Corona: Wat het Westen kan leren van Azië

De wereld op z’n kop

De coronacrisis legt de kwetsbaarheden van het doorgaans dominerende Westen pijnlijk bloot. Niet het virus zelf, maar de maatschappij gaat bepalen hoe we hier uitkomen.

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

Een opmerkelijke situatie tijdens de technische briefing over het coronavirus in de Tweede Kamer van dinsdag 20 mei: rivm-infectieziektendirecteur Jaap van Dissel gaf in reactie op berichten van de opmerkzame twitteraar Edwin Veldhuizen toe dat hij tijdens eerdere briefings ten onrechte met een grafiek de indruk had gewekt dat het sterftecijfer van Nederland ‘zich aan de onderzijde van de Europese landen’ bevond. Dat was niet het geval, gaf Van Dissel toe; we bevinden ons wel degelijk onder de landen met de initieel hoogste sterfte. In het grafiekje had hij namelijk lang niet alle EU-landen gemarkeerd – een groot deel daarvan doet het qua sterftecijfer beter dan Nederland.

Dat misverstand is dus de wereld uit, maar de grafiek legt nog iets bloot, namelijk dat vrijwel alle ‘vertrouwde’ Europese landen, die normaal gesproken internationaal steevast hoge ogen gooien, geenszins glorieus door de eerste fase van de coronacrisis heen gekomen zijn, zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en in iets mindere mate Duitsland.

Gelukkig zijn er altijd nog de Verenigde Staten, die er met bijna honderdduizend doden nog slechter op staan. Maar het is op z’n minst slikken om de wereld zo op z’n kop te zien. Nu gaat hierachter natuurlijk een enorme complexiteit aan factoren schuil, van onder meer mobiliteit, geografie en bevolkingsdichtheid, en is het voorbarig om in dit stadium conclusies te trekken. Maar er tekenen zich wel degelijk verschillen af met andere regio’s. ‘Je kunt allerlei kritiek hebben op hun autoritaire karakter, maar de aanpak van landen als China, Singapore, Korea en Japan heeft epidemiologisch gezien gewoon heel goed gewerkt’, zegt antropoloog Agustín Fuentes, hoogleraar aan de Universiteit van Notre Dame in het Amerikaanse Indiana.

Eind 2019 zag het er voor veel van de westerse landen allemaal nog veel rooskleuriger uit. Op de in oktober van dat jaar gepubliceerde Global Health Security Index stond Nederland na de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bovenaan. Die index gaf aan in welke mate landen waren voorbereid op biologische dreigingen zoals een pandemisch virus, door onder meer preventie, detectie en responsplannen. Dus dringt zich de vraag op: hoe kan het dat zoveel westerse grootmachten zo kwetsbaar zijn gebleken in deze crisis?

Daar waar de uitbraak van het nieuwe coronavirus begin dit jaar een biologisch verhaal leek, is die dat allang niet meer. Door de typische eigenschappen van het virus is het uitgegroeid tot een aanval op de moderne manier van leven. Het slaat toe waar mensen elkaar opzoeken, met name in binnenomgevingen, en waar grote groepen mensen samenkomen. Het grijpt vooral om zich heen in steden, net nu meer dan de helft van de wereldbevolking daar leeft. Het berooft miljoenen mensen van hun inkomen en bovendien treft het vooral mensen die zich door hun leefomstandigheden minder goed kunnen aanpassen aan de aanwezigheid van het virus. Covid-19, zegt Fuentes, is daarom een biosociale realiteit. ‘Het gaat over ons transport, onze politiek, onze economie, onze sociale systemen.’

De epidemie is hierdoor uitgegroeid tot een extreme stresstest voor gehele maatschappijen. ‘En het verschil wordt daarin niet gemaakt door het virus zelf, maar door onze politieke, sociale, economische en gezondheidsinfrastructuren’, zegt Fuentes. ‘Deze crisis laat zien welke culturen in de context van een epidemie zwak zijn. En als Amerikaan kan ik zeggen: de VS laten op dit moment hun extreme zwakte zien.’

