Kunst - In de Verenigde Arabische Emiraten

De wereld (onder constructie)

Na een woestijntuin met miljoenen bloemen en een heuse skipiste gaat in de Verenigde Arabische Emiraten opnieuw een wens in vervulling: het beste van de westerse kunst in het Midden-Oosten. Eind dit jaar opent het Louvre Abu Dhabi, het Guggenheim volgt in 2016. Hoe vrij kunnen kunst en wetenschap zijn in een onvrije samenleving?

Medium dubai3

De tijdschriften in de boekhandel liggen er verfomfaaid bij. Twee pagina’s van een glossy modetijdschrift zitten stevig aan elkaar geplakt. Om ze te kunnen bekijken moet je het papier losmaken op de plek van het plaksel, midden op de pagina’s. Zwarte strepen bedekken de heupen en borsten van een vrouw die poseert in de rubriek ‘My body’s amazing because…’

De ‘zwarte-markerbrigade’, zoals de censuurservice bekendstaat, kenmerkt de gespleten positie van de zeven Verenigde Arabische Emiraten. In deze op het Westen georiënteerde enclave op het Arabisch Schiereiland wordt op het oog minder verboden dan in bijvoorbeeld buurland Saoedi-Arabië, wel vindt er aan de grens selectie en correctie plaats.

Zelfs Fifty Shades of Grey had in de bioscopen mogen draaien, als de makers bereid waren om het verhaal met 35 minuten in te korten. Toeristen brengen de lectuur evengoed mee in hun vliegtuigen, en lezen Vijftig tinten grijs of Cinquante nuances plus sombre ontspannen aan het zwembad van hun hotel. Schipperend tussen Oost en West wil het land een rustpunt zijn in een brandende regio – de gedroomde Arabische bestemming voor buitenlands bezoek, in pas met de islam.

De vae werden in 1971 onafhankelijk na langer dan een eeuw als verdragsstaat bij het Verenigd Koninkrijk aangesloten te zijn geweest. De ontdekking van olie zette een razendsnelle stedelijke ontwikkeling in gang, even opgehouden door de Golfoorlog maar in de late jaren negentig met grote ambitie doorgezet. Op de zandvlakte die het emiraat Dubai was verrees een stad van wolkenkrabbers, in clusters bij elkaar als de pijlen op een dartbord. In 2012 werd het landschap bekroond met de Burj Khalifa, veruit het hoogste gebouw ter wereld, en de bouw gaat nog altijd door – in 2020 vindt in Dubai de Wereldtentoonstelling plaats en met name de liftindustrie schijnt de komende jaren een gouden handel te zijn.

Om de droom universeel te maken wordt gezocht naar het schijnbaar onmogelijke, dat met inzet van veel middelen toch kan worden gerealiseerd. De skipiste is wereldberoemd, met verse sneeuw ook als de buitentemperatuur de vijftig graden Celsius passeert, en onlangs opende de Dubai Miracle Garden, een woestijntuin met 45 miljoen bloeiende bloemen die met een kleine miljoen liter water per dag in leven worden gehouden. En dan is er die andere tegenstelling waar de vae om bekendstaan. Het is het land waar zo’n vijftien procent van de bevolking telt als Emirati, de rest verricht als al-wafedeen (‘binnenkomers’) het werk.

Er moet worden doorgewerkt – de olie raakt op. Bij de opening van de Wereldtentoonstelling mag nog vijf procent van de inkomsten van de vae afkomstig zijn uit de olie-industrie, momenteel is dat dertig procent. Dat geeft nog vijf jaar de tijd om te excelleren op het gebied van technologie, educatie, gezondheidszorg en cultuur. De kunsten staan bij die uitdaging hoog op de agenda.

