Alles is voorwaardelijk in onze castingmaatschappij

De wereld als jury

Van X Factor tot imamverkiezing: castingshows blijven razend populair. Het achterliggende idee - bewijs maar dat jij uniek bent - is overal doorgedrongen. We casten zelfs onze vrienden.

Medium 11 03 26 casting binnen

TWEE MINUTEN DUURT het televisieoptreden van Sander uit Wageningen. Met een beetje pech blijft het hem de rest van zijn leven achtervolgen. Het begint onschuldig. ‘Sander is jarig!’ roept presentator Eddy Zoëy van het datingprogramma Take me out. Alsof het zijn beste vriend is, heeft hij zijn arm om de negentienjarige jongen heen geslagen. Die - blauw vest, kuifje en een gezicht dat net te lang of te smal is - probeert vergeefs zelfvertrouwen uit te stralen naar de dertig jonge vrouwen tegenover hem in de studio. De presentator doet alsof hij niets ziet. 'Lang zal hij leven, lang zal hij leven!’ begint hij te zingen. Het publiek haakt in. Sander glimlacht even.
'Ik hoop ook dat je met een meisje weg kan gaan’, vervolgt Zoëy nog altijd onstuitbaar opgewekt. 'Dat zou het mooiste verjaardagscadeau zijn. Maar eerst mogen ze je beoordelen op het uiterlijk. Dames! Kom maar op met jullie votes!’ De tune gaat lopen. Het ene na het andere bordje kleurt rood. De dames willen hem niet. Op één na? Verwoed slaat de blonde Kimberly op haar knop. De techniek hapert. Sander zakt door de grond.
In het daaropvolgende commentaar mag hij nog vertellen dat hij te snel is weggestemd. Was hem iets meer tijd gelaten, dan had hij kunnen laten zien dat hij best een leuke vent is. 'Het wordt laat. Ik denk dat ik maar bij Brad Pitt - dat soort woordgrapjes. Humor zit er toch wel in. En dat heb ik helaas niet kunnen tonen.’
Eén troost voor Sander: hij is niet alleen. Twaalf jaar nadat Big Brother voor maatschappelijk debat zorgde, produceert de reality-tv nog altijd dagelijks winnaars en losers. Wie op een willekeurige vrijdagavond afstemt op RTL4 of RTL5 kan achtereenvolgens Topchef, Dames in de dop en X Factor zien. Naar die laatste show kijken ruim anderhalf miljoen mensen.
De onderwerpen mogen verschillen, de aanpak is grotendeels hetzelfde. Uit een veelvoud aan aanmeldingen wordt een bonte groep jonge mensen geselecteerd. Die moeten vervolgens in een afvalrace bewijzen dat zij het best kunnen koken, het grootste zangtalent zijn of het snelst de etiquette onder de knie krijgen. Daarbij worden zij op de voet gevolgd door een jury. Liefst ook door de kijkers thuis, want hun sms'jes zijn een welkome bron van inkomsten. Voor de winnaar ligt een platencontract in het verschiet. Of een baan in een chique restaurant. Of, in het geval van Dames in de dop, een kleinburgerlijk leventje: auto, baan en vijftienduizend euro.
Castingshows zijn goedkoop om te maken. Anders dan bij komedieseries of drama zijn er immers geen professionele acteurs die betaald moeten worden. Het concept kan bovendien worden losgelaten op willekeurig welk thema. Van modellen (Hollands Next Topmodel) en mode (Project Catwalk) tot talentenjachten (The Voice of Holland) en relatiebemiddeling (Wie kiest Tatjana). Ook de Evangelische Omroep weet raad met het castingprincipe. Korenslag heeft veel weg van Idols, behalve dan dat het gospelgroepen zijn die de strijd met elkaar aanbinden.