Daar waar een land als China eerst in een autoritaire reflex van ontkenning schoot, vervielen regeringen van neoliberale landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Nederland in terughoudendheid, om vooral de vrijheid en de economie niet te zeer in te perken. Een belangrijke Europese aarzeling aan het begin van de crisis was het gevolg van het neoliberale ideaal van een ‘zo min mogelijk sturende overheid’, zegt Joep Leerssen, hoogleraar Europese studies aan de Universiteit van Maastricht: ‘Het coronavirus heeft de sterke staat teruggebracht. Beleid hierover kun je niet aan de markt overlaten. De terugtrekkende overheid heeft daardoor rechtsomkeert moeten maken.’

Vanuit hun ongemak met die nieuwe situatie probeerden de Europese overheden hun sturende autoritaire beleid aan hun bevolking te verkopen, observeerde Leerssen. ‘Het is interessant om eens te gaan kijken hoe alle koningen en koninginnen van Europa hun volk hebben toegesproken: allemaal gaat het over dezelfde ziekte, maar opeens zie je al die stereotiep Deense, Franse, Hollandse, Spaanse en Britse zelfbeelden. “Dit zijn wij en zo gaan we met deze crisis om.”’

Het is de vraag in hoeverre die stereotypen stroken met de werkelijkheid, zegt antropoloog Ginny Mooy. ‘We horen Mark Rutte zeggen dat je Nederlanders niet moet vertellen wat ze moeten doen’, zegt ze. ‘Dan ben je niet cultuur aan het beschrijven, maar aan het vertellen hoe je het wilt. Nederlanders kunnen prima omgaan met allerlei regels, maar dat is niet de politieke cultuur van dit moment.’

‘Koreanen kunnen er niet bij dat Nederland zoveel minder goed in staat is het virus te bestrijden’

Mooy herkent het aan het begin van de uitbraak dominerende stereotype van de ‘nuchtere Nederlander’ uit haar tijd in Sierra Leone, tijdens de ebola-uitbraak van 2014. ‘Ook daar deed de regering uit vrees voor de economische gevolgen in eerste instantie lacherig, was er de tegenzin om ingrijpende maatregelen te nemen, was er de “alles-onder-controle”-glimlach bij persconferenties.’

De Nederlandse overheid en haar adviseurs roepen het zelfbeeld op van de nuchtere, eigenzinnige Nederlander om bepaalde dingen niet te hoeven doen, meent Mooy. Een strengere lockdown zou hier niet werken, bijvoorbeeld. Contacten van besmette personen bellen we niet dagelijks na omdat dat volgens ggd-directeur Margreet de Graaf ‘niet in onze volksaard zou passen’. In Nederland kiezen we voor drang in plaats van dwang, legt ggd-arts en hoogleraar Christian Hoebe op 22 mei uit in Medisch Contact: ‘Er zijn landen waar ze voor het laatste kiezen. Dat is niet onze manier. Ik denk dat het niet zou werken. Het zou weerstand oproepen.’

Opvallend is daarbij de weerstand om te leren van landen die hun zaakjes wél op orde lijken te hebben. Op 13 maart, toen de situatie in Italië al dramatisch was, vroeg Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet aan de toenmalige minister van Volksgezondheid Bruno Bruins wat hij vond van de aanpak van Singapore. ‘Als het gaat om kijken naar andere landen, kijk ik meer naar landen zoals België, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en nog andere landen dan naar Singapore. Omdat ik wil leren van die landen dichterbij’, antwoordde Bruins.

De reflex is op zich begrijpelijk. Een crisisaanpak kan niet zomaar getransplanteerd worden van de ene sociaal-culturele context naar de andere. Singapore is inderdaad geen Nederland; onze kijk op privacy en individuele vrijheden is anders. Dat bleek uit de commotie bij de aankondiging van de apps die moeten gaan helpen bij het bron- en contactonderzoek: een aanzienlijk deel van de Nederlanders is uiterst beducht op een surveillancemaatschappij. Tegelijk is Nederland een land waar de overheid onder meer dankzij de ‘sleepnetwet’ uit 2017 in de strijd tegen terrorisme en criminaliteit al heel ver kan gaan in het schenden van privacy, en waar burgers massaal privacy schendende apps van commerciële aanbieders gebruiken.