In Abu Dhabi, het grootste emiraat, opende op het eiland Saadiyat (‘geluk’) vorig jaar de New York University Abu Dhabi (nyuad), een splinternieuwe campus. De komende jaren zullen meer megaprojecten hier verrijzen, waaronder officiële satellietvestigingen van het Guggenheim en het Louvre. Een langgekoesterde wens gaat dan in vervulling: kunst en wetenschap met westerse kwaliteitsgarantie in de indrukwekkendste gebouwen van de Emiraten. Voor dit prestige willen de sjeiks grif betalen, tegelijkertijd zullen ze paraat staan om de onzuiverheden te kuisen. Tenzij op voorhand vaststaat dat er niets gekuist hoeft te worden.

Het Louvre en het Guggenheim staan onder grote druk van ngo’s en ook nyuad is doelwit van aanhoudend protest. Critici vragen zich af hoe vrij kunst en wetenschap kunnen zijn in een onvrije samenleving. Kunnen kunstenaars een opstand vieren, een regime of godsdienst bekritiseren, mag een naakt van Marlene Dumas? Is kunst uit Israël bij voorbaat uitgesloten, net als mensen met een Israelisch paspoort de vae niet binnenkomen? Hoe zuiver zijn de idealen waar compromissen voor mogen bestaan?

Geen sportevenement of kunstbiënnale lijkt te kunnen bestaan zonder dat er op enig moment sprake was van een boycot. De organisaties beweren vrijheid en gelijkheid hoog in het vaandel te hebben, maar in de praktijk zijn ze gebonden aan de grenzen van de wet van het gastland. Die constructie botst met de meeste kunst van vandaag, die eerder bestaat om autoriteiten te ontmaskeren dan om te dienen als dekmantel. De recent opgelaaide discussie rond arbeidsmigratie in de vae zet de relatie tussen de kunsten en het regime op scherp. De grote vraag is over wiens rug welk belang wordt gediend.

De sfeer is goed tijdens de jaarlijkse Art Week Dubai. Sheikh Mohammed Bin Rashid Al Maktoum, leider van Dubai, heeft zojuist de komst van een wereldprimeur in een park aangekondigd: een sneeuwfontein. Twee weken eerder lanceerde hij het plan voor het Museum of the Future. In een ovaalvormig gebouw met een groot gat in het midden willen de vae de nieuwste technologische ontwikkelingen presenteren. Daglicht zal het museum binnenvallen in de vorm van poëzie van de sjeik, zijn woorden gestanst uit het glimmende dak. Het lege hart van het museum zal ruimte bieden aan een spectaculaire illusie – een hologram.

Medium dubai2
Daglicht valt het museum binnen in de vorm van poëzie van de sjeik, zijn woorden gestanst uit het dak

De beeldende kunst wordt hier vooral door privaat vermogen ondersteund. Op de kunstbeurs Art Dubai reikt investeringsbedrijf Abraaj Group ieder jaar de grote Abraaj Group Art Prize uit aan een kunstenaar uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika of Zuid-Azië. Een presentatie op de beurs toont werk van de genomineerden, onder wie de Libanese kunstenaar Mounira Al Solh, oud-resident van de Rijksakademie. De winnende Frans-Marokkaanse Yto Barrada produceerde met het prijzengeld de film Faux Départ, over een clandestiene fossielenhandel in Marokko. ‘Magazin des fossiles avec des bons prix’, staat op hun uithangborden, geschiedenis tegen een zacht prijsje.

De politieke sfeer in de Arabische wereld is gespannen tijdens de festiviteiten. In Tunesië worden toeristen gedood door terroristen. In Israël wint Netanyahu de verkiezingen (The National kopt: ‘Netanyahu victory spreads Arab alarm’), in Jemen overleeft president Hadi ternauwernood de luchtaanval op zijn paleis. Opgelucht stellen bezoekers van de beurs vast hoe veilig de vae zijn.