Zelfs vrome moslims blijken ermee uit de voeten te kunnen. Het vorig jaar gelanceerde Imam Muda ('Jonge imam’) doet nog het meest denken aan een soort Maleisië’s Next Super Imam. De castingshow bleek een kijkcijferkanon in het streng islamitische land. Uit meer dan duizend jonge mannen werd een tiental goed uitziende kandidaten geselecteerd. Zij namen het vervolgens voor de camera tegen elkaar op. Bij een van de opdrachten moesten zij, witte plastic handschoenen aan en een mondkapje op, een hiv-positief lijk wassen en begraven. Ook werd gekeken welke kandidaat uitblonk in islamitisch slachten, en wie het best koranversen kon reciteren. De winnaar mocht een moskee in de hoofdstad Kuala Lumpur gaan leiden. Ook kreeg hij de kans zijn islamkennis verder te verdiepen in Saoedi-Arabië, inclusief pelgrimstocht naar Mekka. Eén verschil met de westerse concurrentie: uiteindelijk waren het niet de toeschouwers die de 26-jarige Muhammad Asyraf Ridzuan als winnaar aanwezen. Dat deed het enige jurylid, een vooraanstaande Maleisische geestelijke.
DE CASTINGSHOW VOLGT zijn eigen regels. Het is niet zomaar reality-tv, legt mediawetenschapper Maarten Reesink, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, uit. 'Het reality-genre begon al veel eerder, met wat ik maar de zwaailichttelevisie noem.’ Programma’s als Blik op de weg lieten de kijker meerijden met de politie of de brandweer. Daarna kwam de emotietelevisie: All you need is love. Met Big Brother brak in 1999 een heel nieuw tijdperk aan. De omstreden show, waarbij een zorgvuldig geselecteerde groep deelnemers zo'n honderd dagen in een met camera’s volgestouwd huis moest doorbrengen, zou het prototype worden voor wat Reesink de derde generatie reality-programma’s noemt. 'Het is reality, maar gecreëerd voor de televisie. Creality dus. Casting is daarbij cruciaal.’ Dat geldt ook voor de vierde en voorlopig laatste generatie reality-tv: de make-over. Of het nou een huis, kledinggarderobe of lichaam betreft, alles gaat radicaal op de schop, daarbij op de voet gevolgd door de kijker.
De moderne castingshows zijn veelal een combinatie van die laatste twee categorieën. Vergeleken met vroeger is de nadruk steeds sterker op succes komen liggen. Zo bezien was Big Brother heel onschuldig, stelt Henri Beunders, hoogleraar media, geschiedenis en cultuur aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. 'Big Brother zou volgens sommige psychologen een gevaarlijk experiment zijn. Het kon zelfs tot zelfmoord leiden, heette het. Flauwekul. Big Brother ging uit van de gedachte dat ook gewone mensen die bij elkaar worden gezet interessant kunnen zijn. Bij de nieuwe generatie castingshows is het omgekeerd. De kern is juist dat je níet zomaar jezelf kunt zijn. Een beetje op de bank zitten zoals bij Big Brother voldoet niet meer. De boodschap van programma’s als Idols is dat je succes moet hebben. Je moet veranderen. Dat is heel Amerikaans. Een land waar ik overigens niets op tegen heb.’
Die prestatiedwang wordt nog eens versterkt door de populariteit van het make-overgenre. Boven op de keiharde concurrentiestrijd van de castingshow verheerlijkt dit de individuele maakbaarheid. Je wilt beroemd zijn, maar bent te lelijk of zingt te vals? Neem een coach of plastisch chirurg in de hand! Doe er wat aan!
