De wereld, een hollywood-script

Sinds het einde van de Koude Oorlog is de wereld in de ware zin des woords ‘unipolair’. Dit begrip uit de oude doos van de geopolitiek is wonderwel bruikbaar als metafoor voor de huidige almacht van de Verenigde Staten, omdat het zowel de politieke als de mediamieke invloed van Washington weergeeft. ‘Zien en gezien worden’, het motto van Hollywood, is steeds meer van toepassing op de Amerikaanse rol in de internationale arena. De Verenigde Staten domineren de agenda, dirigeren de aandacht van de media en bepalen de prioriteiten van de Veiligheidsraad. Sommige bondgenoten spelen hun bijrol met tegenzin, sommige schurken zijn dankbaar voor de status die ze van de Amerikaanse script-writers krijgen toebedeeld - maar de regie ligt onveranderd in handen van Washington.

Een goed voorbeeld is de recente nepcrisis rond Irak. ‘De dreiging van Saddam Hoessein is zwaar overdreven’, schreef Martin van Creveld, militair expert van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem, afgelopen weekend in de Washington Post. Irak heeft sinds 1991 geen offensieve wapens meer en trouwens ook geen geld om ze te kopen; het heeft geen eigen wapenindustrie, geen nucleaire capaciteit en geen infrastructuur die het in staat stelt om ook maar ÇÇn raket met succes af te schieten. Een belangrijke reden waarom Saddam geen wapeninspecties meer wilde, was dat hij zijn militaire zwakte niet wilde onthullen, aldus Van Creveld.
Niettemin gingen de westerse en Arabische bondgenoten van de Verenigde Staten schoorvoetend akkoord met nieuwe ultimata, gekoppeld aan de dreiging van grootscheepse bombardementen. Israel sloot zich daarbij aan, schrijft Van Creveld, omdat het in zulke gevallen goedkope wapenleveranties van de Amerikanen tegemoet kan zien en omdat Netanyahu nu eenmaal elke gelegenheid aangrijpt om de terugtrekking uit de Westbank te vertragen. De Russen en Fransen gebruikten de Amerikaanse dreiging om tot een diplomatieke oplossing te komen, niet uit pi‰teit met de bevolking van Irak, maar om toekomstige oliecontracten met Bagdad veilig te stellen. Zo speelde elk zijn rol in deze comedy of errors, waarin de oude mevrouw Albright voor een misstap werd behoed door het verzamelde personeel onder aanvoering van haar zwarte butler.
Ook de volkenrechtelijke agenda wordt door de Amerikaanse belangen gedomineerd. Het zo hoopvol begonnen Joegoslavi‰-tribunaal in Den Haag is gedegradeerd tot de rol van Amerikaanse loopjongen op de Balkan. Het dient voornamelijk als verlengstuk van de Ifor-vredesmacht, geeft prioriteit aan de vervolging van Servi‰rs en legt daarbij een openlijke minachting voor het recht aan de dag. Vorige week schonk het State Department het tribunaal meer dan een miljoen dollar, bestemd voor de vervolging van Servische oorlogsmisdaden in Kosovo. De Amerikaanse woordvoerder zei dat het tribunaal moet gaan onderzoeken of Slobodan Milosevic verantwoordelijk kan worden gesteld voor de moordpartijen van de Servische politie in Drenica. Vanuit een oogpunt van rechtsgelijkheid zou het tribunaal ook de rol van Franjo Tudjman in de etnische zuivering van de Krajina in augustus 1995 moeten onderzoeken, maar dat gebeurt niet aangezien die operatie met Amerikaanse wapens en adviseurs werd ondersteund.
Zo wordt de wereld, als in een Hollywood-script, verdeeld in helden en schurken die op aanwijzing van de regisseur afwisselend en in gepaste belichting op het doek verschijnen - een proces dat door Noam Chomsky 'historical engineering’ is genoemd. Clintons uitspraak 'Wie zijn eigen burgers en zijn buren bedreigt, moet met Amerikaanse vergelding rekenen’ is alleen bestemd voor Saddam. Pakistan en Israel kunnen met toestemming en zelfs steun van Washington massavernietigingswapens aanmaken en er openlijk mee dreigen zonder vergelding uit te lokken. Turkije mag zijn Koerdische inwoners bombarderen en vervolgen, zelfs buiten het eigen land; Indonesi‰ mag op Oost-Timor huishouden; Laurent Kabila mag onwillige Congolezen uitroeien; China mag Tibet onderwerpen zonder door sancties te worden getroffen. En net als elke Hollywood-film bevat dit gemediatiseerde wereldbeeld een moraal: gaat heen en roeit elkander uit, zolang u maar blijft lachen naar de camera.