De galeries op de beurs, het merendeel afkomstig uit het Midden-Oosten, Afrika en Azië, bieden ruimte aan kunst uit de Arabische wereld. Ramin Haerizadeh, Rokni Haerizadeh en Hesam Rahmanian bijvoorbeeld ontvluchtten Iran in 2009, nadat hun maatschappijkritische kunst problemen had veroorzaakt met de overheid. Werk uit hun bonte installatie wordt bij Gallery Isabelle van den Eynde al op de eerste dag verkocht aan een verzamelaar uit de regio – het trio woont en werkt in Dubai. De vae als toevluchtsoord voor politieke kunst, dat klinkt onwaarschijnlijk. Zolang de kritiek niet te direct is, vertelt een lokale galeriehoudster die niet met naam genoemd wil worden, is hier veel mogelijk. ‘Hoe conceptueler het kunstwerk, hoe beter.’

De persconferentie van de beurs was daar een pijnlijk voorbeeld van. Toen curator Lara Khaldi, verantwoordelijk voor Art Dubai Projects, mocht spreken, toverde zij een bos zwarte slierten onder de tafel vandaan. Ze kondigde aan dat dit een kunstwerk was van Rheim Alkadhi genaamd Giant Hairs of the Oppressed en dat de ‘vierde haar’ graag tot ons wilde spreken. Terwijl ze het kunstwerk als een handpop naast zich hield, sprak ze in rap tempo en in cryptische taal over de vele geschiedenissen die samenkomen in de Emiraten. Later in de week zou Alkadhi verfrissende handdoekjes aan de bezoeker uitdelen, genaaid uit kledingstukken van een onbekende stadsgenoot, misschien wel een arbeidsmigrant.

Natuurlijk draait kunst ook hier om geld. Tijdens Art Week Dubai organiseert Christie’s een avondveiling in de luxueuze Jumeirah Emirates Towers. Op de witbeklede stoelen in de veilingzaal ligt een voucher op de bieders te wachten: ‘Gefeliciteerd! U heeft een gratis taxatie van uw huis gewonnen’. Kleine letters vertellen dat de gift alleen geldig is voor inwoners van de vae, in het bezit van vastgoed met een waarde groter dan 1,25 miljoen euro. Veilingrecords sneuvelen die avond, jonge carrières worden in luttele minuten getild naar een wereldniveau. Een schilderij met een geschatte waarde van 40.000 tot 60.000 dollar van Rokni Haerizadeh, een van het Iraanse trio, gaat weg voor 221.000 dollar, inclusief opgeld.

Maar geld zit inhoud niet altijd in de weg. Veel kunstenaars hebben een lange weg afgelegd om hier te komen en vertellen verhalen over een ontheemde afkomst. In het hippe galeriedistrict Alserkal Avenue heeft Sadik Kwaish Alfraji zijn eerste solotentoonstelling bij Ayyam Gallery. De Nederlandse kunstenaar uit Irak baseerde Driven by Storms (Ali’s Boat) op een envelop die hij bij een familiebezoek kreeg van zijn neefje in Bagdad en die hij pas in Nederland mocht openmaken. Alfraji hield zijn belofte en vond in de envelop een tekening van een boot met de namen van zijn kinderen en de naam van zijn neefje. En de zin: ‘Ik wens dat mijn brief me bij jou brengt.’

Medium dubai1

Ook op Design Days Dubai tref ik een Nederlander van Iraakse afkomst. Hozan Zangana presenteert in een eigen stand zijn ontwerp voor Haft Sin, de traditionele zeven elementen die op tafel worden gezet voor het Perzische nieuwjaar. Gestript van opsmuk staat Zangana’s collectie in negen delen op tafel, een eeuwenoude traditie nu als een kleikleurig, zuiver ‘Nederlands’ ontwerp. ‘Als Nederlanders er een tulp in willen zetten, moet dat ook kunnen’, vindt hij.

Op veel plekken klinken zo echo’s van een verleden dat elders plaatsvond. Op Art Dubai ontmoet ik de Pakistaanse Saba Qizilbash, kunstenaar en docent aan American University in Dubai. In haar geluidswerk How to Walk from Dubai to Lahore klinken voetstappen en gehijg tegen de gecomputeriseerde stem van een navigatiesysteem dat haar de weg wijst, in twaalf minuten van Dubai naar Lahore. Het werk kwam voort uit een apocalyptisch scenario – wat als huiselijk geweld of terrorisme het onmogelijk maakt om naar ‘huis’ te gaan, als vertrekken niet zomaar een kwestie van het boeken van een vliegticket is? De voettocht maakt de dreiging in de regio inzichtelijk, rennend naar huis door Saoedi-Arabië, Koeweit, Irak en Iran.