Het resultaat is niet alleen de veelbesproken democratisering van het idolendom - in een wereld waarin iedereen een ster kan worden, zien mensen zichzelf niet langer als 'onbekend’. Ze heten 'nog niet ontdekt’ te zijn. Maar tegelijkertijd met die nieuwe celebrity-cultuur is ook een snoeiharde afzeikpraktijk ontstaan. Tekenend daarvoor was de tweede editie van Idols. De acht meest vals zingende, gekke kandidaten werden bij hun casting niet alleen door de jury de grond in geboord. Het programma besloot hen ook op de middenstip van het Gelredome in Arnhem te zetten. Daar zongen zij in de rust van een voetbalwedstrijd vol overgave Tina Turners Simply the Best. Voor een publiek van tienduizenden supporters die beurtelings hun oren dichthielden en zich op de benen sloegen van het lachen. Leuk? 'Dit is hetzelfde als een gehandicapte in een circus zetten en door een hoepel laten springen’, reageerde Jamai Loman, nummer één in de voorgaande editie, boos in een interview met het Algemeen Dagblad.
Maar ook mensen als hij, de winaars van de castingshows, hebben het niet eenvoudig. Het succes heeft een prijs. Anders dan bij de goede oude kennisquiz of het Songfestival worden kandidaten bij castingshows niet alleen op hun kennis of zangtalent getoetst. Zij moeten zich volledig blootleggen. Als ze dat uit zichzelf niet doen, dan zorgt de alom aanwezige camera daar wel voor. Juist daarin ligt volgens mediawetenschapper Reesink het succes van Idols: 'Ook de persoonlijkheid telt mee. Dus leren we de moeder van Boris kennen. Het gaat nadrukkelijk niet om het grootste talent. Het gaat om het grootste idool.’
Die publieke beoordeling is bovendien niet beperkt tot één stemming. De massa cast mee, en kandidaten kunnen ieder moment worden weggestemd. Hun succes gaat daardoor gebukt onder een permanente voorwaardelijkheid. Eén misstap, één ondoordachte opmerking, en het kan voorbij zijn met de roem.
Hoe populair castingshows ook zijn, deskundigen verwachten dat ze net als alle televisietrends eerder vroeger dan later uit de gratie raken. Dat geldt niet voor de mentaliteit die zij propageren. Het achterliggende idee - bewijs ons maar eens dat jij uniek bent, en wel iedere dag opnieuw - is overal doorgedrongen. Er is een castingmaatschappij ontstaan.
Onder die titel verscheen in Duitsland afgelopen jaar een boek, onder redactie van de in Tübingen docerende mediawetenschapper Bernhard Pörksen. 'Bijna iedereen heeft tegenwoordig een mobieltje met camera in zijn zak. Daarmee kan diegene zichzelf, of zijn buurman, zomaar presenteren op een sociale netwerksite of een blog’, vertelde Pörksen in een interview. 'Bijna alles wat we doen, vindt mogelijk voor een ons onbekend publiek plaats. En precies dat inzicht verandert onze manier van denken, onze waarneming, onze zelfpresentatie.’
Het gevolg is een ononderbroken 'zelfenscenering’. 'Mensen spelen voortdurend een rol’, aldus Pörksen. 'Imago en ik versmelten’. Als voorbeeld noemde hij YouTube, eigenlijk een nooit ophoudende castingshow. Dat werd onlangs weer bewezen door een dertienjarige Amerikaanse, Rebecca Black. Haar liedje Friday is inmiddels tientallen miljoenen malen bekeken en een echte hit. Niet omdat het zo goed is - integendeel. Black zingt irritant, de tekst is inhoudsloos en de video zo bomvol clichés dat het een inspiratiebron blijkt voor talloze parodieën. En toch is ze nu op slag beroemd. De castingmaatschappij maakt het mogelijk.
De onderliggende mentaliteit heeft niet alleen in de populaire cultuur en op internet toegeslagen. Zij heeft ook haar weerslag op bijvoorbeeld de arbeidsmarkt. In sommige gevallen letterlijk: bedrijven als ABN Amro en Coca-Cola selecteerden in het verleden al personeel door middel van zogeheten recruitment games. Die volgen nauwgezet het principe van de castingshow. Een groep jonge mensen wordt geselecteerd en krijgt vervolgens te maken met real life-situaties, bijvoorbeeld een steenrijke klant die zijn geld wil beleggen. Het bedrijf observeert hoe de kandidaten de opdracht samen uitvoeren. De man of vrouw die daarbij het meest overtuigt, krijgt een baan aangeboden.
