TERWIJL AMERIKA OORLOG VOERDE, STORMDE ELDERS DE INTERNETREVOLUTIE VOORT

De wereld is plat

Thomas Friedman

The World is Flat: A Brief History of the Twenty-First Century

Farrar, Straus and Giroux, 488 blz.

New York Times-columnist Thomas Friedman heeft een zeldzaam grote invloed op krantenlezende Amerikanen. Dat is onder meer te zien bij de steevast uitverkochte lezingen die hij geeft. Hoewel te vroeg gearriveerd, kwam ik zelf bij een van deze lezingen niet verder dan een bijzaaltje, waar beelden werden uitgezonden van een even vol hoofdauditorium. Het publiek was er opvallend ge mengd van samenstelling voor een bijeenkomst in Washington DC. Afrikaanse, Aziatische en veel joodse Amerikanen zaten samen met blanke ambtenaren, meestal in onberispelijk grijs, te lachen om iedere grap van Friedman, om daarna weer doodstil te luisteren naar zijn dwingende advies Amerika opnieuw aan het leren te brengen, om zo speler te kunnen blijven in de voortschrijdende kenniseconomie.

Friedmans lezing was een samenvatting van zijn nieuwste boek The World is Flat, dat al sinds verschijning op verschillende non-fictie-toptienlijsten prijkt. En zoals het hoort: het boek is beter dan de samenvatting. Friedmans centrale these is namelijk vrij simpel en niet zo wereldschokkend als hij zelf beweert: door de internetrevolutie is de werkwijze van vooral het bedrijfsleven compleet overhoop gegooid. Miljoenen individuen hebben nu toegang tot het «speelveld» waarop geld en carrières worden gemaakt. Terwijl vele sceptici in de westerse wereld, zo schrijft Friedman, lacherig deden over de internetbubble op de beurs hebben de overinvesteringen in die «zogenaamde» hype wel cruciale obstakels weggenomen, en gezorgd voor duizenden kilometers glasvezel kabel door alle oceanen van de wereld. Miljoenen individuen in India, China en de voormalige Sovjet-Unie hollen het veld op en «wij» zijn er niet klaar voor.

Tussen 1492 en 1800, schrijft Friedman, werd de wereld één bol. Tussen 1800 en 1989 ontstond er een serieuze wereldeconomie en vanaf de val van de Muur, op 11/9 (9-11 in Nederland), werd de wereld opnieuw plat. De aanslagen van 9/11 (11-9 in Nederland) vormden slechts een «platte-wereldverschijnsel» en geenszins het internationale breekpunt dat veel Amerikanen ervan ma ken. «De Muur», schrijft Friedman, «kwam naar beneden en Microsoft trok een ‹window› op», wat in het Engels aanmerkelijk gevatter klinkt. En de technologische mogelijkheden tot outsourcing hebben verstrekkende gevolgen. «Vroegen zeiden mijn ouders tegen ons: eet je eten op, kinderen in India en China ‹are starving›. Ik zeg nu tegen mijn dochters: maak je huiswerk af, want de kinderen in China en India ‹are starving for your jobs›. Mijn kinderen hebben honderden miljoenen concurrentjes erbij gekregen.» En: «Nog niet lang geleden had je meer geld gezet op de kansen van een matige student uit Boston dan op een genie in Bejing. Nu niet meer.»

De kracht van Friedmans boek ligt niet in deze analyse, maar in de prachtige anekdotes die hij ter illustratie aanvoert. Daarnaast verraadt zijn stijl waarom hij in intellectueel Amerika de status van goeroe heeft gekregen. In een typisch Amerikaanse mix van apocalyptische angstvisioenen en de opgewonden belofte van ongekende mogelijk heden brengen die anekdotes gelukkig niet voortdurend het eigen gelijk naar voren, maar verwarren ze; ze compliceren een weldadig rijke wereld, meer dan dat ze verhelderen. Neem het verhaal van de fawanis, kleurrijke lantaarns, met een kaarsje, die Egyptische kinderen al eeuwen lang tijdens de ramadan door de straten dragen. De lantaarns werden al die tijd vervaardigd in werkplaatsen in Cairo. Maar sinds enkele jaren komen zelfs deze fawanis uit China. Tijdens de ramadan zie je in Cairo alleen nog plastic lantaarns met een batterijtje en een lampje erin. Ze zijn goedkoper, doen het altijd en de Egyptenaren vinden ze leuker dan de oude home made exemplaren.

Er is hier meer aan de hand dan louter lage lonen, zegt Friedman, «want Egypte heeft geen gebrek aan arme mensen». Met de islam heeft het ook niets te ma ken, want zelfs in Mexico, dat zichzelf met laaggeschoolde arbeid omhoog wil trekken, zijn de populaire plastic beeldjes van patroonheilige de Maagd van Guadalupe inmiddels «Made in China».