Qizilbash noemt Dubai ‘niet meer dan een verlengstuk van het vliegveld’. ‘Niemand komt hier vandaan.’ Als docent heeft ze te maken met de vele achtergronden van haar studenten en volgens haar ligt de sleutel tot de ontwikkeling van kunst in de regio in het onderwijs. Maar ook haar Pakistaanse landgenoten ziet ze vanuit haar ooghoeken, werkend op straat. Ze organiseerde een workshop fotografie voor een groep migranten, mannen die voortdurend bouwen, zonder zelf ooit te creëren. Omdat het ‘vulgair’ voelde om het project af te ronden met een portfolio van _feel good-_foto’s kookt Qizilbash sindsdien met een groep vrouwen iedere week voor honderden arbeiders. Meer nog dan het eten wil ze hen menselijke interactie bieden, hoe minimaal ook.

Het Westen kijkt naar de vae. Soms met afschuw, maar bijna altijd met open mond. Schrijvers sturen hun romanpersonages op de regio af, waar ze gedreven door geld of idealisme als maker zelf mee gaan bouwen. In A Hologram for the King (2012) van Dave Eggers komt Alan Clay aan in Saoedi-Arabië om namens een Amerikaans bedrijf IT-voorzieningen aan te bieden voor de King Abdullah Economic City, een stad die alleen nog maar bestaat in het hoofd van zijn naamgever. Tijdens een verpletterende presentatie willen Alan en zijn team de koning overtuigen van hun capaciteiten, met als klap op de vuurpijl, jawel, een hologram. Op een feest ontmoet Alan een Amerikaanse architect, ontwerper van een aantal van de hoogste gebouwen ter wereld, die al tien jaar werkzaam is in Dubai, Singapore, Abu Dhabi en China.

Van de dertigduizend arbeiders die werkten aan de campus opereerden er tienduizend onder de radar

‘“Ik heb al niet meer in Amerika gewerkt sinds, poeh, ik kan het me niet eens meer herinneren,” zei hij. Alan vroeg hem waarom, hoewel hij het antwoord al kende. Het had te maken met geld, maar ook met visie, moed, zelfs gedeeltelijk met zijn competitieve persoonlijkheid.

“Niet dat het alleen maar om het grootste of het hoogste gaat, maar in de Verenigde Staten worden dat soort dromen niet meer gerealiseerd. Alles staat stil. Het grote dromen gebeurt momenteel elders,” zei de architect. Daarna verliet hij het feest.’

Het bouwen aan die droom trekt een kilometers lang spoor van bouwmateriaal langs de snelweg die van Dubai naar Abu Dhabi voert, het grootste emiraat en de hoofdstad van het land. Billboards met advertenties voor een concert van Michael Bublé en de aankondiging van de opening van Legoland Dubai moeten het zicht op vaten, pylonen, linten, pijpen, autobanden en hekwerk verhinderen. Lange tijd is er niets dan woestijn, totdat vlak voor Abu Dhabi de rommel weer aanzwelt en een geldmunt zo groot als een flatgebouw aankondigt dat er een nieuw winkelcentrum is geopend.

Ook in Abu Dhabi is de stemming opperbest. De eerste patiënten melden zich die dag in de Cleveland Clinic of Art, topziekenhuis van de VS en nu ook een van de grootste ziekenhuizen van het Midden-Oosten. Het Mushrif Central Park heropent na een verbouwing van zeven jaar, met een botanische tuin, een amfitheater met duizend zitplaatsen en een fontein met citaten van vae-grondlegger Sheikh Zayed bin Sultan Al Nahyan gegraveerd in zwart graniet.