Ook voor degenen die al werk hebben, zijn de afgelopen jaren steeds meer de regels van de castingshow gaan gelden. Voorop lopen zoals vaker de Verenigde Staten, door het ontbreken van ontslagbescherming. Waar dat toe kan leiden, wordt treffend beschreven door journaliste Barbara Ehrenreich in haar enkele jaren geleden verschenen boek Bait and Switch. Haar verslag van een zoektocht naar een middenklassebaan doet soms meer denken aan een aflevering van America’s Next Topmodel. Het begint al met de sollicitatie. Wie aangenomen wil worden, moet niet alleen zelfvertrouwen uitstralen en lachen. 'Je moet je ook positief en een winnaar voelen’, constateert Ehrenreich.
Eenmaal aan de slag blijkt het onvoldoende om gewoon je werk goed te doen. Van werknemers wordt verwacht dat zij hart en ziel in hun baan leggen. Ze móeten passie voelen voor wat ze doen. Iets wat Ehrenreich maar niet wil begrijpen: 'Zelfs van prostituees wordt niet verwacht dat zij keer op keer “gepassioneerd” hun werk doen.’ Collegialiteit tussen werknemers onderling is ondertussen ver te zoeken. Anders dan bij fabrieksarbeiders ziet het hoger opgeleide personeel elkaar volgens Ehrenreich uitsluitend als rivaal in een meedogenloze afvalrace. Niet vreemd, als vooraf al vaststaat dat jaarlijks de slechtst presterende, zeg, tien procent van het personeel wordt ontslagen.
Zulke nachtmerriescenario’s komen in de Nederlandse context vooralsnog overdreven over. Maar ook hier maakt de zekerheid van het vaste contract plaats voor permanente voorwaardelijkheid, als in de castingshow. Tijdelijke aanstellingen, proeftijden, zzp-constructies, targets en frequentere functioneringsgesprekken moeten ons aansporen elke dag te tonen wat we waard zijn. Als dat onvoldoende blijkt, nemen we - denk aan de make-overprogramma’s - een coach in de hand.
Hoe de gedroomde werknemer van de toekomst eruitziet, was enkele jaren geleden te zien in The Apprentice. In die oer-Amerikaanse castingshow liepen de jonge kandidaten zich het vuur uit de schoenen voor multimiljonair Donald Trump. Niet om geld te verdienen, maar in de hoop uiteindelijk voor hem te mogen werken. Dat zij er van de ene op de andere dag uit konden vliegen, werd als volstrekt normaal gepresenteerd. De twee woorden waarmee Trump wekelijks afscheid nam van een van de kandidaten groeiden zelfs uit tot het populairste onderdeel van het programma: 'You’re FIRED!’
Minstens zo doordrongen van de castingmentaliteit als de economie is de politiek. Om dat te illustreren, zijn geen uitstapjes naar de andere kant van de oceaan nodig. Ook Nederlandse verkiezingscampagnes zijn één grote politieke castingshow geworden. Daarin staan niet deskundigheid, maar persoonlijkheid centraal. Dus deelde Geert Wilders onlangs bij KoffieMAX rijstevlaai uit en sprak over zijn liefde voor poezen. PVDA-leider Cohen ging in hetzelfde programma voorop in de polonaise. Alles om in de gunst te komen bij het publiek.
