Toneel

De wegkijkers

TONEEL Tragedie

De vorige keer dat schrijver/regisseur Gerardjan Rijnders zich met het klassieke koor in het Griekse theater bezighield, betrof het kooractrices in opstand tegen een regisseur, die alles wat ze probeerden te spelen ‘blöd’ (stom) vond, wat ook de titel van de voorstelling werd. Een toneel-binnenbrandje dus. In Rijnders’ nieuwste stuk Tragedie is met het koor iets totaal anders aan de hand. Feitelijk heeft dít koor zijn eigen functie per direct opgegeven, daarmee zichzelf opgeheven. Het koor bespiegelt niet meer, levert geen commentaar, is geen intermediair tussen protagonisten en publiek. Het koor houdt er gewoon mee op! Ze kunnen barsten, die tragische helden met hun hamartia (tragische fout) en hun hybris (hoogmoed). Laat ze in hun zelfgebrouwen sop gaarkoken. Het koor is in wilde staking voor onbeperkte duur.

Ze zijn vreemd uitgedost, die vijf koorleden. Kitty Courbois in een gifgroen mantelpakje uit de jaren vijftig. Jacob Derwig in een raar rokje met een toupet op zijn kop. Roeland Fernhout in een outfit met veel ruitjes en een exorbitante bril. Renée Fokker ziet er dellerig uit. Fred Goessens torst zijn bierbuik en draagt een papieren kroon. Hun locatie is een lange tafel op een eiland: tussen ons en het koor ligt een rechthoekige vijver. De zaalwacht waarschuwt de gasten op de eerste rij: het gaat hier nogal nat worden. We blijven zitten en het valt mee. De eerste vochtexplosies worden overigens veroorzaakt door de vier protagonisten uit Tragedie: Marieke Heebink, Fedja van Huêt, Gunilla Verbeke en Benjamin de Wit. Zij struikelen ín en úit de vijver, hollen voornamelijk voorbij, hebben weinig meer tekst dan ‘waar is…?’, ‘doe dan toch iets!’, ‘help!’. Ze komen van buiten. Dat ‘buiten’ zien we op een scherm boven het koor. Het zijn geraffineerd gemonteerde videobeelden van de omgeving, daar waar wij nú zijn: de Spinhuissteeg naast de kerk die het Compagnietheater ooit was, zicht op de voorpui van het theater vanaf de Raamgracht, het verkeer over de Kloveniersburgwal. De protagonisten schreeuwen het uit. Wie ze zijn? God zal het weten. Sjofel gekleed opereren ze als verstotenen, uitgekotsten. Er is daarbuiten van alles aan de hand, vertellen ze. Hierbinnen trouwens ook. De vijver begint te bubbelen als een IJslandse bron die spoedig spectaculaire fonteinen produceert en uit het toneelhuis stort zwerfvuil neer.

De teksten van het koor worden in de loop van de vijf kwartier die Tragedie in beslag neemt allengs angstiger, bekrompener. Het koor is een gezelschap van wegkijkers geworden, kop-in-het-zand-stekers, stem-vee met voorgekookte meninkjes. Bij individuele koorleden zien, hóren we groeiende twijfels, maar die worden onmiddellijk gecorrigeerd door de rest. ‘Zullen we misschien…?’, ‘moeten we niet…?’ – nee, roept het collectief beslist. De betrokkenheid van het koor, hun engagement met wat dan ook, is doodgebloed. Noem het kille berekening, of: onversneden angst voor de gevolgen van compassie. In de loop van dat ruime uur werd de voorstelling in mijn hoofd, in mijn beleving, een metafoor voor een land, een samenleving, waarin mededogen is teruggebracht tot transacties. Maar pas op! De teksten van de koorleden zijn alles behalve eendimensionaal. Ze denken hardop, ze spreken elkaar (en zichzelf) voortdurend subtiel tegen, ze ontdekken dat ze niet meer zijn wie ze ooit waren: een redenerend collectief. En dat is misschien wel het mooiste aan het koor in Tragedie. Ze zijn het schild van een collectief bewustzijn definitief kwijt. Ze staan oog in oog met hun individuele sterfelijkheid. En daardoor ook oog in oog met de sterfelijkheid van de Helden van Weleer, de protagonisten van de Tragedie, die zij ooit geacht werden – op het toneel althans – min of meer in bescherming te nemen.

Op pagina 3 van het programma staat de volgende zin: ‘Gerardjan Rijnders ontving in 2003 de Prins Bernhard Cultuurfonds Theater Prijs; het vrij besteedbare deel van deze prijs is geïnvesteerd in deze productie.’ Ik hou van dit soort zinnen. Tragedie móest gewoon gemaakt worden. En de voorstelling is gemaakt door een hecht team. Inclusief de twee jongens in lieslaarzen die naast het speelvlak een potje speciale effecten staan te koken die ons nog lang zullen heugen.

Tragedie_, uitsluitend te zien in het Compagnietheater, tot en met 14 april_