Kunst maakt in Abu Dhabi deel uit van de missie tot ‘het versterken van de interculturele dialoog, de waardering van verschillende culturen en het uitwisselen van cultureel erfgoed’. De gebouwen op het eiland Saadiyat zijn ontworpen door met prijzen overladen architecten, zoals bij het Louvre Abu Dhabi (Jean Nouvel), het Guggenheim Abu Dhabi (Frank Gehry) en het Zayed National Museum (Foster + Partners). Dit laatste museum vertelt het verhaal van Sheikh Zayed en de regio, in partnerschap met het British Museum. Dit alles betaald door Sheikh Khalifa bin Zayed al-Nahyan, de leider van Abu Dhabi.

In 2007 tekende de Franse staat een miljardencontract met Abu Dhabi. De naam Louvre is ermee gekocht tot het jaar 2037, evenals de beschikking over het depot van het Franse museum en de organisatie van (reizende) tentoonstellingen en advies.

Een belangrijk deel van de missie van het emiraat lijkt hiermee te zijn binnengehaald: het Louvre Abu Dhabi omschrijft in zijn missiestatement dat het museum ‘het universalisme van deze tijd wil uitdragen, dat van een geglobaliseerde en met elkaar verbonden wereld’. Ook het Guggenheim Abu Dhabi concentreert zich op ‘verbonden dynamiek van lokale, regionale en internationale kunstcentra alsmede hun diverse historische contexten en bronnen voor creatieve inspiratie’. Het museum stelde zich zelfs ten doel een nieuwe kunstcollectie te starten, een aanzet tot iets wat dan eindelijk een global art history zou kunnen zijn.

Medium dubai4

‘Camel burger with halloumi cheese, is that like enchilada?’ Op het terras van het welkomstcentrum Manarat Al Saadiyat proeven gasten uit het vijfsterrenresort verderop van de luxe die het eiland te bieden heeft. Nu nog brandt de zon boven een kale bouwput en knarst het stoffige woestijnzand tussen je tanden, straks moet het hier heerlijk flaneren zijn, van het Louvre door het groen naar het Guggenheim, over het strand naar de golfbaan, of het winkelcentrum.

Jean Nouvel wil met zijn Louvre een ‘eiland op een eiland’ creëren, een zwevende koepel omgeven door water. Zeven hijskranen hijsen vandaag witte panelen op de koepel – het is nog lang niet af. Van het Guggenheim is alleen de maquette te zien. Het museum van Frank Gehry ligt ook in het water en is zo mogelijk nog spectaculairder: een kluwen van kubussen, doosjes en kegels voor de kust, als een perfect aangespoeld museum.

In het welkomstcentrum presenteert het Guggenheim al wel een eerste collectietentoonstelling, Seeing Through Light, als voorproefje van de visie van de curatoren. Hoe zat het ook al weer met licht in de kunst? Er waren twee stromingen aan twee kanten van de Verenigde Staten. Robert Irwin, Doug Wheeler en Larry Bell in Los Angeles versus Dan Flavin en Keith Sonnier in New York. Maar licht is behalve conceptueel natuurlijk ook spiritueel, en daar komen de kunstenaars uit het Midden-Oosten in beeld. De kunstwerken zijn los van elkaar zeker niet slecht, toch is Seeing Through Light een tentoonstelling die geen gerenommeerde instelling binnen zou komen. Veilig nonfiguratief in thematiek, losgezongen van de regio en bovenal weinig verrassend.