Toppunt waren de lijsttrekkersdebatten voorafgaande aan de landelijke verkiezingen in 2010. RTL onderwierp de politieke leiders aan 'drie lastige vragen’. Nog zo'n leukigheidje: tweegevechten van vier minuten. Het resultaat had nog het meeste weg van een rap battle, waarbij Geert Wilders zijn concurrent Job Cohen verbaal omver probeerde te blazen. Op de achtergrond klapte en juichte de aanhang, te herkennen aan de gekleurde shirtjes. Ook de publieke omroep deed hieraan mee. Zelfs het decor van het EenVandaag-debat leek op dat van Idols: de opstelling van de kandidaten, de felle gekleurde lichten, en niet te vergeten de twee gelikte presentatoren die aankondigden dat het EenVandaag-opiniepanel tijdens de uitzending de beste debater zou uitverkiezen. Bijna jammer dat burgers nog altijd niet per sms kunnen stemmen.

DE CASTINGMAATSCHAPPIJ blijkt niet alleen te zorgen voor harde concurrentie en onzekerheid op het werk, maar ook voor vervlakking in de politiek. Dat kan niet zonder gevolgen blijven voor de mensen die hierin opgroeien. Volgens sommigen is onder invloed van de nieuwe spelregels in cultuur, democratie en economie dan ook een heuse castinggeneratie ontstaan. De jonge Duitse journaliste Lara Fritzsche (27) lanceerde de term in een boek, waarvoor zij een groep jongeren in hun eindexamenjaar volgde. Zij zag een generatie voor wie het leven een castingshow is, met de hele wereld als jury.
'Hun bestaan wordt getekend door een overvloed aan mogelijkheden. Dat geldt voor studies, banen, maar ook voor vrienden en in de liefde’, vertelt Fritzsche. 'Deze jongeren zijn niet anders gewend dan dat ze voortdurend keuzes moeten maken tussen tal van verschillende spullen, kansen en mensen. Casting is daarbij een handig instrument. Dat begint al bij de studiekeuze. Eerst casten ze zelf hun topopleiding uit een breed scala aan opties. En vervolgens laten ze zich om toegelaten te worden ook zelf uitgebreid keuren.’
We casten en worden gecast, aldus Fritzsche, zelfs in ons privé-leven. Hoe dat in zijn werk gaat, wordt duidelijk op Facebook. Gebruikers plaatsen op hun persoonlijke pagina informatie over favoriete bands, films en sporters, tonen foto’s en kunnen hun relatiestatus weergeven. Net als in castingshows kan het publiek, in dit geval een grote kring van meer en minder goede vrienden en kennissen, reageren: 'vind ik leuk’. Dat oogt allemaal heel spontaan, maar het tegendeel is waar. Uit onderzoek blijkt dat mensen bij elke foto, opmerking of mededeling die ze plaatsen een afweging maken hoe dit hun profiel beïnvloedt. Alles is kortom enscenering.
Dat leidt tot oppervlakkigheid, luidt de veelgehoorde klacht. Aangezien het niet alleen intieme vrienden zijn die meekijken, geven de meeste gebruikers zich amper bloot. Er lijkt een dwang te heersen om positief te blijven. En vooral niet te moeilijk te doen. 'Lentekriebels!!!’ merkt een kennis op zijn Facebook-pagina terloops op. Vinden we leuk. 'Voel jij je vandaag ook zo happy??? Xx.’ Jazeker, ik ook, leuk. Alleen die gruwelijke beelden van vermoorde Afghaanse burgers die een vriend post, bederven de sfeer. Vindt dan ook niemand leuk. Eenzelfde mechanisme is werkzaam op Twitter. Iedereen kan meekijken, en daar is, een enkele onhandige politicus daargelaten, iedereen zich van bewust. Dus zien we vooral veel nietszeggende mededelingen. En af en toe een semi-achteloze verwijzing naar een artikel in The New York Review of Books.
Dat stemt al met al niet vrolijk. We leven in een maatschappij waarin steeds meer mensen - politici, werknemers en zelfstandigen, jongeren - zich gedragen alsof ze in een castingshow zitten. Bewust dat ze in alles wat ze doen gevolgd, beoordeeld en misschien wel veroordeeld kunnen worden door anderen, spelen ze een rol. Die mag vooral niet te veel botsen met wat 'leuk’ en 'gezellig’ heet - de norm dus. Spontaniteit en diepgang maken zo plaats voor conformisme.
