De weg naar paars ii

De kans dat het nieuwe paarse kabinet bij zijn installatie Oranje als voetbalkampioen kan ontvangen, is na dit weekend een stuk minder geworden. De kans dat Wim Kok met Hiddink vergeleken wordt, is daarentegen drastisch toegenomen. De sfeer is opperbest, het resultaat is nul-nul. Die uitslag is evenwichtig, geheel in de geest van de beoogde premier. Maar de PvdA was favoriet bij de kiezers. Zij beleven de draw met de VVD als een nederlaag.

Het gelijkspel is het meest zichtbaar als het over geld gaat. Het fiscale beleid en de budgetpolitiek bewegen zich binnen de grenzen die Zalm (VVD) getrokken heeft. De belastinghervorming dient inkomensneutraal te zijn. In andere woorden: de nogal fors gegroeide inkomens- en vermogensongelijkheid wordt als gegeven geaccepteerd. Verkleinen van die verschillen is uit den boze. Als al ingegrepen wordt in aftrekposten, worden de benadeelden gecompenseerd door een tariefsverlaging. Om dat enigszins glad te laten verlopen is smeergeld nodig, tweeëneenhalf tot vijf miljard gulden. De enigen die niet daarvan profiteren zijn de uitkeringsgerechtigden op het minimum. Zij moeten geprikkeld worden om aan het werk te gaan. Volgens het Centraal Planbureau is die prikkel vooral een toenemende afstand tussen hun uitkering en het inkomen uit werk.
Ook in het begrotingsbeleid is de Zalm-norm overeind gebleven. Het behoedzame scenario (alleen al het adjectief past perfect bij Kok) van twee procent reële groei blijft uitgangspunt. De onderhandelaars hebben die twee procent op een wonderlijke manier over de vier regeringsjaren verdeeld. Het jaar 1999 is het best te voorspellen. Het is nog steeds een goed jaar. Dus wordt drie procent groei ingezet. Om Zalm te redden geldt voor de volgende jaren een ruimte van 1,66 procent.
De goede oude Keynes draait zich om in zijn graf. In 1999 krijgt de hoogconjunctuur een extra duwtje. Maar voor een volgende conjuncturele neergang wordt de mogelijkheid om tegengas te geven gesmoord in de discipline van de verlaagde Zalm-norm. Keynes heeft een slechte reputatie gekregen. Zijn theorie is al te vaak misbruikt. Beleidsmakers zijn minder geïnteresseerd in het gladstrijken van de economische cyclus. Hun ogen zijn gericht op de politieke cyclus. In die cyclus is 1999 geen onbelangrijk jaar. De Provinciale Staten worden gekozen en daarmee de Eerste Kamer, en ook de Europese verkiezingen zijn aanstaande. Alle paarse partijen hebben een groter belang bij tevreden kiezers dan bij het tegengaan van conjuncturele oververhitting.
Toch is er geen betere indicatie voor de broosheid van Paars II dan de bijgestelde Zalm-norm. Als de conjunctuur na 1999 dreigt tegen te vallen, herleven de klassieke discussies tussen PvdA en VVD. De PvdA ziet in het financieringstekort een voldoende buffer om conjuncturele tegenvallers op te vangen. Zalm daarentegen zal de kans om de eerste minister van Financiën te worden met een structureel begrotingsevenwicht niet laten schieten. Daarenboven herinnert Rick van der Ploeg zich plotseling het Robin Hood-scenario: verhoog de belastingen op de rijken. De Verenigde Staten en Zweden zijn ons al voorgegaan. Maar dat staat niet in de belastingnota van Zalm en Vermeend.
Er zijn meer aanwijzingen voor de breekbaarheid van het komende regeerakkoord. De onderhandelingen schuwen het detail niet. Dat is onmiskenbaar een teken van wantrouwen. En waar het wantrouwen niet overwonnen wordt, beslissen de fractievoorzitters. Hun arbitrale beslissingen zijn even zovele nederlagen van fractiespecialisten. Maar deze specialisten zijn wel weer de woordvoerders bij de kamerbehandeling. Dualisme is de ideale uitlaat voor verloren onderhandelingen.
Neem D66. De oude fractie was te gouvernementeel. Herkenbaarheid in de Kamer ontbrak. Dus is afstand tegenover het kabinet geboden. De Graaf wil geen Wolffensperger worden. Wel de nieuwe Bolkestein: verantwoordelijk voor het regeerakkoord en toch onafhankelijk. Het varkensdebat smaakt naar meer. Juist de getalsmatige overbodigheid van D66 verschaft een gevoel van vrijheid.
Maar juist die getalsmatige overbodigheid is een garantie voor irritaties bij de coalitiepartners. De buitenspelpositie van De Graaf duurt tot de verkiezingen van de Eerste Kamer. Als ook daar de getalsmatige overbodigheid van D66 bevestigd is, dan is er nog maar één garantie voor het overleven van Paars II. Dat is de onmogelijkheid om met een nog steeds gedesoriënteerd CDA een andere coalitie aan te gaan.