De basisvorm van vrijheid die kritisch denken vereist is in de VAE moeilijk te bewerkstelligen

Het eerste prestigeproject dat op Saadiyat opende is New York University Abu Dhabi, de campus met 21 gebouwen, een stad op zich. Na een controle aan de toegangspoort rijd je een oase van strak beton en palmbomen binnen. Rozenblaadjes komen voorbij op het water dat langs de ingang van de campus kabbelt. De rust staat in schril contrast met de controverse die heerst rond de bouw op het eiland. Bouwvakkers komen naar de vae volgens het kafala-_systeem, waarbij ze ‘gesponsord’ moeten worden door een werkgever die verantwoordelijk is voor hun verblijf. In het land van herkomst betaalden ze vaak al een bedrag tussen de duizend en drieduizend dollar aan bemiddelende agentschappen. Die lening moet vervolgens worden afbetaald, maar met een gemiddeld salaris van 217 dollar per maand schiet dat niet op. Na de commotie over de erbarmelijke leefomstandigheden bouwden de vae een ‘modelkamp’ met een cricketveld en een schaakcentrum en, zo wist _The Guardian te melden, een meertalige bibliotheek met werk van Ayn Rand en Barack Obama. Maar neem de afslag naar de volgende labor camp accommodation en je hebt een beeld bij moderne slavernij.

Kunstenaars van over de hele wereld ondertekenden de petitie van de Gulf Labor Coalition, onder wie Hans Haacke, Mona Hatoum, Alfredo Jaar, Rabih Mroué, Walid Raad en ook Yto Barrada, de prijswinnaar op Art Dubai dit jaar. Het collectief van kunstenaars, activisten en academici in samenwerking met ngo’s als Amnesty International en Human Rights Watch, probeert instituten als nyuad, het Guggenheim en het Louvre te dwingen om actie te ondernemen. Voor nyuad is dat te laat. Op 16 april verscheen een onafhankelijk rapport van Nardello and Co dat de aantijgingen – onder meer het inhouden van paspoorten, niet uit- en terugbetalen van loon en voorschotten, gedwongen overuren, de arrestatie en deportatie van stakende arbeiders en slechte leefomstandigheden – bij de constructie van nyuad onderzocht. Het rapport concludeert dat er substantieel bewijs is voor de aantijgingen, maar dat ze minder wijdverbreid voorkwamen dan de media en ngo’s doen voorkomen. ‘We hebben geconcludeerd dat het belangrijkste probleem niet de uitvoering van de Labor Guidelines was, maar de uitsluiting van duizenden arbeiders van de bescherming die deze richtlijnen hadden moeten bieden.’ Dertig tot 35 procent van de arbeiders viel op enig moment buiten de overeengekomen afspraken. Van de dertigduizend arbeiders die werkten aan de bouw van de campus betekent dat tienduizend werkers die onder de radar opereerden.

Uit het rapport spreekt de discrepantie tussen de verhalen van arbeiders en de officiële administratie. Het getouwtrek om cijfers en getallen laat zien hoe eenvoudig het is om tussen de mazen van wet en contract te vallen, hoe je kunt verdwijnen omringd door zo veel beschaving.

Onderdeel van de nyuad is de Art Gallery, een grote ruimte op de hoek van de ingang van de campus. Momenteel vindt er een show van Slavs Tatars plaats, een collectief dat zich bezighoudt met Eurazië en alle misconceptie en misrepresentatie van de regio. Bij de presentatie van hun boek Mirrors for Princes, een dag eerder op Art Dubai, vertelde de Iraans-Amerikaanse Payam Sharifi dat ze alleen met een tentoonstelling op Saadiyat akkoord waren gegaan omdat deze in de universiteit plaatsvond, een plek waar kritisch denken wordt gestimuleerd. Een uitnodiging van een van de toekomstige musea op het eiland hadden ze geweigerd.

Directeur Maya Allison leidt me rond, langs een leren bank in de vorm van een verdwenen klank in het Turks, langs rijen luidsprekers die dezelfde boodschap in meerdere talen tegelijk verkondigen, langs een sculptuur van belangrijke boeken uit verschillende culturen die aan elkaar zijn geregen als aan een spies kebab. Na afloop drinken we thee in een ruimte die is ingericht als tent, een plek voor discussie is een vast onderdeel van het werk van Slavs Tatars.