De vraag is of het anders kan. Maarten Reesink heeft zijn twijfels. Het succes van het castingprincipe heeft volgens hem alles te maken met onze oneindig veel ingewikkelder samenleving: 'Kijk, vroeger leefden we in de zuil. Dat schiep duidelijkheid. Daarna kwamen de subculturen: je was punk, en op die manier wist je welke kleding aan te trekken en hoe je te gedragen. Maar tegenwoordig? De zuilen en de subculturen behoren grotendeels tot het verleden. Er zijn alleen nog snel wisselende lifestyles. De ene dag kan ik naar Ajax gaan, de volgende avond bezoek ik een concert van Vivaldi. Het gevolg is dat we voortdurend andere rollen moeten spelen. Tegelijkertijd geldt dat je jezelf moet blijven. Authenticiteit wordt ontzettend belangrijk gevonden. De spanning tussen die twee, hoe deal je daarmee?’
De castingmaatschappij biedt een oplossing. Niet alleen omdat zij met rolmodellen (Jim van Idols) en antivoorbeelden (de losgeslagen Hagenezen van Oh oh Tirol, die overigens in hun vrijheid-blijheid ook weer afgunst kunnen wekken) een moraal biedt. Zij maakt de complexe werkelijkheid ook overzichtelijker, door deze terug te brengen tot een reeks stereotypen. Reesink: 'Een studente van mij werd gecast voor Expeditie Robinson. De haar toebedeelde rol was die van de verleidelijke mannenverslindster. Maar, vertelde ze achteraf, dat was ze helemaal niet. Toch leek het zo. Al het andere was er gewoon uitgeknipt. Zo verging het ook de “stoere jongen”, “de loser”, en al die andere clichés. De nuance moest wijken voor het spannende verhaal waar je als kijker makkelijk instapt. Dat klinkt heel negatief, maar zo werkt ons brein nu eenmaal. We hebben stereotypen nodig om situaties te ordenen.’
Juist in een complexe wereld, waarin we op allerlei verschillende situaties stuiten, biedt het castingprincipe houvast. 'Ik doe het zelf ook, hoor’, geeft Reesink volmondig toe. 'Als ik mensen leer kennen, googel ik ze soms. Gewoon even om te kijken of diegene een goede vriend zou kunnen zijn; dat het niet ineens een vrijmetselaar blijkt te zijn, of iemand met heel linkse ideeën. Of een PVV'er.’
Zo laat zich, ondanks toenemende oppervlakkigheid en prestatiedruk, het succes van de castingmaatschappij verklaren. Bij gebrek aan politieke idealen of levensbeschouwingen biedt deze tenminste nog iets van houvast, temidden van een zee aan keuzes. 'Natuurlijk maakten subculturen het veel eenvoudiger jezelf te positioneren’, merkt ook journaliste Lara Fritzsche op. 'Je sloeg een vredessjaal om, en het was duidelijk waar je voor stond. Dat is tegenwoordig veel moeilijker. Bij een modeketen als H&M kan ik op één dag alles kopen wat de afgelopen vijftig jaar ooit hip was.’ Een Audrey Hepburn-zonnebril hier, een Che Guevara-T-shirt daar. 'Best mooi natuurlijk, dat alle stijlen niet langer strikt gescheiden zijn. Maar al die losse onderdelen maken het ook lastiger jezelf neer te zetten, je eigen identiteit te vinden.’ Dezelfde gemengde gevoelens heeft Fritzsche bij Facebook: 'Je ontmoet als jongere niet langer alleen maar mensen uit je eigen dorp, zoals vroeger. In plaats daarvan kun je chatten met mensen uit Libië. Maar het maakt de contacten wel oppervlakkiger. De castingmaatschappij dwingt jongeren om zichzelf te presenteren als een archetype. Inderdaad, de mens als merk.’