De wereld in

Welke romans moet je als scholier echt gelezen hebben voordat je je diploma haalt? De medewerkers van Dichters & Denkers geven advies.

Mijn overstap van kinderboeken naar volwassen literatuur was groot en abrupt, er was toen – ik heb het nu over de duistere Middeleeuwen – niet echt iets om de breuk te verzachten, of het moesten de detectives van Agatha Christie, de sprookjes van Grimm en de Carmiggelt-omnibus uit de boekenkast van mijn ouders zijn. Ik was denk ik vijftien toen mijn leraar Nederlands mij Kaas van Willem Elsschot aanreikte, en anders dan Eenzaam avontuur van Anna Blaman, en De Metsiers van Hugo Claus, voelde ik dat boek meteen (al moet je deze laatste twee ook gewoon in je schooljaren lezen, het is de tijd dat je alles aankan immers). Maar Kaas dus, absoluut. Dat ik zo kon lachen om een personage dat mij vreemd en bekend tegelijkertijd was, die ondernemer en slachtoffer in zich verenigde, berekenend én weerloos was, en dat zijn verhaal me ook weemoedig stemde, dat was nieuw en ik wist dat na lezing van dit boek de wereld voor me open lag.

Iets dergelijks had en heb ik met de romans van Louis Couperus ; ik denk dat De stille kracht nu ook weer een heel goeie voor de lijst is, een sterk menselijk, spannend, broeierig verhaal tegen de achtergrond van de koloniale geschiedenis van Nederland. Als derde kies ik een recente titel, Noodweer van Marijke Schermer. Een klein juweel, stilistisch, compositorisch, inhoudelijk; een simpel maar ook diepzinnig boek dat allerlei aanknopingspunten biedt voor discussie en filosofie, over de werking van het geheugen, ongewenste aanrakingen, de verschillen tussen man en vrouw, en liefde, dat ook nog.