Allison, voorheen curator van de galerie van Brown University, vertelt dat Mirrors for Princes: Both Sides of the Tongue lokaal gezien een moeilijke tentoonstelling is. Er komen zowel verwijzingen naar de soennitische als de sjiitische cultuur in voor, en de vae bestaan uit overwegend soennieten. ‘Kunst is een gevaarlijke plek, maar het moet ook een vrije plek zijn’, vindt ze. Wat betreft de invloed van de kunst in haar galerie op dat vrije denken put ze hoop uit een reactie van een jonge Emirati die de tentoonstelling bezocht. ‘Nu weet ik dat er ook een plek voor mij is in de hedendaagse kunst’, schreef hij haar.

Hoe vrij er echt gedacht kan worden op Saadiyat is maar de vraag. Tijdens Art Week Dubai wordt Andrew Ross, socioloog aan nyu en activist van de Gulf Labor Coalition, de toegang tot een vlucht van New York naar Abu Dhabi ontzegd. Als reden wordt ‘veiligheid’ opgegeven, in werkelijkheid zullen het zijn veldonderzoeken en opiniestukken zijn die men niet op prijs stelt. Feitelijk bepalen de autoriteiten hiermee welke nyu-professor wel en welke niet in het land wordt toegelaten, welk onderzoek wel en welk onderzoek niet zal worden uitgevoerd.

Andrew Ross vertelt over de telefoon dat iedereen ‘met een hoofd op zijn schouders’ problemen had kunnen voorzien wanneer een liberaal instituut zich in een onvrije maatschappij nestelt. ‘Amerikaanse universiteiten worden meer en meer geleid door een bedrijfsmatige mentaliteit, door mensen aan de top die eenzijdige beslissingen nemen, resulterend in de recente golf van instituten die naar het buitenland vertrekken. Vooral naar landen met autoritaire regimes, die ze lokken met hun geld. Medewerkers van nyu worden slecht betaald, verlenen ze hun medewerking aan Abu Dhabi, dan zullen ze rijkelijk worden beloond.’

Er is volgens Ross geen enkele reden voor de instituten om in Abu Dhabi te zijn, tenzij ze iets doen van artistieke of educatieve betekenis. De basisvorm van vrijheid die kritisch denken vereist is in de vae moeilijk te bewerkstelligen, laat staan te garanderen.

De Gulf Labor Coalition stuurde een brief aan het Guggenheim met een reeks constructieve voorstellen die het uitbuiten van arbeiders moeten tegengaan, in lijn met de lokale wetgeving. Het museum belooft al jaren in onderhandeling te zijn met de autoriteiten, maar het antwoord op de brief geeft weinig hoop op verbetering. ‘Jullie voorstel voor een compensatiefonds, evenals verandering in loon en onderhandelingen, liggen buiten het bereik van de bevoegdheid van het Guggenheim. Dit zijn zaken van de federale wet. Wij zetten ons in voor de samenwerking met onze partners in de vae om deze complexe, intergouvernementele zaken aan te kaarten.’

De houding van het museum maakt Ross kwaad, net als de belofte van nyuad om als reactie op het verschenen rapport te overwegen om de uitgebuite werkers te compenseren. Ze zullen hen eerst moeten vinden – velen hebben het land al weer moeten verlaten. We beëindigen het gesprek met een inktzwart beeld dat Ross schetst, van een vliegveld waar dagelijks lijkkisten worden afgeleverd, gevuld met mannen die bezweken aan de hitte en de werkdruk, of aan zelfmoord. Terug naar het land van herkomst, waar al evenmin belangstelling bestaat voor de oorzaak van hun dood.

Belang­rijke boeken uit verschillende culturen zijn aan elkaar geregen als aan een spies kebab

In De man zonder ziekte (2012) van Arnon Grunberg vertrekt de Zwitserse architect Samarendra Ambani na een mislukte missie voor een operagebouw in Bagdad naar Dubai, om daar een bibliotheek met een bijbehorende ‘bunker’ te bouwen. ‘De sjeik van Dubai wil alle boeken van de wereld redden, van elk boek moet één exemplaar in de Nationale Bibliotheek van Dubai komen te staan, ongeacht de inhoud, al zal er ook een sectie met verboden boeken komen waar alleen wetenschappers terecht kunnen of personen met een speciale vergunning.’