Dat het bij de opmars van Azië tegenwoordig ook om technologisch hoogwaardige producten gaat, illus treert Friedman onder meer met het prach tige verhaal van India in Indiana, de Amerikaanse staat waar de Democratische gouverneur verschillende consul tancy bedrijven in 2003 had laten meedingen naar een gigantische opdracht: de automatisering van de sociale zekerheid. Twee Amerikaanse bedrijven, waar onder het succesvolle consultancybedrijf Ac cen ture, maakten een offerte. Maar een Indiaas bedrijf, TATA Consultancy Ser vices, bleek de beste prijs-kwaliteit verhouding te bieden. Om de bevolking van Indiana niet te hard te laten schrikken, beloofden de Indiërs enkele lokale be drijfjes in de arm te nemen en hun Amerikaanse medewerkers «bij te scholen», maar het mocht niet baten. De inwoners van Indiana konden de vernedering niet aan: dat de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen werd uitbesteed aan Indiërs, die hier zelfs onderwijs zouden geven… Een Republikeinse kandidaat liet zijn vrije-marktopvattingen achter op het partijbureau, en ging een keiharde campagne voeren met deze kwestie. De Democratische gouverneur zag uiteindelijk geen andere oplossing dan de samenwerking met de Indiërs te verbreken. Friedman, die zichzelf politiek gezien een «compassionate flattist» noemt, meent dat Amerikanen zich dat soort irrationeel gedrag niet meer kunnen veroorloven, juist omdat het in de platte wereld om samenwerking gaat: «collaborate and connect», niet meer om verticale werkrelaties, «control and command». Linux ontstond (en ontstaat) in de samenwerking van duizenden slimme en anonieme programmeurs in cyberspace.

Ook online-encyclopedie Wikipedia is een samenwerkingsproject. De website SourceForge.net, een ontmoetingsplaats voor programmeurs, noemt een waanzinnig aantal van 86.000 programma’s in de maak. Nog een Friedman- verhaal: in november 2004, toen duizenden journalisten als gebiologeerd eindeloos staarden naar twee Amerikaanse presidentskandidaten, lanceerde een non-profitgroep een nieuwe webbrowser, Firefox, die zeer snel en met meer handigheidjes en veiligheid opereert dan Microsofts Explorer. In een maand werd de browser door tien miljoen gebruikers gedownload. Nog weer een paar weken later heeft Firefox vijf procent van de markt veroverd. En dat alles door de samenwerking van twee tieners aan verschillende zijden van de aarde. Friedman schrijft verlekkerd: «En ze hebben elkaar nog nooit ontmoet!»

Friedman heeft voor dit boek eindeloos veel groten der aarde gesproken. Hij stelt telkens de vraag: «Wanneer ontdekte u dat de wereld plat is?» Daarop krijgt hij de prachtigste en leerzaamste antwoorden. Het aardige is dat zijn ro buuste zelfvertrouwen hem er zelfs toe brengt het antwoord van Bill Gates te geven, terwijl dat een vernietigende kritiek op Friedmans analyse is. De wereld is helemaal niet plat, zegt Gates onomwonden: «Ik vrees dat meer dan een miljard mensen, die minder dan een dollar per dag verdienen, misschien wel nooit zullen inhaken.» En terwijl Friedman over Firefox en de geschiedenis van de componenten van zijn eigen Dell-laptop wil praten, blijkt Gates voornamelijk en eigenlijk alleen nog maar geïnteresseerd in malaria- en aidsbestrijding.

En dan is er nog iets. Amerikanen zijn in de afgelopen decennia doodgeslagen met waarschuwingen over de ondergang van hun technologische en economische suprematie. Maar zolang slechts weinigen de nieuwste ontwikkelingen in de eigen portemonnee voelen, blijken zij zich liever op te winden over de tepels van Janet Jackson en de dood van Terri Chiavo. «Ja», antwoordt Friedman een vragensteller na zijn lezing, «dat is ook mijn grote ergernis! Zet die televisie uit en zorg dat Amerika niet nog dommer wordt!» Maar zonder het zoeken naar verklaringen voor die immateriële belangstelling van Amerikanen («values matter most!»), voor Friedman een steen des aanstoots, en zonder zich rekenschap te geven van wat een toenemende groep cultuurcritici de «post-seculiere samenleving» noemt, heeft zijn waarschuwing wel vlees en vaart, maar wordt ze nooit werkelijk verontrustend. In zijn boek benadrukt Friedman voortdurend dat sommige ontwikkelingen sterker zijn dan de mening van een journalist. Dat zijn landgenoten ondanks Friedmans goeroestatus hun schouders zullen ophalen bij de lessen van een «tourist with an attitude», zoals Friedman zichzelf noemt, zou daar wel eens één van kunnen zijn. Maar een heel andere dan de ontwikkelingen die Friedman zo vaardig beschrijft.

Voor een samenvatting van dit boek kopieert u onderstaande link: http://query.nytimes.com/gst/abstract.html?res=F00C16F93E5B0C708CDDAD0894DD404482&incamp=archive:search

U kunt zich gratis registreren opwww.nytimes.org

MAGAZINE DESK | April 3, 2005, Sunday

It’s a Flat World, After All

By THOMAS L. FRIEDMAN (NYT) 5165 words

Late Edition - Final , Section 6 , Page 33 , Column 1

DISPLAYING FIRST 50 OF 5165 WORDS - In 1492 Christopher Columbus set sail for India, going west. He had the Nina, the Pinta and the Santa Maria. He never did find India, but he called the people he met “Indians” and came home and reported to his king and queen: “The world is round.” I set off…