie voltrekt zich in stilte. Als zij iets prijsgeeft, neemt de samenleving wraak. Zij beantwoordt de schaarse momenten van openbaarheid met een oorverdovend zwijgen. Buiten de kring van de direct betrokkenen wordt geen geluid van vreugde of afgrijzen vernomen. Waarom ook? De doorsnee-kiezer heeft in het stemhokje nauwelijks stilgestaan bij het belang van de promotie van staatssecretarissen tot onderministers, de onderbrenging van de politie bij Binnenlandse Zaken, de openstelling van het huwelijk voor niet-heteroseksuele relaties, de oprichting van een departement voor Communicatie of de instelling van een staatscommissie die het dualistisch gemeentebestuur onderzoekt. Geen wonder dat Hiddinks concept meer belangstelling krijgt dan de opstelling van Koks tweede team.

Toch hebben die weinig opwindende onderhandelingsresultaten cruciale betekenis. Vluchten kan niet meer voor D66. De Graaf kan niet meer geloofwaardig afhaken. Dat kan alleen nog in een bondgenootschap, ofwel met de PvdA ofwel met de VVD. Beide opties zijn voor D66 niet verkieslijk. Je kunt dus zeggen dat D66 is uitonderhandeld.
De komende onderhandelingen gaan dan ook feitelijk tussen PvdA en VVD. Bij een eventuele breuk heeft D66 de keuze tussen twee kwaden. De koek van staatsrechtelijke innovaties is op. In andere combinaties dan Paars kan D66 niet meer eisen dan Paars aan vernieuwing toestond. Dus gaat het om meer geld voor de zorg (met de PvdA) of een lager financieringstekort (met de VVD). Voor minister Borst kan dit nauwelijks een keuze zijn. Gold tot nu toe voor de PvdA tegenover D66 het motto: ‘Samen uit, samen thuis’, dan geldt het nu voor D66 tegenover de PvdA.
De PvdA heeft daarom een sterke onderhandelingspositie. Eigenlijk hoeft zij niet nog veel langer te onderhandelen. Hoe globaler het regeerakkoord, des te dualistischer Paars II. Voor het eerst in de geschiedenis van de PvdA heeft zij belang bij dualisme. Er is op sociaal-economisch gebied een linkse meerderheid.
De kans op dit dualisme is echter minimaal. Een beetje kamerlid onderhandelt nu zelf mee en is daarmee gebonden aan het compromis. Je mag nieuwsgierig zijn naar de argumentatie voor deze omhelzing van het monisme in het 'mission statement’ van Paars II. Ik zou in elk geval niet graag in de schoenen willen staan van de PvdA- of D66-fractievoorzitter, die verdedigt dat bij een rechtse meerderheid (Paars(I) dualisme het parlementaire spel verlevendigt en bij een linkse meerderheid (Paars II) opeens aan belang heeft verloren. Nu het spel knikkers oplevert, is het spel niet meer interessant.
Het kan geen kwaad om een dikke maand na de verkiezingen nog eens de boodschap van 6 mei te interpreteren: het was het afscheid van het neo-liberalisme door een meerderheid van de kiezers. Voor instituten als de Centraal Economische Commissie of de Sociaal Economische Raad kwam deze boodschap kennelijk te onverwacht om er nog rekening mee te houden. Hetzelfde geldt voor de voorstellen van werkgevers en werknemers over de privatisering van de sociale zekerheid. Verkiezingen doen er niet toe in de knutselkamers van polderland. Deze instellingen produceren onverstoorbaar hun papieren, en die papieren vormen vervolgens het zogenaamde 'maatschappelijke draagvlak’. Op die manier schreef de SER alvast het regeerakkoord. Of het nu over het algemeen begrotingsbeleid gaat of over de belastinghervormingen, de gelijkenis tussen het moeizame compromis van Kok, Zalm en Borst en het Ser-advies zal verbluffend zijn. De oude Romme zal zich er in de hemel over verbazen dat zijn corporatistisch ideaal zonder grondwetswijziging en zonder KVP gerealiseerd wordt.
Instituten produceren uit hun aard continuïteit. Maar ook politieke reflexen weerspiegelen eerder het verleden dan de nieuwe situatie. Daarom genieten De Hoop Scheffer, Rosenmöller en Marijnissen liever van hun welverdiende rust om zich op hernieuwde oppositie te storten dan met voorstellen te komen om progressief beleid aan een regeringsmeerderheid te helpen. Maar misschien moet het initiatief wel van de PvdA komen, niet van de kamerfractie maar van de partij zelf. Is het mogelijk om alle progressief denkenden (ook van het CDA) een gemeenschappelijk politiek onderdak te bieden? Zo'n initiatief past perfect in de visie die Wim Kok ontvouwde in zijn Den Uyl-lezing. Daarin voorzag hij een politieke tweedeling tussen progressieven en liberalen. Geen mooier jaar dan 2000 om de Tussenbalans op te maken. Zowel voor Paars II als voor de progressieve partijvorming.