De wereld gaat aan schijnheiligheid ten onder

Tom Lanoye, Maten en gewichten. 240 blz., Prometheus, \f29,90
BELGIE TELT 600.000 werklozen, op een bevolking van tien miljoen. Als de economie stagneert groeit dat aantal, maar ook als het economisch beter gaat komen er alleen maar minder banen. De winsten van een economische bloei zouden namelijk enkel ten goede komen aan automatisering en robotisering. Natuurlijk zal niemand rouwig zijn als het werk verdwijnt dat robots kunnen doen. Pleiten voor het behoud van afstompende arbeid is even ridicuul als de boosheid van de weverkens, die dachten hun nering te kunnen behouden door de vooruitgang een halt toe te roepen en de eerste automatische weefgetouwen aan gruzelementen te slaan.

Omdat de overheid de uitkeringen waarschijnlijk niet zal willen verdubbelen, moet er iets anders gebeuren met de werkloosheid. ‘We gaan een nieuwe esprit uitdokteren, een strijdbare moraal, een handvest voor werklozen in Postmodern Times.’ Het woord 'werklozen’ moet vervangen worden door 'werkgedogers’. Iemand die werk heeft ontleent daaraan zoveel voordeel (status, identiteit, contacten) dat hij best een deel van zijn inkomen kan afstaan, juist omdat hij een baan heeft. Hij betaalt een bijdrage aan al diegenen die niet werken en er dus voor zorgen dat hij zijn plekje op de arbeidsmarkt kan behouden.
We leven in een consumptiemaatschappij. Degenen die (gedwongen) de meeste tijd steken in het consumeren, zijn de 600.000 werkgedogers. Zonder hen zou de economie onherroepelijk instorten. Om die reden dienen zij niet alleen van de werkenden maar ook van de werkgevers een bijdrage te ontvangen. Gebeurt dat niet, dan breekt er een staking uit. Dan wordt het dodelijke wapen van de 'consumptiestaking’ te voorschijn gehaald: 'Zeshonderdduizend verbruikers die er gezamenlijk de riem afleggen. Die, een paar dagen maar, geen enkel blik erwten meer kopen, noch vlees noch fruit, die geen openbaar vervoer meer nemen en geen elektriciteit of gas gebruiken, die hoogstens water en droog brood tot zich nemen en voor een keer doen wat iedereen toch al van hen zegt dat ze doen. De hele dag in hun nest blijven liggen. Terwijl intussen, in de gonzende fabrieken, al die heerlijke automaten en robots maar doorgaan met produceren!’
De economie dondert in elkaar. De kroon op het… eh, werk, is de omgekeerde Dag van de Arbeid. De werkgedogers vieren, naar het voorbeeld van 1 mei, het Jaar van de Werkgedoging. Een jaar lang pikken ze het niet meer dat er in hun plaats wordt gewerkt. 'We nemen zelf alle postjes in, we schoppen die egoisten eruit en we leggen hun de verplichting op om een heel jaar lang iedere dag bij ons te komen solliciteren. En iedere keer lachen we hen in hun gezicht uit.’ Net zolang tot de werkenden doorhebben dat er niet genoeg werk is voor iedereen en dat zij hun baan alleen maar te danken hebben aan die 600.000 niet-werkenden, 'en dat ze zelfs blij mogen zijn dat wij daar al die jaren maar een habbekrats voor hebben gevraagd’.
DIT IS TYPISCH Tom Lanoye. Hij draait de dingen om, trekt ze in het absurde, vervormt ze, overdrijft mateloos en laat daarmee feilloos zien wat er mis is in de wereld. Binnen de beperkte ruimte van de column breekt hij af wat kapot moet en bouwt hij op wat ervoor in de plaats dient te komen.
Lanoye’s nieuwste boek, Maten en gewichten, is een bloemlezing waarin zijn columns zijn samengebracht die tussen 1992 en 1994 werden gepubliceerd in het weekblad Humo, aangevuld met de tekst van een lezing in Amsterdam. Ik heb, ook na lang piekeren, geen Nederlandse columnist gevonden van wie ik een bloemlezing zou uitlezen. Daarvoor moet je naar Vlaanderen, blijkbaar. Wat Lanoye schrijft, zijn columns zoals columns bedoeld zijn.
Week na week gaat hij in Humo de confrontatie aan. Fulmineert tegen alles wat vies, voos en vals is. Lanoye kijkt, kijkt nog een keer, en oordeelt. Bikkelhard. Zijn blik is altijd naar buiten gericht, nooit naar de eigen navel. Waar in Nederland de gemiddelde krantelezer alle irrelevante details uit het priveleven van de columnist krijgt voorgeschoteld, of hij wil of niet, maakt Lanoye zijn persoonlijke beslommeringen ondergeschikt aan zijn boodschap. Want Lanoye heeft een boodschap, en hij draagt hem uit met de vasthoudendheid en overtuigingskracht van een roedel Jehova’s getuigen.
De wereld gaat aan schijnheiligheid ten onder.