Die weerstand om te leren van dit soort niet-westerse landen gaat ook gepaard met stereotyperingen. Neem bijvoorbeeld Zuid-Korea, dat een beleid hanteert dat zwaar leunt op testen, tracen en isoleren. Op ruim 51 miljoen inwoners telt het land op dit moment 11.225 officieel geregistreerde besmettingen en 227 geregistreerde coronadoden. Gesprekken over de Koreaanse mentaliteit en corona-aanpak, merkt Remco Breuker, hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden, ontaarden in Nederland echter al snel in niet-productieve discussies, ‘op het randje van racisme, of daar overheen’.

Wanneer het in Nederland over de Koreaanse aanpak gaat, gaat het vaak over hun ‘volgzaamheid’, tot ergernis van Breuker. ‘Koreanen zijn bijvoorbeeld wel sterk geneigd om iemand aan te spreken die zich niet aan een norm houdt, bijvoorbeeld een dronkelap die iemand lastigvalt. Maar ze verzetten zich ook tegen groepsdwang. Probeer je een Koreaan iets op te leggen, dan komt-ie eerst in je gezicht staan en zegt “wie ben jij wel niet om dat te zeggen?”’

Ook als het over privacy gaat wijkt Korea minder van ons af dan hoe het vaak wordt afgeschilderd. Na de uitbraak van het dodelijke mers-virus in 2015 nam het Koreaanse parlement nieuwe wetgeving aan die het mogelijk maakt om verregaande privacy-inbreuken te doen in tijden van een epidemie. ‘Die wordt na afloop dus weer teruggedraaid, en ja, ook in Korea maken veel mensen zich daar zorgen over’, zegt Breuker.

Hoe onze culturele weerstand ons in de weg kan zitten, blijkt uit de discussie rond de vraag of mondkapjes op straat zin hebben. De wetenschap biedt daarover nog geen harde antwoorden, waardoor de adviezen zich lange tijd lieten indelen langs (inmiddels steeds verder verschuivende) culturele lijnen. In veel Aziatische landen is het dragen van mondkapjes al drie, vier decennia gebruikelijk om te doen, vanwege luchtverontreiniging of infecties. ‘Terwijl ze voor de westerse wereld om een of andere reden worden gezien als een dramatisch laatste middel, een soort symbool van het inperken van vrijheid’, zegt antropoloog Fuentes. ‘Tijdens een demonstratie tegen de maatregelen in de VS werd een foto gemaakt van iemand met een bord waarop stond: “Mijn vrijheid is meer waard dan jouw gezondheid”. Mensen zijn echt bereid ervoor ten strijde te trekken.’

De kunst is volgens antropoloog Fuentes om een crisis aan te pakken op een eigen manier, maar mét het beste van andere werelden. ‘Denk aan onze aanpak zoals we denken aan onze keuken. Nederland is daarvan het perfecte voorbeeld: een van de beste Indonesische gerechten die ik ooit heb gegeten, at ik in Amsterdam. Maar het was niet Indonesisch. Het was een hybride. In de keuken hebben we er geen moeite mee om dingen over te nemen van anderen, zolang het gerecht er beter van wordt.’

Wellicht kunnen twee andere westerse landen met een relatief succesvolle corona-aanpak, Australië en Nieuw-Zeeland, daarbij een brugfunctie vervullen. Als eilandnaties hebben zij bij de coronabestrijding een voordeel ten opzichte van de meeste Europese landen, maar mogelijk speelde daar ook mee dat ze wat makkelijker kennis overnemen uit de nabijgelegen Oost-Aziatische landen en zichzelf niet zien als een wereldmacht.

Wat Remco Breuker betreft zou het een goed idee zijn om nu eens geen handelsmissie maar een leermissie te sturen naar een land als Zuid-Korea. Hij is de afgelopen weken al meerdere keren door Koreaanse media geïnterviewd over de situatie in Nederland. ‘Ze kunnen er niet bij dat Nederland als gidsland zoveel minder goed in staat blijkt het coronavirus te bestrijden. Maar waar ze vooral verbolgen over zijn is dat ze, zelfs door vooraanstaande wetenschappers in ons land, zo verkeerd begrepen en neergezet worden. De hele tijd die verhalen over “waarom zij anders zijn”. In plaats van dat we kunnen zeggen: “Nou, dat hebben jullie mooi gedaan.”’