Wandelend in de bouwput valt het Sam op dat niemand echt geïnteresseerd lijkt in zijn briljante ontwerp voor de bibliotheek, maar alleen oog heeft voor de bunker.

‘Op een gegeven moment zegt de projectmanager zacht tegen hem: “Je moet de mensen maar vertellen dat je de architect bent. Om misverstanden te voorkomen.” “Waarom? Iedereen weet dat ik de architect ben.”

“Omdat je uit India komt.”

“Ik kom niet uit India, ik kom uit Zwitserland.”

“Zo zie je er niet uit. Er werken hier veel Bengalen in de bouw. Ze zagen mij in het begin vaak aan voor een bouwvakker. En de bouwvakkers worden hier prima behandeld, ze onderhouden van hun werk vaak een heel gezin in Bangladesh, ze hebben niets te klagen maar het zijn toch een soort dieren.”’

Zowel Samarendra in Dubai als Alan in Saoedi-Arabië loopt aan tegen de grenzen van hun droom. De superieure inzichten die ze meebrachten naar het nieuwe land gaan in rook op, maar de bouwers laten hun projecten niet in de steek – wegkijken en blijven geloven is alles wat ze kunnen doen. Geloven in de droom is er ook aan bijdragen.

Sheikh Mohammed bin Rashid Al Maktoum vertelt in zijn biografie My Vision: Challenges in the Race for Excellence het verhaal van de gazelle en de leeuw. Iedere dag wordt de gazelle wakker met het idee dat hij sneller zal moeten zijn dan de snelste leeuw, of anders ten onder zal gaan. Op hetzelfde moment strekt de leeuw zich nog eens uit, wetende dat hij traagste gazelle zal moeten inhalen, om niet te sterven van de honger. Het is niet anders met het menselijke ras, aldus de leider van Dubai. Of je nu een gazelle bent of een leeuw, je zult harder moeten rennen dan de rest om te overleven.

Vanaf het hoogste buitenterras ter wereld, op de Burj Khalifa, kijk je uit over wat die jacht heeft opgeleverd. In het zuiden liggen de palmeilanden voor de kust, verderop wordt een nieuw project in zee opgespoten, op de kaart aangeduid als De wereld (onder constructie). In het centrum verrijst een ambitieus operagebouw, op een steenworp afstand van het grootste winkelcentrum en de duurste fontein ter wereld. Het geraamte van de toekomst van de vae staat, voor zaken en toerisme en binnenkort ook voor de kunst. De ontwikkeling van Saadiyat is wel het _build now, apologize later-_principe genoemd. Het Guggenheim is de laatste zendeling met ten minste de mogelijkheid die praktijk om te draaien.

Onvrijheid en onderdrukking zijn de realiteit in alle facetten van het land en de verantwoordelijkheid van de westerse instituten stopt niet bij de condities in hun eigen bouwput. Maar ook de eenzijdigheid van het protest is opvallend. Onder de noemer universalisme blijken gerenommeerde plekken voor het vrije denken bereid tot compromissen voor hun kunsten en wetenschap. Studenten en toeristen sluiten hun ogen en dromen met hen mee.


Slavs Tatars is t/m 30 mei te zien in NYUAD Gallery. Een spectaculaire rondgang door het Museum of the Future is te bekijken op YouTube. Voor de correspondentie van de Gulf Labor Coalition, zie gulflabor.org


Beeld: (1) Bezoekers bij de tentoonsteling Seeing Through Light georganiseerd door het Guggenheim (Roos van der Lint); (2) Voorstelling van het nog te bouwen Louvre Abu Dhabi ontworpen door Jean Nouvel (Tourism Development and Investment Company); (3) Werk van Maria Thereza Alves op Art Dubai 2015 (Studio Art Dubai); (4) Sheikh Hamdan bin Mohammed Al Maktoum tijdens de opening van Art Dubai 2015, naast hem directeur Antonia Carver (Studio Art Dubai)