NEEM NOU het geval Louis Paul Boon. De film Daens, naar Boons roman Pieter Daens, had veel succes en kreeg zelfs een Oscar-nominatie. Boons werk kwam daardoor opnieuw in de belangstelling. De hypocrisie der Belgen werd pijnlijk duidelijk: tijdens het langste deel van zijn carriere werd Vlaanderens grootste schrijver grof miskend. Het duurde lang voor Boon kreeg waarop hij recht had, erkenning, en dan probeerde men ook nog een beeld van hem te scheppen dat niet overeenkwam met de werkelijkheid. De rauwe kanten van de anarchistische volksschrijver werden gladgeschuurd.
Die postume eerbetuiging aan Louis Paul Boon is een typisch geval van ethische zuivering, schrijft Lanoye. En dat is nog erger dan hem onderschatten.
In de ontroerende slotalinea van zijn tirade tegen de benepen Belgen, staat: 'En u Louis, aan wiens knekels op dit moment de mollen en de wormen zuigen, u heb ik maar een ding te zeggen. Verzamel het slijk dat ooit uw lippen vormde en kneed het tot een satirieke grijns. Ze zijn er nog altijd - de femelaars, de veinzers, de heiligen van de schone schijn. En ge jaagt ze nog altijd op stang. Ze weten nog altijd geen blijf met u.’
Lanoye heeft het hier over zichzelf. De femelaars, de veinzers, de heiligen van de schone schijn - het zijn zijn aartsvijanden. In elke column opent hij hard en confronterend de aanval op alles wat onoprecht, kleinburgerlijk of onrechtvaardig is. Van de verdachtmakingen rond Michael Jackson tot het Vlaams Blok.
Michael Jackson werd in de Amerikaanse pers beschuldigd van seksueel misbruik van een minderjarige jongen. Wie een kind, de belichaming van Zuiverheid en Onschuld, iets aandoet, is per definitie een barbaar. Het kind is een modern icoon, en door zijn liefde voor dat jongetje richtte Jackson zichzelf te gronde. Lanoye schrijft: 'Als ik al niet een fan van hem was, dan werd ik het nu. Niet vanwege de beschuldigingen, maar vanwege de tragiek. Proces of geen proces, Jackson is bij voorbaat weerloos. De Amerikaanse maatschappij zal hem voortaan alleen nog zien als een verhitte, op lege consumptieseks beluste hypocriet die alleen gelooft in geld (…) Maar hebt u ook maar een artikel of persbericht gelezen waarin zelfs maar de mogelijkheid wordt geopperd dat Jackson ook van die Jordie Chandler hield? En dat, wie weet, die liefde wederzijds was?’ Het Amerikaanse publiek en de media ('het beest dat eerst verscheurt en dan pas koestert, dat eerst schiet en dan pas vragen stelt’) hebben de popster verraden.
DE DUBBELE moraal die daar achter zit, is overal. Terwijl de wereld aan stupiditeit ten onder gaat, groeit de dreiging van de duistere krachten. Het Vlaams Blok, het extreem-rechtse gevaar dat stormenderhand Antwerpen inneemt, heet bij Lanoye 'Zwart Blok’. Hij zal er alles aan doen om ze tegen te houden, om erop te blijven hameren dat ze gevaarlijk zijn en moeten worden tegengehouden. Het lijflied van de Blokkers is Die Stem van Suid-Afrika, het volkslied van de Zuidafrikaanse Boeren. Datzelfde lied hoort Lanoye als hij een paar weken in dat prachtige land verblijft, ten tijde van de eerste vrije, niet-raciale verkiezingen. Het hoofdstuk dat daar verslag van doet, 'Kaap de Goede Hoop’, is het hoogtepunt van Maten en gewichten.
Samen met zijn goede vriendin Marianne, een hilarische lesbienne, volgt Lanoye de verkiezingen. De chaos rond het stemmen, de grote opluchting en immense blijdschap over het resultaat, het is allemaal vreselijk indringend en grappig opgeschreven. Het afschaffen van de apartheid is groots, het is blij, het is niet te geloven: 'Wat hier gebeurt, is uniek. One nation, many cultures, dat is toch de filosofie van het nieuwe Zuid-Afrika? Zoiets gaat lijnrecht in tegen de rest van de wereld. Het etnisch gedonder in Joegoslavie en Ruanda, het uiteenspatten van de Sovjetunie en Tsjechoslowakije, fundamentalisme in het Oosten, extreem-rechts in het Westen… Misschien kondigt jullie verkiezing een keerpunt aan, is het een positief signaal!’
Maar terug in Belgie moet Lanoye toezien hoe het Vlaams Blok nog groter wordt. Bij de gemeenteraadsverkiezingen haalt het 28 procent van de stemmen. Lanoye belooft te doen wat hij kan: schrijven. En een column kan een wapen zijn, om aan te vallen of te verdedigen. Scherp, snijdend en precies. Bij Tom Lanoye tenminste.
'Alleen waar strijd wordt geleverd, hoe kortstondig ook, kan er sprake zijn van een overwinning’, staat ergens. Het zou het motto kunnen zijn van Maten en gewichten. Lanoye pakt alles aan wat onecht en onoprecht is, alles wat de mensen een rad voor ogen wil draaien; de alomtegenwoordige schijnheiligheid in de politiek, de kunst en de maatschappij.