De wereld als verhaal

In Cormac McCarthy’s Blood Meridian (1985) is het een kleurrijke rechter die zegt dat de moraal niets voorstelt omdat die telkens weer door de geschiedenis wordt gelogenstraft. De natuur maakt geen verschil tussen voorbijstuivende zandkorrels of legers. Maar het oerverhaal blijft: de wereld is niet van steen, bloed en bloemen maar vormt een verhaal dat alle andere verhalen omvat. Daarom waaien er zandkorrels, legers en openbaringen voorbij. Dit is Cormac McCarthy’s levensfilosofie in een notendop, verzameld uit The Border Trilogy, de romancyclus die hij met de publicatie van Cities of the Plain (1998) voltooide.

Wie All the Pretty Horses (1992), The Crossing (1994) en Cities of the Plains (1998) leest, waant zich in een western. Hoewel de trilogie zich afspeelt in 1949, 1940 en 1952 lijkt het of de moderne tijd voorbijgaat aan de hoofdfiguren John Grady Cole en Billy Parham, opgejaagden en overlevers zonder huis of haard in het grensgebied van Mexico en de VS, die zich verliezen in een hopeloze liefde of onvermijdellijke gewelddadigheid. In Cities of the Plains wordt over een oude wijze man gezegd: ‘Tijdens zijn leven had het land zich van olielampen en paard-en-wagens ontwikkeld tot straalvliegtuigen en de atoomboom maar daardoor was hij niet in de war. Het feit dat zijn dochter dood was, daar kon hij niet aan wennen.’
Hoewel de lichtgloed van de moderne stad in de verte te zien is, waant de lezer zich in de negentiende eeuw waar eenzame cowboys over de vlakten zwerven en hun paarden de sporen geven. De relatie tussen mens en dier lijkt innig, die tussen man en vrouw hopeloos. De negentienjarige John Grady Cole trapt in dezelfde valkuil als in All the Pretty Horses door verliefd te worden op een Mexicaanse, deze keer geen prinses maar een jong epileptisch meisje, Magdalena. Zij zit gevangen in een hoerenkast, hij wil haar kopen van haar pooier en meenemen over de grens. Zijn oudere kompaan en cowboy Billy Parham fungeert als tussenpersoon, maar het baat niet. Een messengevecht tussen uitgekookte pooier en naïeve verliefde is onvermijdelijk. Billy Parham leeft, als figurant in films, verder tot in het derde millennium.
Cities of the Plains stelde me teleur door de onverdunde, simpele romantiek en de primitieve personages. Ondanks indrukwekkende passages over de band tussen mens en dier, enkele interessante filosofische overpeinzingen en de zorgvuldige landschapsbeschrijvingen is de roman een te gemakzuchtige afsluiting van de Border-trilogie. McCarthy lijkt vast te willen houden aan de Hollywood-mythe van het Wilde Westen.
Dan lees ik liever Ghost Town (1998) van Robert Coover, een pastiche op McCarthy, J. Frank Dobie en Larry McMurtry, en op romans als The Horse Whisperer. Ghost Town begint zoals All the Pretty Horses begint - ruiter galoppeert eenzaam over de prairie - maar eindigt dankzij het geraffineerd bespelen van wisselende taalregisters heel ergens anders.